Pyjamapapje

Sinds de wereld is veranderd, is mijn kijk erop dat ook.

Luchtjes scheppend langs de verlate winkelstraten, dwaalt mijn blik af naar boven. Hoe komt het dat ik die gevels nooit eerder zo zag? Waarom heb ik nooit geweten wat voor schoonheid er achter sommige winkelgevels schuil gaat? En met hoeveel lelijkheid dit weer wordt gecompenseerd?

In het bos hol ik op ongeziene tijden de meest on-voor-de-hand-liggende bospaden in. De gebruikelijke rechtsaf wordt ingeruild voor een onverwachte links en brengt me op plekken die tot voor kort niet leken te bestaan. Als een geheim cadeau van het bos aan mij.

Maar ook in de supermarkt beland ik door een anderhalve-meter-uitwijkmanoeuvre in gangpaden waar ik nooit eerder met mijn winkelwagentje kwam. Niet alleen omdat ik normaal gesproken een diehard winkelmandje-winkelaar ben, maar ook omdat de schappen met opvolgmelk en dreumesbiscuit normaal gesproken niet op ons boodschappenlijstje voorkomen.
Normaal gesproken. Totdat ik erachter kwam dat je dankzij deze afdeling in een handomdraai biologische speltpasta met venkel, wortel en pastinaak op tafel kan zetten. Om nog maar te zwijgen over het pyjamapapje met banaan.

’s Avonds lopen we een ommetje. Vlak voor thuiskomst kruisen we het park met de oude begraafplaats. Hoe vaak ben ik hier al langs gelopen zonder er daadwerkelijk doorhéén te lopen? Helaas. Het is acht uur en het hek zit dicht.

‘Maar we kunnen er toch gewoon overheen stappen?’, probeer ik nog.
‘Nee, laten we ons netjes aan de regels houden’, zegt hij.

Terwijl we via een omweg naar huis lopen, kijk ik omhoog en vraag me af wie de persoon is die iedere dag het hek opent en sluit. Zou diegene ook van pyjamapapjes houden?

Seconden

Die ene seconde schrik, als je mensen in een tv-serie elkaar de hand ziet schudden.
Die twee seconden afweging, of je bij een tegenligger links of rechts zal uitwijken. 
Die drie seconden extra, waarmee je steeds opnieuw je handen wast.
Die vier seconden geduld, als iemand voor je de klaphekjes van de supermarkt passeert. 
Die vijf seconden wachttijd, voordat je het scherm van de NOS weer ververst.

Het zijn die paar seconden, die bijna ongrijpbare momenten van tijd, die het verschil markeren. Tussen toen en nu. Tussen voor en na. Maar ook tussen wat eens gewoon en nu nieuwe werkelijkheid is.

Het zijn die kleine seconden, die nu het leven domineren. 
De reflex, de gedachte. Die ene nanoseconde gedachte dat alles en iedereen een gevaar lijkt te zijn.

Gelukkig is tijd niet meer dan een verzinsel. Niet meer dan wat woorden om iets ongrijpbaars te kunnen begrijpen. Terwijl het enige dat we hoeven te begrijpen, is dat tijd verstrijkt. Snel of langzaam. Wie zal het zeggen?

Eén ding is zeker: alles gaat voorbij.

En als je dan toch de seconden telt, vergeet dan niet ook je zegeningen erbij op te tellen.

 

Familie

We zouden een heel weekend samen zijn.
Samen. In een huisje.
Aparte kamers uiteraard.
En we hoefden ook heus niet alles samen te doen. Nee, gewoon ieder zijn eigen gang. Je eigen ding doen. Maar toch ook samen zijn.

Samen.

Het voelt vreemd. Vreemd en vertrouwd tegelijkertijd.

Het gekibbel. De grapjes.
De grapjes die anderen niet zouden snappen.
He gekibbel waar anderen hun wenkbrauwen bij zouden optrekken.
Maar waarvan wij weten dat het gewoon onze gemeenschappelijke koppigheid is. Koppigheid die vanzelf weer overwaait. Waarna gewoon weer grappen worden gemaakt over lekkere kontjes en mijn zusje na het ontbijt bijna bij mij op schoot kruipt om mijn wenkbrauwen bij te werken, want ‘deze bossen kunnen echt niet’.

Dingen die alleen zij kunnen zeggen.
Dingen die alleen zij weten.
Maar ook dingen die zij niet meer weten. Niet meer snappen. Omdat met het groeien naar volwassenheid sommige takken naar een andere kant groeien. En er soms ook nieuwe stekjes bijkomen.

Maar zoals appels niet ver van de boom vallen, zo blijven ook de stekjes door middel van hun trekjes via de wortels met elkaar verbonden.

‘Jullie zijn soms met zijn allen net zo onbuigbaar als een stuk hout’, zegt hij als we na het weekend naar huis rijden.

Familie.
Alleen daar kan het vreemde vertrouwd voelen.