Watermeloen

Sinds een half jaar wonen op een nieuwe plek in het centrum. Een levendig straatje vol kunstenaars, muzikanten, creatief pluimage en voor onze deur een Marokkaanse winkel. Hoewel, winkel dekt wellicht niet helemaal de lading, aangezien je er behalve brood, vlees en fruit ook een portie gezelschap kan halen.

Of het nu ’s ochtends negen of ’s middag vier uur is, de hele dag door is het een komen en gaan van, vooral, oudere Marokkaanse mannen die een boodschap en een praatje komen doen. Wanneer de zon schijnt en ik boven op de badkamer met het raam open mijn tanden sta te poetsen, waan ik mij met mijn ogen dicht soms midden op een markt in Marrakesh.

De eigenaar van de winkel, Jamal, woont al meer dan 40 jaar in Nederland en kent de straat en de buurt van haver tot couscous. Hij vertelt me over wie waar woont en strooit ondertussen broodkruimels voor de duiven die op het vaste tijdstip al op hem staan te wachten.

Onder de boom tegenover de winkel staan standaard een houten stoel en een geïmproviseerd tafeltje. Regelmatig zitten klanten van Jamal en hijzelf daar de zin van het leven te bespreken, of misschien gewoon wat er vanavond op tv komt, want verstaan doe ik het niet. Wel groeten ze altijd vriendelijk, vooral toen bleek dat wijzelf óók twee krukjes hadden gekocht om voor onze deur te zetten en zo nu deel uitmaken van het buitenleven op het hoekje.

Afgelopen week was het Suikerfeest. Ik had met Jamal al een aantal keer gesproken over de ramadan en het feit waarom hij zoveel watermeloenen verkocht (dit schijnt goed tegen de dorst te zijn). De afgelopen weken waren de meloenen niet aan te slepen. Alle mannetjes die de winkel naar binnen kwamen, kwamen minsten met een halve meloen weer naar buiten.

Die middag liep ik de winkel binnen. In mijn handen een bak kwarkbroodjes met daarin een kaartje: Eid Mubarak. ‘Hier’, zei ik, ‘voor jou’. Hoe ik de uitspraak op het kaartje precies moest zeggen wist ik niet, maar Jamal rende meteen naar achteren om met een dikke glimlach en halve watermeloen in zijn handen weer terug te komen. ‘Eid Mubarak. Dankjewel!’

Die zaterdag zaten we voor ons huis op onze krukjes in de zon koffie te drinken. Rechts onder de boom zaten mannetjes te keuvelen en voor onze neus werd weer een nieuwe lading watermeloenen afgeleverd. Even deed ik mijn ogen dicht en waande ik me midden op de markt in Marrakesh.

Toch fijn, als je huis een thuis en vakantie tegelijk is.

Advertenties

Het luxepaard en de backpackpoes

“Ik ga niet in een hostel hoor! Als je dat maar weet! Als ik met vakantie ga wil ik wel een beetje luxe.”

Het is vrijdagavond en op het laptopscherm schiet de ene na de andere accommodatie voorbij. Groot, klein. Met zwembad, zonder zwembad. Met zwembad, maar eigenlijk ook weer niet want meer dan met je grote teen lijk je er niet in te kunnen. Met ontbijt, zonder ontbijt. Met kippen…

“Kippen?! No way! Ik ga niet in een appartement waar ook kippen zijn hoor!”

Het luxepaardje en de backpackpoes.
Oftewel mijn zusje  en ik.
Twee diersoorten die dan wellicht wel van dezelfde familie afstammen, maar je normaal gesproken niet in eenzelfde kooi zet. Totdat het spontane impulsieve plan zich aandient om samen een week op vakantie gaan.

“Ja, sorry hier word ik niet echt blij van hoor. Zeg nou zelf. Die handdoekjes op het bed zien eruit alsof eerst iemand met zijn blote billen erop is gaan zitten!”

Mijn zusje. De persoon die ooit naast 7 paar schoenen ook een tosti-apparaat meenam in haar koffer. Mijn vraag of het ook een optie was om samen een koffer te delen, was uiteraard retorische. Weet je wel hoe handig als je grote zus en jij allebei een eigen koffer hebben en zij wellicht niet alle kilo’s gevuld krijgt?

Ruim 2 uur en 50 hotels en appartementen later zijn we er eindelijk uit. We hebben prijzen vergeleken, de luxe afgewogen (“Oh wow! Ze hebben daar Rituals in de badkamer staan!”) en – uiteraard – de hygiëne gecheckt. We hebben een eigen kamer, een eigen badkamer, geen ontbijt, maar wel genoeg winkels in de buurt. Het is luxe, maar wel betaalbaar en bovendien ziet het er niet uit alsof er kippen scharrelen of met blote billen op handdoeken wordt gezeten.

Met één druk op de knop is het geboekt.
Het paard en de poes. Samen één week met twee koffers naar Curaçao.
Of, nou ja, misschien neem ik toch maar mijn backpack mee. Kan ze daar in ieder geval geen tosti-apparaat in stoppen.

Mijn baas

Sinds kort heb ik een nieuwe baan. En met een nieuwe baan komt een nieuwe baas.
Ik werkte al een tijdje parttime voor haar, maar nu sinds twee maanden fulltime. Ik heb geen contract van haar gekregen, maar wel een hoop vertrouwen. Ergens helemaal voor gaan is immers niet niks. Dat brengt soms zijn onzekerheden met zich mee. Gelukkig heeft ze mij een mooi overzicht gegeven. Een overzicht dat laat zien dat het goed komt. Dat ik mij de komende maanden in ieder geval geen zorgen hoef te maken.

Ze is flexibel, mijn nieuwe werkgever. Geen 40 uur op kantoor met koffie uit plastic bekers, maar een laptop in een roze rugtas om in theaters, op veranda’s, creatieve hotspots of koffietentjes te werken.

Ook over hardlopen onder werktijd doet ze niet moeilijk. Balans is belangrijk en ze weet dat ik van een rondje bos vaak een stuk productiever thuiskom. Dat ik daartegenover ook wel eens om 6:00 ’s ochtends in het bos te vinden ben, om daarna netjes om 08:00 achter de mailbox te kruipen, dat ziet ze als een mooie bijkomstigheid.

Aan vaste begin- en eindtijden doet ze niet. ‘Het werk is af wanneer het af is’, is haar motto. Het probleem is af en toe echter wel dat het werk eigenlijk nooit af is. En dat zich altijd nieuwe klussen aandien te ‘te mooi zijn om te laten liggen’. Zo wil het dus nog wel eens voorkomen dat het gebrek aan begin- en eindtijden ook letterlijk een gebrek aan begin- en eindtijd betekent.

Ze zeggen wel eens dat sommige mensen hun collega’s vaker zien dan hun partner. Gelukkig kunnen mijn partner en mijn baas goed door één deur. Alhoewel hij haar af en toe ook vervloekt en zegt dat ze mij niet zo hard moet laten werken. Daar luistert ze zo nu en dan wel naar, maar meestal is ze eigenwijs. Hoewel ze het ook wel eens goed wil maken met appeltaart of een Engelse pie. Wie paait, zal oogsten.

Het is een strenge tante, mijn baas. Stilstaan is niet zo haar ding en even pas op de plaats maken is lastig als er zoveel leuke klussen zijn. Gelukkig weet ze ook dat ik net nieuw ben en nog een hoop moet leren. Zoals dat echte eigen bazen zichzelf soms ook een momentje vrijaf gunnen. En de laptop op de veranda verruilen voor een ijskoud biertje.