Poedelfoto

En dan heb je ineens echte officiële column in een heuse papieren krant.

Dat ‘ineens’ zet ik er niet voor de sier bij. Want het feit dat ik op een dinsdag werd gevraagd, woensdag een stukje typte en de boel zaterdag vers geperst bij de lokale tijdschriftenboer lag, ging sneller dan het ineenzakken van de krullen van mijn permanent. Krullen die op hun beurt nu ook ‘ineens’ een eerste wereldprobleem van hoogste prioriteit werden, want met die column moest dus ook een foto komen. Per direct. Liever gisteren dan vandaag. En nee, geen leuke zelf geschoten selfie, maar een officiële foto. Gemaakt in een studio, door een professionele fotograaf.

Als je iemand met een uitgegroeid permanent veel stress wil bezorgen, dan kan dat door die persoon op donderdagavond te zeggen dat zij op vrijdagochtend op de foto moet. Niks geen tijd meer voor kappers of andere quick fixes. Dit werd een gevalletje van veel haarlak en hard bidden voor een good hair day.
Het werd immers een foto voor een ‘vaste column’, zoals de hoofdredacteur zo mooi had gezegd. Ik ging er gemakshalve meteen maar vanuit dat die foto net zo ‘vast’ als de column zou zijn en dat ik dus maar één kans kreeg om mijn treurige poedel er alsnog in prijswinnende staat op te laten staan.

Gelukkig was de pluizige bende op mijn hoofd mij die vrijdagochtend goed gezind. My curls were on fleek, ik had – na eerst mijn halve kledingkast op de grond te hebben gesmeten – een goede outfit weten te fixen. Kortom, ik kon eindelijk zonder stress richting de fotostudio toe.

Eén minuut en een lesje op commando foto-poses aannemen later, stond ik weer buiten. Waarna het nagelbijtende leed kon beginnen. Want ho maar dat die fotografen je van tevoren ook maar iets laten zien! Zij die de poedel vastleggen, zullen weten hoe de poedel er het beste opstaat.

Twee dagen later was daar gelukkig het verlossende antwoord. Zonder überhaupt te scannen of ik niet misschien verschrikkelijke schrijffouten had gemaakt, gingen mijn ogen direct naar de foto. Opluchting: mijn permanent was permanent goed vastgelegd.
Althans, dat vond ik.

“Mag ik iets lulligs over je column zeggen? Kan je alsjeblieft een nieuwe foto laten maken? Je lijkt hier helemaal niet op jezelf.”

Zoveel moeite voor die column.
En dan letten ze alleen maar op de foto.

Advertenties

Onbevangen

Normale mensen zouden stoppen met zingen als iemand plotseling binnen komt vallen. Zij niet. Zij draaide zich een fractie van een seconde om, glimlachte, en zong onverminderd door.

Het was echter niet haar zang – die niet slecht maar ook niet bovengemiddeld goed was – wat mij het meeste raakte. Er zat iets in haar blik, in haar onbevangen oogopslag, wat een stukje bewondering bij me losmaakte. Een tikje jaloezie zelfs. Onbevangenheid is misschien wel het grootste goed dat een mens kan hebben, dacht ik.

Net op dat moment draait ze zich naar me om. Het liedje is afgelopen.
En nog voordat ik iets heb kunnen zeggen of vragen, begint ze uit zichzelf te vertellen. Alsof ik één van haar beste vriendinnen ben. Zonder barrière van leeftijd, gebrek aan kennis, of gehinderd door het feit dat ze mij tot tien seconden geleden nog nooit had gezien.

Mijn bewondering groeit. Mijn jaloezie ook.
Ik ben me er bewust van dat de jaloezie voortkomt vanuit een gebrek bij mezelf. Vanuit een gemis iets te hebben, wat ik lang geleden voor een groot deel heb verloren. Of misschien zelfs nooit helemaal heb gehad?

Zo plots als onze ontmoeting begon, zo plots is deze alweer voorbij.
Ik wil haar eigenlijk bedanken. Maar voordat ik heb bedacht hoe en wat ik eigenlijk zou willen zeggen, is ze alweer verdwenen.

De eerste tonen van een nieuw liedje klinken.
Ik sluit mijn ogen, haal adem,

en zing.

 

 

Misschien ook niet

Het leukste van stukjes schrijven is dat je van de kleinste en gekste dingen een heel verhaal kan maken.

Het minst leuke van stukjes schrijven is dat mensen je vaak met de kleinste en gekste dingen lastigvallen waar je een heel verhaal van zou kunnen maken.

“Dáár zou je nou echt een blog over moeten schrijven!”

Ja.
En misschien ook niet.