De jackpot

De meeste mensen hadden het niet verwacht. Als zelfs je oma zegt “Nou, die had ik even niet zien aankomen!”, dan weet je dat het met het verrassingseffect wel goed zit.

Het was dan ook een impulsief besluit. Een aandoening waar ik wel vaker last van heb, maar in dit geval is het besluit het daadwerkelijk te doen wel eentje met redelijk grote gevolgen. Ik bedoel, als er een recht bij te pas moet komen om het impulsieve besluit ongedaan te maken, dan weet je dat je het over iets anders hebt dan een vliegticket naar Thailand.

En natuurlijk hadden we het er wel eens over gehad. Een beetje lacherig. Als een grapje. Zoals je het ook wel eens hebt over ‘Wat als we een miljoen zouden winnen?’ Zo’n geval van: Leuk om over te hebben, maar de kans dat het echt gaat gebeuren is erg klein.

Tot die afgelopen zondagavond op de bank. Terwijl mijn wederhelft nog een beetje lag bij te komen van zijn romantische uitstapje de avond ervoor, kwamen we er ineens op. Hoe, geen idee, maar ineens hoorde ik mezelf op de toon van mijn moeder zeggen dat het ‘wellicht wel eens handig was om samen iets vast te leggen’. Een uurtje opties, vormen en manieren googelend later, was het eigenlijk duidelijk. Onder het mom van: als ik nu doodval is het wel zo aardig als jij hier gewoon mag blijven wonen, kwam het T-woord ter sprake. Eerst ouderwets lacherig (“Zou wel een stunt zijn als we dit doen zeg!”), maar naarmate het gesprek vorderde leek de grappenkant ineens een serieuze kant te krijgen. Zo serieus dat we elkaar op een gegeven moment aankeken en zeiden: “Zullen we het dan maar doen?”

Zullen we het dan maar doen.
Dat die zes woorden tot één van de meest bizarre telefoongesprekken uit mijn leven zouden leiden, had ik iets meer dan een week ook niet kunnen vermoeden. Maar toch zat ik daar nu, aan de telefoon, met de gemeente, onze TROUWdatum te plannen! Echt, ik voelde me alsof ik 12 jaar was en voor de grap de Kindertelefoon belde. Of ik even de achternaam van mijn aanstaande kon spellen. Hoe kom ik zo volwassen ineens?

Dat ook onze ouders de bevestigingsbrief drie keer moesten lezen voordat het bericht eindelijk tot ze doordrong, zegt wel iets over het bedrag dat ze ingezet hadden op de kans dat we ooit nog zo’n besluit zouden maken. Het mooie aan zo’n een kleine winkans is wel, dat als je dan toch ineens die prijs pakt, het ook wel echt meteen de jackpot is.

Maar zoals kersverse miljonairs betaamt, moeten we zelf nog een beetje wennen aan onze nieuwe sociale status. Niet dat we nu al spijt hebben van het kopen van het lot. Maar dat de prijs die we hebben gewonnen, stiekem groter is dan we hadden kunnen denken. Want hoewel oma vast niet zal begrijpen dat we met onze jackpot voor een gratis optie zonder poespas kiezen, weten wij dat we impulsief hebben gekozen voor de beste hoofdprijs die er is: een spontaan feestje voor de liefde. En dat, is bijna net zo leuk als een ticket naar Thailand!

Trouw

“En…getrouwd? Kinderen?”
Ik kijk mijn gesprekspartner verbaasd aan. Pardon? Bijna wil ik beledigd vragen of hij wel weet hoe oud ik ben. Totdat ik zelf besef hoe oud ik ben (dertig) en me realiseer dat dit dus een vrij legitieme vraag is om te stellen aan een vrouw (help!) van mijn leeftijd.
“Nee hoor”, glimlach ik vriendelijk, “gezellig samenwonend” (met mijn vriendje, wil ik erachteraan zeggen, maar ik ben bang dat dat voor een vrouw van mijn leeftijd enigszins puberaal en ‘kijk-mij-eens-verkering-hebbend’ klinkt, dus ik houd me in).

Trouwen en kinderen krijgen. Het is de standaard waarmee we allemaal op een bepaald moment om de oren geslagen worden. Is het niet letterlijk omdat we in het trouwbootje stappen of luiers verschonen, dan is het wel omdat je er ‘op een zekere leeftijd’ door nieuwsgierige mensen in je omgeving naar zal worden gevraagd. Waarom, mag Joost weten, maar het hoort erbij. Net zoals een ring om je vinger, een geposeerde trouwfoto en het aannemen van een familienaam.

