Opflikkeren

“Ok. Ik heb zojuist een haat-tweet binnen gekregen geloof ik…”
“Een wat? Wat staat erin dan?”
“Iets met dat ik als gek aanstellerig meisje moet opflikkeren met mijn evenement dat oproept tot Jodenhaat.”
“Pardon?”
“Nee, pardon zei hij dan net weer niet.”

Opflikkeren. Dat mag ik. Omdat ik als naïeveling een picknick organiseer. Een ramadan picknick. Op een openbare plek. Je weet wel, zo’n plek waar iedereen mag komen ongeacht leeftijd, geslacht, godsdienst of afkomst. Zo’n plek waar je andere mensen kan ontmoeten. Mensen die je normaal in je eigen kring niet tegenkomt. Omdat ze niet in jouw standaard kringetje zitten. En je misschien wel vooroordelen over ze hebt. Omdat je ze niet kent.

Stom natuurlijk. Want waarom zou je op een openbare plek anderen uitnodigen als je ook alleen maar gelijkgestemden kan binnenhalen? Het punt is volgens mij alleen dat we allemaal net zo gelijk als anders zijn. Want ook als jij, net zoals ik, wel blank, ongelovig en modaal bent, dan nog betekent dat niet dat wij daarmee ook meteen hetzelfde zijn. Want misschien houd jij wel helemaal niet van olijven bij je picknick. Of ben je van mening dat een picknick zonder stokbrood met kruidenboter niet compleet is. Dat kan. En dat mag.

Want we hoeven niet gelijk te zijn om elkaar te respecteren. En misschien zelfs dingen met elkaar te ondernemen. Want dat is nou juist het leuke aan verschillen: het maakt onze wereld de veelzijdige smeltkroes die het is. Zonder verschillen geen couscous, zonder verschillen geen tapas, zonder verschillen geen hummus en zonder verschillen ook geen stokbroodje met kruidenboter. Wat een saaie picknick zou dat worden….

En nee, ik wil geen godsdienst propageren, ik wil vrijheid uitdragen. Vrijheid om te zijn wie je bent, om anderen te laten zijn wie ze zijn en zo samen de wereld mooier te maken. Al is het maar een klein beetje. En als je het daar niet mee eens bent, dan is dat prima. Ik houd ook niet van huzarensalade, maar dat betekent nog niet dat als jij me dat aanbiedt, ik zeg dat je moet opflikkeren met die rotzooi.

Deze ramadan picknick was een initiatief van een 19-jarig meisje. Een meisje dat mensen iets van haarzelf wil laten zien en iets wil delen van haar cultuur. Hoe kan zoiets oproepen tot haat? En hoe kan ik een initiatief als dit niet aanmoedigen? Het gaat niet om godsdienst, het gaat om liefde. En de vrijheid om dat met elkaar te delen. En als dat mij gek en aanstellerig maakt, dan is dat maar zo.

‘Hoge bomen vangen helaas veel wind’, kreeg ik naar aanleiding van de flikker-op-berichten van een twittervriend te horen. Maar eerlijk? Liever een hoge boom, dan een dorre struik. Dus ga ik zaterdag lekker picknicken. En op mijn stokbroodje? Daar flikker ik lekker een extra dikke klodder hummus op.

Vier de liefde

“Kijk, ik heb echt niks tegen homo’s, maar dat zo open en bloot zoenen op straat hoeft van mij niet hoor!”

Het is dinsdag 11 oktober en ik sta in de supermarkt een bak kwark, wattenschijfjes en een doosje thee in mijn mandje te laden. Terwijl ik sta te twijfelen of ik niet eens een keer zal afwijken van mijn sterrenmunt thee-verslaving, vang ik het gesprek op tussen de twee dames. Nieuwsgierig vraag ik me af hoe ze zo tussen de doosjes Pickwick ineens op het onderwerp homoseksualiteit zijn aanbeland. Totdat ik me bedenk dat het vandaag Coming Out Day is.

Al afrekenend bij de kassa blijft het ene zinnetje maar door mijn hoofd spoken. Een op zich tolerante uitspraak (‘want ze heeft toch echt niks tegen homo’s’), die door de tweede helft ervan echter totaal teniet wordt gedaan. Want als je niks tegen homo’s hebt, waarom zouden zij hun liefde dan niet in het openbaar mogen tonen? Omdat het anders is? Omdat je zoenen in het openbaar sowieso niet vindt kunnen? Of omdat je wellicht toch niet zo tolerant bent als dat je zelf denkt?

Want, hoe tolerant zijn we eigenlijk? Ik zou zo in mijn omgeving niemand kunnen noemen die iets tégen homo’s heeft. Of lesbiennes. Of biseksuelen. Maar is dat wel echt zo? Schijntolerantie komt vaker voor dan je denkt. En niet alleen op het vlak van geaardheid.

“Ik heb niks tegen homo’s, maar mijn eigen kind zie ik toch wel graag heteroseksueel.”
“Ik heb niks tegen buitenlanders, maar ik hoef ze niet naast me te hebben wonen.”
“Ik heb niks tegen moslims, maar die moskeeën bouwen ze maar mooi in hun eigen land.”

