Moet je eens proberen

Moet je eens proberen, zonder ruzie iemand op de hakken te trappen.
Moet je eens proberen, hardop liedjes beginnen te zingen om 5:00 uur ’s ochtends.
Moet je eens proberen, zomaar een praatje met iemand aanknopen.
Moet je eens proberen, bij een wildvreemde thuis naar het toilet gaan.
Moet je eens proberen, naast iemand in het maïs hurken.
Moet je eens proberen, snoepjes aannemen van een vreemde.
Moet je eens proberen, iemand complimenteren met zijn outfit.
Moet je eens proberen, jezelf compleet en zonder gêne uitdossen.
Moet je eens proberen, iemand een schouderklopje geven als het lastig wordt.
Moet je eens proberen, te knuffelen met onbekende mensen.
Moet je eens proberen, gratis bier drinken om 11:00 uur ’s ochtends.
Moet je eens proberen, dansjes te maken midden op straat.
Moet je eens proberen, zomaar iemands hand vastpakken.
Moet je eens proberen, je darmen luid te ontluchten in het openbaar.
Moet je eens proberen, zonder moeite culturen bij elkaar samen te brengen.
Moet je eens proberen, de liefde te vieren zonder haat.
Moet je eens proberen, je de ideale wereld voor te stellen.

Moet je eens proberen. De Nijmeegse Vierdaagse.

Advertenties

Te vroeg

Al zuchtend en steunend trekt hij het doek om de tent.
Voorovergebogen piepen onder het omhoog kruipende shirt twee blozende billen tevoorschijn. Als ik iets te lang kijk, lijkt het net alsof het zuchten en steunen uit deze hoek komt.
Snel draai ik mijn hoofd.

Een uur eerder vond ik hem slapend met zijn hoofd op het stuur.
‘Je bent te vroeg’, zei hij.
Ik keek op mijn hoorloge. Vijf voor tien. Hij had gelijk.
Of er nog wat lekkere koffie uit het café op de bon te krijgen was, vroeg hij.
Ik zei dat van ons tweeën, hij degene was die hier vandaag het geld verdiende. Niet ik.
Toen haalde ik toch maar koffie.
Cafeïne kun je kopen. Een stevig opgebouwde tent niet.

Met een zucht komt hij overeind.
Zijn broek vol met vlekken. Zijn shirt één grote vlek. Slijtage-gaatjes zorgvuldig doch duidelijk zichtbaar met de hand genaaid.
Tevreden kijkt hij omhoog. Sjort nog een keer aan het doek. Veegt zijn handen af aan zijn buik en trekt – godzijdank – zijn broek weer omhoog.

‘Zo’, zegt hij. ‘En nu ga ik weer slapen. Roep me maar als jullie klaar zijn.’
Hij giet het laatste restje koffie naar binnen. Strijkt zijn grijze haren naar achteren.
En kruipt dan zuchtend en steunend terug zijn bus in.

Ik kijk naar de tent. En dan op mijn horloge.
Vijf voor elf.
Hij had gelijk. Het is nog te vroeg.

Vakantie

‘Dan mag jij dit jaar kiezen waar we naartoe op vakantie gaan, ok?’
‘Ok.’
‘Ok.’

‘Ik zag dat je in januari best voordelig naar China kan vliegen. Zullen we daar weer naartoe gaan? Dat was toch leuk? Toch? Dat vond jij toch ook? Toch?’
‘Jazeker. Maar ik dacht dat ik mocht kiezen waar we heengaan dit jaar. Toch?’
‘Oja. Ok.’
‘Ok.’

‘Oh, dat Indiaas eten is zó lekker! Ik zou er zo weer voor naar India willen. Dat was ook fantastisch! Toch?’
‘Jazeker. Maar ik dacht dat ik mocht kiezen waar we heengaan dit jaar. Toch?’
‘Oja. Ok.’
‘Ok.’

‘Ik sprak zojuist een man op de souk en die raadde écht Marokko aan in januari! Heerlijke temperatuur, goed rondreizen, niet duur. Klinkt goed! Toch?’
‘Jazeker. Maar ik dacht dat ik mocht kiezen waar we heengaan dit jaar. Toch?’
‘Oja. Ok.’
‘Ok.’

‘Chili! En dan Bolivia! Niet te veel rondtrekken, maar één of meerdere meerdaagse wandelingen maken. Volgens pa is dat écht het mooiste dat zij hebben gedaan. Nou ja, op Nepal na dan. Ook tof! Toch?’
‘Jazeker. Maar ik dacht dat ik mocht kiezen waar we heengaan dit jaar. Toch?’
‘Oja. Ok.’
‘Ok.’

‘Nou ja zeg, krijg ik toch zomaar ineens een pop-up over Zuid-Afri…’

‘Ja héél leuk, maar IK DACHT DAT IK MOCHT KIEZEN WAAR WE HEENGAAN DIT JAAR! TOCH?!’

‘Oja. Ok.’
‘Ok.’

Ik denk dat we dit jaar gezellig thuis blijven.