Snot

‘Ik heb gewoon niet zoveel om over te huilen.’

Hij kijkt mij troostend aan terwijl ik last minute een sliert snot van mijn neus richting zijn mouw probeer te onderscheppen.
Die ik daarna weer vakkundig aan mijn eigen broek afveeg. Snot wie snot toekomt.

‘En ik wel dan?’

In een wetenschappelijk artikel las ik dat één van de redenen waarom vrouwen vaker huilen dan mannen is omdat zij vaker blootgesteld worden aan emotionele situaties.
Ik vraag me af of met je sokken in een plas water op de badkamer staan hier ook toegerekend kan worden. Of een onwillige stofzuiger die de punt van je tapijt opzuigt en het dan niet los wil laten.

Geef me een situatie en ik kan hem emotioneel maken.

‘Jullie vrouwen hebben gewoon meer huil-hormonen. Daar kan ik niks aan doen, maar jij ook niet.’

Pure machteloosheid dus.
En laat dat volgens de ‘huilprofessor’ in het artikel nou precies de trigger zijn om nog meer snot te produceren. Hulpeloze vrouwen huilen. Hulpeloze mannen worden boos.
Of de leukste thuis.

‘Sorry.’
‘Voor wat? Dat je huilt?’
‘Nee, dat mijn snot op je nieuwe blouse zit.’
‘Ach, altijd beter dan babymaïs. Zo klein nog en dan al in een blikje.’

Met één grote plop blaas ik een snottebel uit mijn neus.
Om te janken is het.

Advertenties

Bommetje

Je hebt in dit leven twee soorten mensen.
Mensen die rustig met het trapje te water gaan om baantjes te trekken.
En mensen die het liefst een bommetje willen maken vanaf de hoogste duikplank.

En moge geen verrassing zijn dat ik tot de tweede categorie mensen behoor, maar dat betekent niet dat ik niet regelmatig van grote hoogte naar het veilige beneden staar, waar armen en benen zonder nadenken de vormen van potloden, ronde pannenkoeken en kikkerbillen nabootsen. Dit alles onder het rustgevende geklots van het water tegen het gootje aan de rand van het zwembad.

Het enige dat ondertussen boven aan die duikplank klotst, zijn mijn oksels. Druppeltjes zweet die zich als in een glijbaan een weg banen via mijn ribbenkast naar mijn knikkende knieholtes. Om over de klamme handjes nog maar te zwijgen.

Het is daarboven op die duikplank dat ik me vaak pas besef hoe hoog het platform zich daadwerkelijk boven het wateroppervlakte begeeft. En het is daarboven op dat torenhoge platform dat ik me vaak afvraag: waarom ook alweer dat bommetje?

Potlood, pannenkoek, kikkerbil.
Het leven kan zo eenvoudig zijn. Zo overzichtelijk.
Zo veilig.

En precies dan…
spring ik.

 

Opklaren

Het meest vreselijk zijn natuurlijk de mensen die de schoonheid in alle kleine dingen kunnen zien.

Die constant lichtvoetig dansende neushoorns van donkere wolken onderscheiden en iedere zonnestraal aanschouwen als een klompje gebundeld goud. Dat speciaal voor jou precies op dat ene plekje op de bank schijnt waar de kat zo vol rust ligt te soezen.

Dit soort mensen maakt zich niet drukker dan nodig is. Raakt niet geërgerd als het grote bord bovenop het kleine bord gestapeld staat, maar verwondert zich slechts over het feit dat het zo dus ook kan. Nee, ziet er zelfs de schoonheid van in. Een nieuwe compositie.

Kijk! Zie je hoe die lichtjes daar schitteren op het water? Hoe de vogel een nest bouwt? Hoe de buurman zijn bus altijd op precies dezelfde plek parkeert?

Observeerders zijn het. Gluurders.
Zij die altijd alles zien.
Zij die altijd meer weten.
Meer genieten.

Van de zon. De wolken. De wind.
En hoe die wind de grijze wolken met een stille zucht van de warme zon verdrijft.
En dan langzaam de lucht laat opklaren.

In jouw hoofd.