Seconden

Die ene seconde schrik, als je mensen in een tv-serie elkaar de hand ziet schudden.
Die twee seconden afweging, of je bij een tegenligger links of rechts zal uitwijken. 
Die drie seconden extra, waarmee je steeds opnieuw je handen wast.
Die vier seconden geduld, als iemand voor je de klaphekjes van de supermarkt passeert. 
Die vijf seconden wachttijd, voordat je het scherm van de NOS weer ververst.

Het zijn die paar seconden, die bijna ongrijpbare momenten van tijd, die het verschil markeren. Tussen toen en nu. Tussen voor en na. Maar ook tussen wat eens gewoon en nu nieuwe werkelijkheid is.

Het zijn die kleine seconden, die nu het leven domineren. 
De reflex, de gedachte. Die ene nanoseconde gedachte dat alles en iedereen een gevaar lijkt te zijn.

Gelukkig is tijd niet meer dan een verzinsel. Niet meer dan wat woorden om iets ongrijpbaars te kunnen begrijpen. Terwijl het enige dat we hoeven te begrijpen, is dat tijd verstrijkt. Snel of langzaam. Wie zal het zeggen?

Eén ding is zeker: alles gaat voorbij.

En als je dan toch de seconden telt, vergeet dan niet ook je zegeningen erbij op te tellen.

 

Familie

We zouden een heel weekend samen zijn.
Samen. In een huisje.
Aparte kamers uiteraard.
En we hoefden ook heus niet alles samen te doen. Nee, gewoon ieder zijn eigen gang. Je eigen ding doen. Maar toch ook samen zijn.

Samen.

Het voelt vreemd. Vreemd en vertrouwd tegelijkertijd.

Het gekibbel. De grapjes.
De grapjes die anderen niet zouden snappen.
He gekibbel waar anderen hun wenkbrauwen bij zouden optrekken.
Maar waarvan wij weten dat het gewoon onze gemeenschappelijke koppigheid is. Koppigheid die vanzelf weer overwaait. Waarna gewoon weer grappen worden gemaakt over lekkere kontjes en mijn zusje na het ontbijt bijna bij mij op schoot kruipt om mijn wenkbrauwen bij te werken, want ‘deze bossen kunnen echt niet’.

Dingen die alleen zij kunnen zeggen.
Dingen die alleen zij weten.
Maar ook dingen die zij niet meer weten. Niet meer snappen. Omdat met het groeien naar volwassenheid sommige takken naar een andere kant groeien. En er soms ook nieuwe stekjes bijkomen.

Maar zoals appels niet ver van de boom vallen, zo blijven ook de stekjes door middel van hun trekjes via de wortels met elkaar verbonden.

‘Jullie zijn soms met zijn allen net zo onbuigbaar als een stuk hout’, zegt hij als we na het weekend naar huis rijden.

Familie.
Alleen daar kan het vreemde vertrouwd voelen.

Droom

Soms droom ik ervan dat de dag wordt gecanceld. Dat ik, als ik weer eens op een onmogelijk tijdstip naast mijn bed sta, het bericht krijg dat alles wat gepland stond, vandaag niet doorgaat.

Ik droom dan dat ik om 6.00 met een boek op de bank kruip. Of een hele ochtend afleveringen van ‘Ik vertrek’ bingewatchen. Dat het buiten langzaam licht wordt, maar de dag niet hoeft te beginnen. Een soort ziek zijn zonder ziek te zijn.

En nee, dat is niet hetzelfde als niks doen in het weekend. Sowieso is vrijwillig om 6.00 opstaan met als doel ‘niks doen’ geen goed verkoopbaar concept. Dat voelt toch een beetje als een hondendrol met een strikje eromheen. Het ziet er leuk uit, maar het is eigenlijk een stomme grap waar je niet in wil trappen.

Nee, de gecancelde dag moet een werkdag zijn. Een dag waarop je eigenlijk ergens had moeten zijn, iets had moeten doen en iemand had moeten spreken. Zo’n dag met to-do-lijstjes en krulletjes. En dat daar dan gewoon een dikke vette streep doorheen komt.

Zomaar.
Uit het niets.

Gaat de wekker.