Black Friday

Al weken word je ermee om de oren geslagen.
In de mail, op Facebook, in bushokjes en godbetert zelfs een speciale editie van het lokale krantje. Met schreeuwerige letters en deals ‘die je écht niet mag missen’, lijkt dit Sinterklaasfeest voor volwassenen zelfs voor héél even die hele pietendiscussie naar de achtergrond te doen verdwijnen. De actuele vraag is nu: willen we een zwarte of een witte keukenmachine?

Black Friday. Het ‘feest’ dat uit Amerika is overgewaaid en traditioneel volgt op de dag na Thanksgiving. Immers, niks lekkerder dan na een hele dag dankbaar te zijn geweest, je daarna het schompes te shoppen. Zo dankbaar zijn we voor al die koopjes en afprijzingen. Die overigens lang niet altijd echte koopjes en afprijzingen zijn. Maar dat willen we niet horen. We willen rood doorkraste cijfers zien en oplopende percentages die een aflopend schuldgevoel tonen.

Want nee, natuurlijk hebben we niks nodig. We zijn immers dankbaar voor wat we hebben toch? Maar ja, die broek voor een tientje en dat extra paar hakken voor een bijzondere gelegenheid ook al weet je nog niet wanneer die gelegenheid zal zijn, die kun je natuurlijk niet laten liggen, toch? Een schuldgevoel hebben is erg, maar een dief van je eigen portemonnee zijn is onvergeeflijk.

Gelukkig gloort er hoop aan de horizon. En dat is dat het vandaag ook Sint Pannekoek is: Een feestdag en waarbij onder andere geld wordt ingezameld voor lokale goede doelen. Dat het een verzonnen feestdag is van Jan Kruis in zijn strip Jan, Jans en de kinderen, dat doet er niet toe. Als je met een nep-feestdag daadwerkelijk iets voor een ander kan betekenen, dan is alleen dat al de reden waard om het jaarlijks groot te vieren.

Enne…met een beetje geluk is de pannenkoekmix vandaag flink in de aanbieding.

Werd het toch nog een mooie dankbare vrijdag.

Zwijgen

Zwijgend zitten we na een lange dag in de auto.
Het is een goed zwijgen. Een fijn zwijgen. Zo’n zwijgen dat alleen kan bestaan in gezelschap van vertrouwen. Het vertrouwen dat het goed is. Tussen ons.

Buiten is het langzaam donker geworden. Kleine lampjes knipperen in de verte, vergezeld door rode lampen voor ons en witte lampen in onze linkerooghoek flitsend voorbij. Het een uur eerder nog zo groene landschap is inmiddels vervormd tot een grote zwarte vlakte. Een leeg niets, met alleen die lampjes als een bijna buitenaardse herinnering aan beschaving.

De weg is rustig. We kunnen doorrijden. Met het knipperlicht via de linkerbaan langs de auto op rechts. Daar zitten twee verlichte koppies achterin. Een jongetje links, een meisje rechts. Zij houdt iets vast. Een knuffel? Haar hart? Als gezogen lijken ze opgeslokt door de beelden die zich voor hun neus in fel licht manifesteren. Een aards ruimteschip met voorin hun ouders. Strak voor zich uitkijkend. Zwijgend.

Dan legt hij zijn hand op mijn been, draait zijn hoofd naar mij toe en zegt:
‘In een parallel leven was ik dat misschien geweest.’
Hij knikt en wijst met zijn hoofd naar de stationwagen, het blauwe licht, het zwijgen.

‘Maar nu ben ik hier, met jou. En ik zou het niet eens hoeven weten, als er een ander leven zou bestaan.’

Pipi Langkous

‘Mevrouw, hoe oud bent u?’

Hoe vaak ik deze vraag de afgelopen weken heb gehad weet ik niet. Wel weet ik dat ik er de klok inmiddels bijna op gelijk kan zetten. Niet dat de vraag ook maar iets met het onderwerp te maken heeft. Eerder met de nieuwsgierigheid van de doelgroep. De meest irrelevante dingen willen ze van je weten. Het begint met je leeftijd en eindigt bij de naam van je huisdier (‘Ik vind Panda wel een beetje een gekke naam voor een kat hoor mevrouw!’)

Aan eerlijkheid geen gebrek. Aan de afwezigheid van bladeren voor de mond ook niet.

‘Wow mevrouw, u bent net zo oud als mijn moeder!’

In de spiegel op het toilet tel ik de rimpels om mijn ogen en laat ik de cijfers van mijn leeftijd op me inwerken. Gek hoe zoiets abstracts soms ineens toch concreet zichtbaar is.
Ik werk mijn lippenstift nog even bij en stap dan terug de klas in.

Vier-en-dertig.
Ik had inderdaad hun moeder kunnen zijn.

‘Maar ik vind u er wel cooler uitzien hoor mevrouw! Weet u, eigenlijk lijkt u een beetje op Pipi Langkous. Maar dan de wat oudere versie.’

Eerlijkheid duurt het langst.
En je bent nooit te oud om Pipi Langkous te zijn.