Pisnicht

‘Hé, dit is in Veenendaal opgenomen!’, roep ik verheugd.

Vijf minuten later maakt de verheuging plaats voor schaamrood op mijn kaken.
In shock kan ik alleen maar denken: ‘Shit, dit is in Veenendaal opgenomen…’

Komend weekend is pride weekend. Een weekend om de liefde te vieren in alle vormen, soorten, maten en kleuren. Een prachtig feest, maar helaas ook een feest met een zwarte keerzijde. Dat bewijst de documentaire ‘Pisnicht: The Movie’.

Terwijl ik kijk naar het marktplein waar ik zelf de afgelopen jaren vaak kwam, met mensen die ik al dan niet vaag of beter ken, hoor ik de één na de andere afkeurende uitspraak over homoseksualiteit. Met als hoogtepunt de schreeuwende jongen die op de vraag ‘Ben je homo?’ reageert met de alles samenvattende: ‘Ik moet je een klap voor je kop geven! Donder op joh, idioot!’

Hoewel ik weet dat dit stuk van de documentaire in iedere stad opgenomen had kunnen zijn, weet ik ook waarom er specifiek voor Veenendaal werd gekozen. Terwijl ik mij in woede en verbijstering uitlaat op social media, reageert een bekende van me dat ook zij helaas van huis uit weet hoe het is als ‘anders zijn’ (of – beter nog – gewoon jezelf zijn) niet wordt geaccepteerd. Een strijd die al jarenlang duurt.

Het maakt me boos. Maar meer nog verdrietig. Dat we anno 2019 nog steeds niet in een samenleving kunnen leven waar de liefde an sich gewoon geaccepteerd wordt. Waar nog steeds mensen teleurgesteld  zouden zijn als hun kind thuis zou komen vertellen dat hij of zij op iemand van hetzelfde geslacht valt. Waar nog steeds mensen geloven dat je als homoseksueel niet volwaardig bent. Of dat het een keuze is.

Ik schaam me. Voor Veenendaal. Voor de mensen die zich blijkbaar niet schamen dat ze leven met oogkleppen op. Voor de mensen die niet kunnen zien hoe mooi de liefde kan zijn. Ongeacht gender, kleur of geslacht.

Ik schaam me. Dat documentaires als deze nog steeds nodig zijn. En dat het feestje niet gewoon alleen maar een feestje kan zijn. Van man tot vrouw tot vrouw tot man tot man tot mens.

Vier de liefde

“Kijk, ik heb echt niks tegen homo’s, maar dat zo open en bloot zoenen op straat hoeft van mij niet hoor!”

Het is dinsdag 11 oktober en ik sta in de supermarkt een bak kwark, wattenschijfjes en een doosje thee in mijn mandje te laden. Terwijl ik sta te twijfelen of ik niet eens een keer zal afwijken van mijn sterrenmunt thee-verslaving, vang ik het gesprek op tussen de twee dames. Nieuwsgierig vraag ik me af hoe ze zo tussen de doosjes Pickwick ineens op het onderwerp homoseksualiteit zijn aanbeland. Totdat ik me bedenk dat het vandaag Coming Out Day is.

Al afrekenend bij de kassa blijft het ene zinnetje maar door mijn hoofd spoken. Een op zich tolerante uitspraak (‘want ze heeft toch echt niks tegen homo’s’), die door de tweede helft ervan echter totaal teniet wordt gedaan. Want als je niks tegen homo’s hebt, waarom zouden zij hun liefde dan niet in het openbaar mogen tonen? Omdat het anders is? Omdat je zoenen in het openbaar sowieso niet vindt kunnen? Of omdat je wellicht toch niet zo tolerant bent als dat je zelf denkt?

Want, hoe tolerant zijn we eigenlijk? Ik zou zo in mijn omgeving niemand kunnen noemen die iets tégen homo’s heeft. Of lesbiennes. Of biseksuelen. Maar is dat wel echt zo? Schijntolerantie komt vaker voor dan je denkt. En niet alleen op het vlak van geaardheid.

“Ik heb niks tegen homo’s, maar mijn eigen kind zie ik toch wel graag heteroseksueel.”
“Ik heb niks tegen buitenlanders, maar ik hoef ze niet naast me te hebben wonen.”
“Ik heb niks tegen moslims, maar die moskeeën bouwen ze maar mooi in hun eigen land.”

Tolerantie tot en met je comfortzone. We vinden het allemaal prima, zolang we er maar niet te direct mee te maken hoeven te krijgen. Want twee mannen zoenend op straat, dat is toch echt net een stapje te ver. En twee vrouwen die samen een kind willen krijgen? Dat heeft moeder natuur uiteraard nooit zo bedoeld.

En dus is een dag als vandaag helaas nog steeds nodig. Een dag om de kast open te gooien, waarvan we zelf de sleutel in het slot hebben gestoken. Want wat je niet ziet, bestaat niet. Of hoeven we in ieder geval niet direct mee geconfronteerd te worden.

En dus sluiten we de liefde op. De liefde die we juist zo hard nodig hebben. Of je nou van sterrenmunt thee houdt of van sterke espresso. En of je als man nou op andere mannen valt of geaardheid helemaal niet belangrijk vindt en gewoon verliefd wordt op een persoon an sich. Het gaat niet om wie of wat of waarvan je houdt, het gaat erom dat je de vrijheid moet kunnen hebben om die liefde te kunnen tonen. Om die liefde te kunnen laten zien. Of dit nu op straat is, je slaapkamer of van mijn part de supermarkt. Kijk, je hoeft echt niet rollebollend tussen de diepvriespizza’s liggen, maar elkaar de hand niet durven reiken omdat je bang bent dat anderen er wellicht wat van vinden? De liefde is het mooiste wat een mens kan overkomen. Dat moet je niet in een kast stoppen. Dat moet je vieren.

In een opwelling haal ik het pakje sterrenmunt van de band en zeg tegen de kassière dat ik wat ben vergeten. Ik kom terug met een pakje gemixte fruitthee en een appeltaart mét slagroom. Verandering van spijs doet immers eten. En ach, als er toch wat te vieren valt, kan ik het maar beter meteen goed doen!