De schaamte voorbij

‘Zouden ze zich hier ook druk maken om de bosbranden in Australië?’

Terwijl ik de vraag hardop stel, weet ik het rethorische antwoord al. Langs mijn treinraam zoeven de bermen vol afval voorbij. Eens in de zoveel tijd verschijnt aan de horizon een zwarte rookpluim. De geur van verbrand plastic dringt mijn poriën binnen.

Op het plein waar we aankomen zitten aapjes in een kooi met – hoe ironisch – gevangeniskostuumpjes aan. Twee vrouwen maken een foto met een struisvogel. Verderop staat een pony met zijn twee voorbenen aan elkaar gebonden. Deze worden pas losgemaakt al een klein jongetje zijn vader zover heeft gekregen om een ritje te mogen maken.

Langs de straat zit een vrouw met kind. Op de stoep een man met een verminkt been. Een blinde opa gaat zingend door de straten. Het verkopen van pakjes losse tissues kan vast niet alle tranen drogen. Als ze nog de kracht hebben om tranen te laten.

Reizen maakt nederig. Juist de momenten die oncomfortabel zijn doen je des te meer beseffen hoe weinig we thuis te klagen hebben. En dat we dus de mogelijkheid hebben om ons zorgen te maken over iets als bosbranden aan de andere kant van de wereld.

Alles begint met welvaart, gezondheid en educatie. Pas als je dat hebt is er ruimte voor schaamte. Pas dan kun je de kracht die je hebt gebruiken om beter te weten.

Schaamte

Ik ga op vakantie en neem mee:

Mijn schaamte.

Al dagen kijk ik met de buikpijn de berichten. Het filmpje met de van de pijn uitschreeuwende koala doet me de das om. Net als naast me wordt gezegd dat ik misschien moet stoppen met kijken, biggelen de tranen over mijn wangen.

In het toilet op het vliegveld fatsoeneer ik mijn mascara. Aan de andere kant van de spiegel kijken schuldbewuste ogen mij aan.

De wereld staat in brand en ik schaam me.

Genoeg om extra te betalen voor de gemaakte co2 uitstoot.
Genoeg om een gulle bijdrage te storten aan het land waar ik ooit zelf een jaar lang vertoefde.
Genoeg om al tijden geen dieren te eten, afval te scheiden, klein(er) te wonen, bewust(er) te leven…

En tóch die vakantie te boeken.

Gelaten loopt ik het toilet uit.
‘Velen doen het slechter dan jij. Je hebt gedaan wat je kon.’

Maar is dat zo?

Stil koester ik de gedachte dat schaamte de eerste stap is naar bewustwording. De eerste stap naar actie. Naar verandering. Voor de toekomst.

Ik ga op vakantie en ik neem mee:

Mijn schaamte. Bewust ingepakt.

De kerstboom is voor Jezus

Vroeger vertelde mijn moeder mij altijd dat iedereen een mooi versierde boom in de woonkamer neerzette omdat het mijn verjaardag was.

Aangezien ik een nogal goed gelovig kind was en óók geloofde dat in iedere kerk een koning woonde, slikte ik deze leugen als zoete kerstkrans. Al was het alleen maar omdat dit mij de legitimiteit én het alleenrecht verschafte om als enige het kinneke Jezus in de kerststal neer te mogen zetten.

Totdat ik er dus achter kwam dat het dus niet vanwege míj, maar uitgerekend door dat kinneke Jezus kwam dat iedereen die mooi versierde kerstboom in de woonkamer had staan.

De kerstboom is voor Jezus.
In kerken wonen geen koningen.

Overmorgen word ik vijfendertig.

En ik heb nog nooit zo hard in sprookjes willen geloven.