Zeevonkverlangen

Ballerina, dolfijnentrainer, parachutist, presentatrice, kunstenaar.
Als kind wilde ik het liefst iedere dag iets anders worden.
Toen ik groter werd wilde ik het liefst ieder jaar naar een ander land. De studie die ik tussendoor koos was zo breed en algemeen dat ik er alsnog ieder jaar iets anders mee zou kunnen doen. In de praktijk bleek dit na mijn afstuderen ook daadwerkelijk zo te zijn.

Stilstand is achteruitgang.
Ik houd van beweging. Nieuwe dingen. Veranderingen.
Niks fijner dan de eerste nacht in je nieuwe huis, het ontdekken van een nieuwe stad of het spontaan rijden naar het strand om zeevonk te spotten.

En toen kwam corona.
Geen goed moment om jullie te laten googelen naar ‘wat is zeevonk’ en een nog slechter moment om jullie ervan te overtuigen dat dit iets is ‘wat je echt een keer gezien moet hebben.’

Gelukkig stond op mijn lijstje achter zeevonk al een vinkje.
En stond ik – alle narigheid ten spijt – door corona keihard AAN.

Er werden gaten geslagen in standaard patronen en de ruimte die ontstond voelde als een speelveld dat gevuld kon worden met nieuwe dingen. Ik sloeg aan het knutselen, startte een online klas met verhalen, hing de mc uit tijdens online discoronafeestjes en wist me tussendoor iedere dag in een ander kleurrijk outfitje te hullen.

Stilstand is achteruitgang.
Totdat ook de nieuwe dingen niet zo nieuw meer waren.

Toen begon ik stiekem te verlangen naar alles dat eens gewoon was.
En waarvan je – net als zeevonk – niet weet wanneer het er weer zal zijn.

Spacecake

‘Oh, ik zou echt zó graag een keer spacecake willen proberen!’

Drie meisjes passeren mij. Een jaar of zestien schat ik ze. Te jong om te drinken, maar nooit te jong om te dromen. Vooral niet in een wereld waarin dromen nog de enige oplossing lijkt om aan de anderhalve meter samenleving te ontsnappen.

Ik denk terug aan de eerste keer dat ik spacecake at. Of, beter gezegd, kréég.
Het was een cadeau. Een verjaardagscadeau verpakt in aluminiumfolie, met mijn naam in vloeibare chocolade erop geschreven. Mijn vader vond het maar niks. Mijn moeder dacht in mogelijkheden: We eten hem niet nu, maar gooien hem in de vriezer. Dan snijden we hem volgend weekend aan. Hier, in de woonkamer, met jou, je vrienden en mij erbij.

Die zaterdagavond was er één van zenuwachtig gegiechel en opwinding. Mijn moeder nam de eerste plak, wij verdeelden de rest. Daarna kon het grote wachten beginnen.

Er gebeurde…niks.
Totdat mijn moeder – die met mijn vader een spelletje backgammon zat te spelen – zich ineens omdraaide en in slome woorden constateerde dat de wereld ineen wel héél langzaam leek te gaan.

Bijna net zo langzaam als de wereld nu. Waarin niet alleen spacecake maar ook dromen in de vriezer worden gezet.

Wachtend.
Op het juiste moment en de veilige omgeving om ze aan te snijden.

Pyjamapapje

Sinds de wereld is veranderd, is mijn kijk erop dat ook.

Luchtjes scheppend langs de verlate winkelstraten, dwaalt mijn blik af naar boven. Hoe komt het dat ik die gevels nooit eerder zo zag? Waarom heb ik nooit geweten wat voor schoonheid er achter sommige winkelgevels schuil gaat? En met hoeveel lelijkheid dit weer wordt gecompenseerd?

In het bos hol ik op ongeziene tijden de meest on-voor-de-hand-liggende bospaden in. De gebruikelijke rechtsaf wordt ingeruild voor een onverwachte links en brengt me op plekken die tot voor kort niet leken te bestaan. Als een geheim cadeau van het bos aan mij.

Maar ook in de supermarkt beland ik door een anderhalve-meter-uitwijkmanoeuvre in gangpaden waar ik nooit eerder met mijn winkelwagentje kwam. Niet alleen omdat ik normaal gesproken een diehard winkelmandje-winkelaar ben, maar ook omdat de schappen met opvolgmelk en dreumesbiscuit normaal gesproken niet op ons boodschappenlijstje voorkomen.
Normaal gesproken. Totdat ik erachter kwam dat je dankzij deze afdeling in een handomdraai biologische speltpasta met venkel, wortel en pastinaak op tafel kan zetten. Om nog maar te zwijgen over het pyjamapapje met banaan.

’s Avonds lopen we een ommetje. Vlak voor thuiskomst kruisen we het park met de oude begraafplaats. Hoe vaak ben ik hier al langs gelopen zonder er daadwerkelijk doorhéén te lopen? Helaas. Het is acht uur en het hek zit dicht.

‘Maar we kunnen er toch gewoon overheen stappen?’, probeer ik nog.
‘Nee, laten we ons netjes aan de regels houden’, zegt hij.

Terwijl we via een omweg naar huis lopen, kijk ik omhoog en vraag me af wie de persoon is die iedere dag het hek opent en sluit. Zou diegene ook van pyjamapapjes houden?