Laat ik voorop stellen dat ik niks tegen trouwen heb. En dat ik vooral vind dat iedereen zelf moet weten of ze een potje hokken, lekker latten of traditioneel trouwen (en ik mijn vriendje standvastig vriendje blijf noemen omdat ik dat nu eenmaal het fijnst vind klinken). En ja, natuurlijk heb ik er wel eens over nagedacht. Ik zal de laatste zijn die beweert dat ik als vrouw zijnde nooit eens stiekem over een mooie jurk (niet wit!) heb gedroomd of over het moment heb gefantaseerd dat hij mijn ten huwelijk vroeg (alsjeblieft niet in Parijs!). Maar los daarvan, realistisch gezien, is dat hele trouwen tegenwoordig natuurlijk niet meer  nodig. Met genoeg rechten voor vrouwen en de mogelijkheid tot een samenlevingscontract is trouwen simpelweg niet maar dan een romantisch feestje en zou ik eigenlijk geen verdere redenen weten waarom ik het zou doen. Ik wil geen ring, niet naar het gemeentehuis of standaard trouwlocatie, geen geposeerde bruiloftsfotoshoot (‘Kijk ons eens semi-spontaan in onze nette kleren ineens in een ongemakkelijke houding in een weiland staan!’) en zal al helemaal nooit de naam van mijn man aannemen.

En ja, vooral dat laatste is een puntje waar ik nogal stellig over ben. Nogmaals, ieder doet wat hij of zij wil, maar eerlijk? Ik verbaas me er altijd over hoe vanzelfsprekend het (nog steeds) is dat je als vrouw de naam van je man overneemt. Niet dat ik de naam van mijn vriendje niet mooi vind (ik zou niet durven!), maar wel omdat mijn naam de naam is van wie ik ben. De naam waarmee ik ben geboren en waarmee ik dus ook (hopelijk op een leeftijd van tachtig, als het me niks meer kan schelen als ik als gek halsstarrig mensje wordt gezien)  mijn laatste kaarsje zal uitblazen. Mijn naam ben ik en no way dat ik die voor iemand opgeef. Andersom ook niet overigens. Ik mag dan standvastig zijn in het aanhouden van mijn naam, ik ben nou ook weer niet zo feministisch dat ik mijn man mijn naam wil zien dragen. We hebben wel eens gekscherend geroepen dat we onze namen zouden laten samenvoegen als dat kon. Als grap gebruiken we ‘onze’ familienaam nu als accountnaam voor onze internetprovider. Daar hebben we verder geen trouwboekje voor nodig.

En voordat mensen nu gaan roepen “Ja maar…ik wilde gewoon graag van mijn eigen naam af en het liefst door het leven gaan als ‘Familie Gelukkiggetrouwd’ in plaats van steeds maar moeten uitleggen dat ik de moeder ben van ‘Pietje Gelukkigetrouwd’.” Nogmaals, jouw leven, jouw keuze. En ja, als ik Sanne Pannepoepchinees had geheten had ik wellicht alsnog de keuze gemaakt om mijn identiteit te verruilen voor een iets degelijkere achternaam. Maar om nou de naam van je man aan te nemen omdat je hetzelfde wil heten als je kinderen? Wáárom impliceert deze keuze direct het feit dat het standaard is dat je kinderen óók de naam van je man krijgen? Waarom niet de naam van de vrouw? Zij heeft het kind immers toch negen maanden gedragen (en het er met veel moeite weer uit gekregen)? Dan lijkt me het geven van haar achternaam wel het minste dat aan deze opoffering tegemoet komt. Plus het feit dat na een scheiding (nog steeds 1 op de 3) de kinderen meestal bij de moeder blijven. Best lullig, dat je dan niet alleen je ‘eigen’ (aangenomen) naam weer moet wijzigen, maar alsnog die moeder bent die steeds moet uitleggen dat ze echt de moeder van ‘Pietje Gelukkiggetrouwd’ is.

Maar goed, misschien ben ik gewoon niet romantisch genoeg voor dit hele namenspelletje. En zijn mijn eierstokken niet rijp genoeg om weg te kunnen zwijmelen bij het idee van post op de deurmat (en dan geen blauwe envelop maar zo’n echte fijne ansichtkaart) geadresseerd aan de ‘Familie Halsstarigtevreden’. Noem me pessimistisch, realistisch of ronduit zwartgallig. Het punt is dat als trouwen niet meer is dan een romantisch sprookje, ik graag mijn eigen regels aan dat sprookje stel. En ja, die onderteken ik dan graag als meisje met mijn eigen handtekening.

Bruidsfotografie-Tjisse-Cynthia-23