Droom

Soms droom ik ervan dat de dag wordt gecanceld. Dat ik, als ik weer eens op een onmogelijk tijdstip naast mijn bed sta, het bericht krijg dat alles wat gepland stond, vandaag niet doorgaat.

Ik droom dan dat ik om 6.00 met een boek op de bank kruip. Of een hele ochtend afleveringen van ‘Ik vertrek’ bingewatchen. Dat het buiten langzaam licht wordt, maar de dag niet hoeft te beginnen. Een soort ziek zijn zonder ziek te zijn.

En nee, dat is niet hetzelfde als niks doen in het weekend. Sowieso is vrijwillig om 6.00 opstaan met als doel ‘niks doen’ geen goed verkoopbaar concept. Dat voelt toch een beetje als een hondendrol met een strikje eromheen. Het ziet er leuk uit, maar het is eigenlijk een stomme grap waar je niet in wil trappen.

Nee, de gecancelde dag moet een werkdag zijn. Een dag waarop je eigenlijk ergens had moeten zijn, iets had moeten doen en iemand had moeten spreken. Zo’n dag met to-do-lijstjes en krulletjes. En dat daar dan gewoon een dikke vette streep doorheen komt.

Zomaar.
Uit het niets.

Gaat de wekker.

Maandagmiddag

Vandaag liep een man met een dik boek in zijn handen het overdekte winkelcentrum in. Lézend.

Lopend en lezend. Zo langs de Jamin voorbij de schoenmaker, ondertussen nonchalant een bladzijde omslaand zonder zijn ogen ook maar één seconde van het boek af te wenden.

Welk boek het was kon ik in de paar luttele seconden dat ik hem kruiste niet zien. Maar het moest goed genoeg zijn om er al wandelend mee aan de haal te gaan. Had hij een afspraak en zat hij net midden in een spannend hoofdstuk? Of zat zijn uitleentermijn bij de bibliotheek erop en wilde hij het boek écht nog even uitlezen voordat hij het met boete en al weer terug moest geven?

Veel vragen, weinig antwoorden.
Verbazing. Verbijstering misschien.
Maar toen voelde ik iets veel sterkers: jaloezie.

Ik was jaloers op de man die had besloten dat op deze maandagmiddag niks belangrijker was dan het boek in zijn handen. Dat de hele wereld dan misschien wel door mocht draaien, maar dat hij zich even terugtrok in een andere wereld. In een wereld waarin geen gehaaste vrouwen hem tegemoet kwamen lopen met boodschappen in hun tas en een telefoon in hun hand, nog snel even de mail checkend en een appje beantwoordend, alvorens ze nog vijf dingen tegelijk van plan waren te gaan doen.

Vlak voordat ik via de schuifdeuren het winkelcentrum verliet, draaide ik mijn hoofd nog heel even om.

Hij niet.

 

 

Chill

Ja man, krokusvakantie is echt chill joh.

Ja. Nee. Krokusvakantie, voorjaarsvakantie, tulpenvakantie…
Wat? Carnaval? Boeit mij hoe je het noemt. De vraag is: heb jij nog zo’n voetbalshirt? Of zo’n trui van Vitesse? Met nummer 96 erop ofzo? Haha! Ja gast, jeweettoch.

Aye. Cool. Chill.
Nee, als ik straks lam ben maakt dat toch niet meer uit.

Aye. Ja. Ok. Cool. Chill.
Maarre…heb jij mijn kroegschoenen nog? Ja?
Ok. Chill.
Dan fix ik straks nog even nieuwe veters.

Ok. Chill.
Zie ik je straks op de kroeg.

Ja. Chill. Ja.
Nee, ik ben om zes uur op de kroeg. Ga ik thuis eerst nog even douchen. Dat vind ik wel chiller dan nu meteen door.  Ja. I know. I knooow! Haha!

Maar dan spreek ik je later pik.
Ok doei. Chill.