Tolerantie tot en met je comfortzone. We vinden het allemaal prima, zolang we er maar niet te direct mee te maken hoeven te krijgen. Want twee mannen zoenend op straat, dat is toch echt net een stapje te ver. En twee vrouwen die samen een kind willen krijgen? Dat heeft moeder natuur uiteraard nooit zo bedoeld.

En dus is een dag als vandaag helaas nog steeds nodig. Een dag om de kast open te gooien, waarvan we zelf de sleutel in het slot hebben gestoken. Want wat je niet ziet, bestaat niet. Of hoeven we in ieder geval niet direct mee geconfronteerd te worden.

En dus sluiten we de liefde op. De liefde die we juist zo hard nodig hebben. Of je nou van sterrenmunt thee houdt of van sterke espresso. En of je als man nou op andere mannen valt of geaardheid helemaal niet belangrijk vindt en gewoon verliefd wordt op een persoon an sich. Het gaat niet om wie of wat of waarvan je houdt, het gaat erom dat je de vrijheid moet kunnen hebben om die liefde te kunnen tonen. Om die liefde te kunnen laten zien. Of dit nu op straat is, je slaapkamer of van mijn part de supermarkt. Kijk, je hoeft echt niet rollebollend tussen de diepvriespizza’s liggen, maar elkaar de hand niet durven reiken omdat je bang bent dat anderen er wellicht wat van vinden? De liefde is het mooiste wat een mens kan overkomen. Dat moet je niet in een kast stoppen. Dat moet je vieren.

In een opwelling haal ik het pakje sterrenmunt van de band en zeg tegen de kassière dat ik wat ben vergeten. Ik kom terug met een pakje gemixte fruitthee en een appeltaart mét slagroom. Verandering van spijs doet immers eten. En ach, als er toch wat te vieren valt, kan ik het maar beter meteen goed doen!

 

De jackpot

De meeste mensen hadden het niet verwacht. Als zelfs je oma zegt “Nou, die had ik even niet zien aankomen!”, dan weet je dat het met het verrassingseffect wel goed zit.

Het was dan ook een impulsief besluit. Een aandoening waar ik wel vaker last van heb, maar in dit geval is het besluit het daadwerkelijk te doen wel eentje met redelijk grote gevolgen. Ik bedoel, als er een recht bij te pas moet komen om het impulsieve besluit ongedaan te maken, dan weet je dat je het over iets anders hebt dan een vliegticket naar Thailand.

En natuurlijk hadden we het er wel eens over gehad. Een beetje lacherig. Als een grapje. Zoals je het ook wel eens hebt over ‘Wat als we een miljoen zouden winnen?’ Zo’n geval van: Leuk om over te hebben, maar de kans dat het echt gaat gebeuren is erg klein.

Tot die afgelopen zondagavond op de bank. Terwijl mijn wederhelft nog een beetje lag bij te komen van zijn romantische uitstapje de avond ervoor, kwamen we er ineens op. Hoe, geen idee, maar ineens hoorde ik mezelf op de toon van mijn moeder zeggen dat het ‘wellicht wel eens handig was om samen iets vast te leggen’. Een uurtje opties, vormen en manieren googelend later, was het eigenlijk duidelijk. Onder het mom van: als ik nu doodval is het wel zo aardig als jij hier gewoon mag blijven wonen, kwam het T-woord ter sprake. Eerst ouderwets lacherig (“Zou wel een stunt zijn als we dit doen zeg!”), maar naarmate het gesprek vorderde leek de grappenkant ineens een serieuze kant te krijgen. Zo serieus dat we elkaar op een gegeven moment aankeken en zeiden: “Zullen we het dan maar doen?”

Zullen we het dan maar doen.
Dat die zes woorden tot één van de meest bizarre telefoongesprekken uit mijn leven zouden leiden, had ik iets meer dan een week ook niet kunnen vermoeden. Maar toch zat ik daar nu, aan de telefoon, met de gemeente, onze TROUWdatum te plannen! Echt, ik voelde me alsof ik 12 jaar was en voor de grap de Kindertelefoon belde. Of ik even de achternaam van mijn aanstaande kon spellen. Hoe kom ik zo volwassen ineens?

Dat ook onze ouders de bevestigingsbrief drie keer moesten lezen voordat het bericht eindelijk tot ze doordrong, zegt wel iets over het bedrag dat ze ingezet hadden op de kans dat we ooit nog zo’n besluit zouden maken. Het mooie aan zo’n een kleine winkans is wel, dat als je dan toch ineens die prijs pakt, het ook wel echt meteen de jackpot is.

Maar zoals kersverse miljonairs betaamt, moeten we zelf nog een beetje wennen aan onze nieuwe sociale status. Niet dat we nu al spijt hebben van het kopen van het lot. Maar dat de prijs die we hebben gewonnen, stiekem groter is dan we hadden kunnen denken. Want hoewel oma vast niet zal begrijpen dat we met onze jackpot voor een gratis optie zonder poespas kiezen, weten wij dat we impulsief hebben gekozen voor de beste hoofdprijs die er is: een spontaan feestje voor de liefde. En dat, is bijna net zo leuk als een ticket naar Thailand!