Te vroeg

Al zuchtend en steunend trekt hij het doek om de tent.
Voorovergebogen piepen onder het omhoog kruipende shirt twee blozende billen tevoorschijn. Als ik iets te lang kijk, lijkt het net alsof het zuchten en steunen uit deze hoek komt.
Snel draai ik mijn hoofd.

Een uur eerder vond ik hem slapend met zijn hoofd op het stuur.
‘Je bent te vroeg’, zei hij.
Ik keek op mijn hoorloge. Vijf voor tien. Hij had gelijk.
Of er nog wat lekkere koffie uit het café op de bon te krijgen was, vroeg hij.
Ik zei dat van ons tweeën, hij degene was die hier vandaag het geld verdiende. Niet ik.
Toen haalde ik toch maar koffie.
Cafeïne kun je kopen. Een stevig opgebouwde tent niet.

Met een zucht komt hij overeind.
Zijn broek vol met vlekken. Zijn shirt één grote vlek. Slijtage-gaatjes zorgvuldig doch duidelijk zichtbaar met de hand genaaid.
Tevreden kijkt hij omhoog. Sjort nog een keer aan het doek. Veegt zijn handen af aan zijn buik en trekt – godzijdank – zijn broek weer omhoog.

‘Zo’, zegt hij. ‘En nu ga ik weer slapen. Roep me maar als jullie klaar zijn.’
Hij giet het laatste restje koffie naar binnen. Strijkt zijn grijze haren naar achteren.
En kruipt dan zuchtend en steunend terug zijn bus in.

Ik kijk naar de tent. En dan op mijn horloge.
Vijf voor elf.
Hij had gelijk. Het is nog te vroeg.

Advertenties

Vakantie

‘Dan mag jij dit jaar kiezen waar we naartoe op vakantie gaan, ok?’
‘Ok.’
‘Ok.’

‘Ik zag dat je in januari best voordelig naar China kan vliegen. Zullen we daar weer naartoe gaan? Dat was toch leuk? Toch? Dat vond jij toch ook? Toch?’
‘Jazeker. Maar ik dacht dat ik mocht kiezen waar we heengaan dit jaar. Toch?’
‘Oja. Ok.’
‘Ok.’

‘Oh, dat Indiaas eten is zó lekker! Ik zou er zo weer voor naar India willen. Dat was ook fantastisch! Toch?’
‘Jazeker. Maar ik dacht dat ik mocht kiezen waar we heengaan dit jaar. Toch?’
‘Oja. Ok.’
‘Ok.’

‘Ik sprak zojuist een man op de souk en die raadde écht Marokko aan in januari! Heerlijke temperatuur, goed rondreizen, niet duur. Klinkt goed! Toch?’
‘Jazeker. Maar ik dacht dat ik mocht kiezen waar we heengaan dit jaar. Toch?’
‘Oja. Ok.’
‘Ok.’

‘Chili! En dan Bolivia! Niet te veel rondtrekken, maar één of meerdere meerdaagse wandelingen maken. Volgens pa is dat écht het mooiste dat zij hebben gedaan. Nou ja, op Nepal na dan. Ook tof! Toch?’
‘Jazeker. Maar ik dacht dat ik mocht kiezen waar we heengaan dit jaar. Toch?’
‘Oja. Ok.’
‘Ok.’

‘Nou ja zeg, krijg ik toch zomaar ineens een pop-up over Zuid-Afri…’

‘Ja héél leuk, maar IK DACHT DAT IK MOCHT KIEZEN WAAR WE HEENGAAN DIT JAAR! TOCH?!’

‘Oja. Ok.’
‘Ok.’

Ik denk dat we dit jaar gezellig thuis blijven.

Doosje

Ik weet niet of er iets in de lucht hangt (behalve haartjes van de eikenprocessierups), maar ik belandde de afgelopen dagen opvallend vaak in gesprekken over dode huisdieren.

Konijnen met kanker.
Honden met blaasontsteking.
Parkieten met depressies.

Het zijn net mensen.

Ineens ben ik terug in de keuken van ons oude huis.
Waar de man een dood huisdier in zijn hand hield.
Een cavia. Doodsoorzaak onbekend.
De dierenarts had hem na het inslapen nog even ter autopsie op het lab gehouden. Toen ik hem ’s middags op mocht komen halen kreeg ik hem in een klein doosje mee.
Iets te klein.

Plat op zijn zijkant was hij erin geduwd. Het kopje wat naar beneden zodat het precies zou passen. Als een brievenbuspakketje, waarvoor je achteraf gezien misschien tóch beter dat pakkettarief had kunnen betalen.

Ik houd niet van het gevoel van dode huisdieren.
De man wist nog niet of hij er van hield.
Dit was zijn eerste huisdier. Dus ook zijn eerste dode.

Het bleek het grappigste moment uit zijn leven.
Stijf geworden in het te kleine doosje, was de cavia op zijn linkerzij zo plat als een dubbeltje geworden.
Triomfantelijk hield hij hem hoog in de lucht.
Tranen rolden over zijn wangen.
Van het lachen.

Ik denk dat hij betere herinneringen heeft aan de dode cavia dan aan de levende.

Ik weet in ieder geval één ding zeker:
Mocht onze kat in de toekomst overlijden. Dan zorg ik zélf voor een grote ruime doos.