Kort verhaal (1)

Ze wist het. Het was een slecht idee geweest. Jasper had het haar al twintig keer gezegd. Met zijn grijsgroene ogen keek hij haar bezorgd aan. Ze haatte het wanneer hij zo naar haar keek. Met die blik die naast zorgzame liefde ook iets triomfantelijks uitstraalde. Zo’n blik waaraan je nu al kan zien dat hij binnen afzienbare tijd opgevolgd zal worden door een vaderlijke ‘zie je nou wel.’ Maar Jasper was haar vader niet en ze weigerde zich te gedragen als zijn dochter.

‘Zou je dit nou echt doen, Elin?’ vroeg hij toen ze die ochtend met de veel te zware weekendtas om haar schouder op het punt stond om te vertrekken. Nee, ze kon dit beter niet echt doen, maar ze deed het toch.

Ze deed het toch. En nu zat ze hier. Alleen. En vroeg ze zich af waarom ze niet naar Jasper had geluisterd. Waarom naar Jasper luisteren haar de laatste tijd sowieso zo ergerde. Net als vele andere kleine dingetjes. Ze had zich ooit, zo’n zeven jaar geleden, voorgenomen nooit iemand te worden die schreeuwend naast een vaatwasser zou staan voor een verkeerd geplaatst bord. Maar dingen gebeuren. Ongemerkt verander je blijkbaar toch altijd in één van je ouders. Hoe hard je ook wenst van niet.

Langzaam strooit ze de hagelslag op haar boterham. Hoe lang is het geleden dat ze hagelslag at? Tien, vijftien, twintig jaar? Nog zo’n deceptie van ouder worden. De lol in het leven wordt vervangen door bewustwording. Hagelslag is niet louter lekker broodbeleg, het is pure suiker op een snee witbrood gekleurd door verbrande mout. Als kind denk je dat je later als je groot bent en zelf je eigen boodschappen mag doen, dat je dan alleen nog zal leven op cola, chips en de funnies in de hagelslag. De realiteit is dat je, op een enkele keer met een kater na, nooit zal ontbijten met cola en dat je inmiddels iemand geworden bent die überhaupt niet eens meer zou weten of de funnies in de hagelslag nog wel bestaan.

‘Zou je dit nou echt doen, Elin?’

De woorden van Jasper echoden nog steeds na.
Vandaag at ze boterhammen met een extra dikke laag hagelslag.

Advertenties

Zakje

Daar loop ik dan. Met mijn zakje.

Of, nou ja, theoretisch gezien is het eigenlijk Bert’s zakje. Maar in de praktijk loop ik er toch echt mee rond. En dat voor een universiteitsmeisje.

Bert heeft echter lak aan wie of wat voor opleiding dan ook. Zolang hij maar met je mee naar buiten mag. Ik ben de beroerdste niet dus Bert mag van mij kiezen waar we heen gaan. Linksom? Of toch rechts vandaag?

Het zakje bungelt tussen mijn vingers. Ik probeer me voor te stellen dat het een geplette boterham is. Een stuk nat geworden ontbijtkoek. Even ruik ik aan mijn vingers.
Gelukkig. De angst is erger dan de waarheid.

Bert doet ondertussen of zijn neus bloedt. En steekt voor het gemak die neus meteen ook maar in andermans zaken. Schuurtjes, vuilnisbakken, lantaarnpalen. Onze wandeltocht bestaat uit snuffels en drupjes.

Langzaam voel ik de warmte uit het zakje opstijgen.
Ik probeer te denken aan warme appeltaart. Versgebakken pepernoten (het is immers alweer eind augustus). Maar hoe hard ik het ook probeer.

En ik weet dat anderen het zien.
En dat Bert – Bertje voor intimi – het ook weet.

Een zakje poep maakt van een universiteitsmeisje nog geen Sinterklaas.

Home

Home is where de vazen twee aan twee symmetrisch in de vensterbank staan.

Een vrouw lapt de ramen.
Twee emmertjes water. Eén voor schoon en één voor vies.
De poes soest buiten de straal van water spattend risico in de vroege ochtendzon.
Gerinkel van fietsen over de klinkers. Lamme fietsbellen klingelen als ijscokarren over de drempels. Opgetogen stemmen. Richting zwembad of de HEMA. Bijna gratis ontbijten met croissants is lekkerder dan het ontbijt thuis overslaan.

De buurman groet. Zijn aktetas zwart. Net zoals zijn auto, maar dan minder glimmend.
Zijn hoofd glimt wel steeds meer, denkt de buurvrouw. In haar lichtroze ochtendjas kijkt ze hem vanachter het raam na. Ze zwaait. Hij draait de hoek om. Ze zucht. En kijkt omlaag. Ze schuift de linkervaas een stukje naar rechts.

Zo. Laat de nieuwe dag maar beginnen.