Opklaren

Het meest vreselijk zijn natuurlijk de mensen die de schoonheid in alle kleine dingen kunnen zien.

Die constant lichtvoetig dansende neushoorns van donkere wolken onderscheiden en iedere zonnestraal aanschouwen als een klompje gebundeld goud. Dat speciaal voor jou precies op dat ene plekje op de bank schijnt waar de kat zo vol rust ligt te soezen.

Dit soort mensen maakt zich niet drukker dan nodig is. Raakt niet geërgerd als het grote bord bovenop het kleine bord gestapeld staat, maar verwondert zich slechts over het feit dat het zo dus ook kan. Nee, ziet er zelfs de schoonheid van in. Een nieuwe compositie.

Kijk! Zie je hoe die lichtjes daar schitteren op het water? Hoe de vogel een nest bouwt? Hoe de buurman zijn bus altijd op precies dezelfde plek parkeert?

Observeerders zijn het. Gluurders.
Zij die altijd alles zien.
Zij die altijd meer weten.
Meer genieten.

Van de zon. De wolken. De wind.
En hoe die wind de grijze wolken met een stille zucht van de warme zon verdrijft.
En dan langzaam de lucht laat opklaren.

In jouw hoofd.

Advertenties

Geen weer

‘Hé, ben je aan het sporten?’

Ik kijk op van mijn telefoon om te zien aan wie deze vraag is gericht, maar kan op het lege perron niet anders constateren dan dat de vrouw het tegen mij heeft.

Ik twijfel wat ik moet antwoorden op haar vraag. Al zittend scrollen door je Instagram tijdlijn is niet bepaald het soort activiteit dat ik zou scharen onder het werkwoord ‘sporten’. Hoewel ik me kan voorstellen dat de trainingsbroek die ik aanheb voor enige misleiding kan zorgen.

‘Ik kom echt ineens zoveel mensen tegen die sporten. Het lijkt wel een teken van bovenaf weet je. Alsof al die mensen mij iets willen vertellen.’

De vrouw gaat tegenover mij zitten. Dikke blauwe oogschaduw steekt fel af tegen de grijze lucht. Haar paarse jas glinstert van de eerste regendruppels en haar volle lippen zijn omlijnd met donkerrood. Op haar hoofd draagt ze een muts met de afbeelding van een poes. Als er één ding is dat ik haar zou willen vertellen, is dat het eruit ziet dat het vandaag hondenweer gaat worden.

‘Ik kom niet echt uit een fijne periode weet je. Slecht voor mijzelf zorgen, je kent het wel.  Maar nu, al die sportende mensen. Dat zou ik ook moeten doen. Buiten, frisse lucht.’

Voor een paar seconden sluit ze haar ogen. De diepe inademing doet haar buik en de gouden gesp van haar riem opbollen. Wijdbeens slaakt ze een zucht en trekt de poezenmuts nog wat verder over haar oren. Boven onze hoofden pakken de wolken zich dreigend samen. Regen klettert op rails. In de verte komt de trein langzaam dichterbij.

Met mijn telefoon in de ene hand en mijn sporttas in de andere sta ik op.
En nog voordat ik de trein instap hoor ik haar zeggen wat ik denk.

‘Het is eigenlijk geen weer om te sporten vandaag.’

Dans

Het is zaterdagavond en we logeren een nachtje bij oma.
Bij oma logeren betekent participeren in één van haar favoriete hobby’s: televisie kijken.
Vanavond kijken we naar het programma Dance Dance Dance, waarin sterren de dansjes uit bekende videoclips na dansen.

‘Heeft u vroeger ook gedanst?’, vraag ik, met in mijn achterhoofd een zwart-wit plaatje van oma als een jong meisje met blosjes op haar wangen al quick-steppend in zo’n ouderwets achteraf danszaaltje. Op de een of andere manier krijgt dansen nog meer nostalgie als het zich zonder kleur met zwierende rokken en rollers in de haren in mijn hoofd afspeelt.

‘Dansen?’, zegt ze. ‘Dat liet ik wel aan mijn vaders handjes over. En maak van die zwierende rok maar een lange. Een zwart-wit plaatje in je hoofd is leuk, maar bij ons was het alleen maar zwart wat de klok sloeg. De kleur van onze kousen.’

Terwijl zich op televisie een Moulin Rouge-achtig tafereel afspeelt met wulpse bewegingen en dito kleding, vertelt oma dat haar grootste uitspatting bestond uit die ene keer dat ze met een vriendinnetje besloot om stiekem met de bus naar Gouda te gaan. Ze hadden geld mee gekregen om boeken te ruilen, maar in plaats daarvan kochten ze een kaartje voor de bus. Die twee uur weg van huis voelde als bevrijding. Totdat haar vader er na twee keer achter kwam. ‘Dat was niet de muziek die je wilde horen.’

Die ene keer dat ze wel uit mocht, was naar een paardenmarkt een half uur lopen verderop. Om half acht zou het beginnen, maar oma moest van haar vader al om acht uur thuis zijn. Om de kans op een feestje toch niet mis te lopen, ging ze alsnog. Om er op de feestplek achter te komen dat het feest met een uur uitgesteld was. Zo eindigde haar eerste en enige stapavond in een feestje waar ze nooit de muziek van heeft horen klinken. Om over danspasjes maar te zwijgen.

Op tv worden de stemmen geteld. Eén koppel moet het veld verlaten.
Tranen worden weggepinkt en woorden als eerlijk en oneerlijk vallen tussen de omhelzingen door. Het leven is hard in de showbusiness.

Van de tv kijk ik naar oma. Zachtjes knijp ik mijn ogen toe en probeer tussen mijn wimpers voor te stellen hoe het zou moeten zijn geweest als dat feest niet was uitgesteld.
Blosjes op de wangen, krullers in het haar. Met naast al het zwart, ook wat wit om het plaatje in mijn hoofd compleet te maken.