Barst

Ineens was je daar weer.
En kwam ik je zomaar op plekken tegen. Mijn plekken. Plekken waar jij nooit was geweest. Of nooit kwam. Omdat je hier niet meer was. Omdat je daar zat. Daar waar het groter, beter en spannender was.

Maar tijden veranderen. Mensen veranderen. Wij veranderen. En nu, na vier jaar, ben jij er ineens weer. Met de gebroken vaas onder je arm. En een tube lijm in je jaszak.

Ik had het natuurlijk al gehoord en wist dat het onvermijdelijk zou zijn. Dat die eerste confrontatie vroeg of laat zou komen. Immers, de wereld is klein en de plekken beperkt. Het was niet de vraag waar we elkaar zouden zien, maar wanneer. En hoe snel. En hoe het dan zou zijn. Na toen. Na vier jaar. Na dat ene moment dat jij besloot dat er geen vervolg zou worden geschreven op ons verhaal.

En zo voelde het ook. Als een boek dat je lang geleden abrupt hebt dichtgeslagen en daarna vergeten bent weer uit de kast te pakken. Inmiddels is een tweede en derde deel verschenen, maar de plotwending die daarin plaats heeft gevonden sluit niet meer aan bij het verhaal waarin jullie ooit hoofdrolspelers waren. Vier jaar is kort en lang tegelijk. Wat ooit vertrouwd was voelt nu vreemd en wat ooit kapot is gevallen blijft zichtbaar in de barsten die wel gelijmd maar nog steeds zichtbaar zijn.

Ik voel dat je toenadering zoekt. Dat het je wellicht spijt. Dat toen anders was dan nu en dat de vaas die je bij je draagt héél misschien met wat extra lijm en moeite wel een kans als tweedehands zou kunnen krijgen.

Wat jij echter niet weet is dat mijn interieur inmiddels veranderd is. Oude meubelstukken zijn vervangen door nieuwe en ik drink koffie met mensen van ‘na jouw tijd’. Mijn dromen heb je inmiddels een tijdje geleden verlaten en in de nieuwe hoofdstukken die zijn geschreven komen onze namen niet meer samen voor.

Tot nu. Nu jij verdwenen uit mijn dromen terug in mijn werkelijkheid bent gestapt. De werkelijkheid waar we elkaar tegenkomen op plekken. Mijn plekken. Plekken die nu ook van jou zijn. Plekken waar we elkaar begroeten. Wellicht zelfs met elkaar praten. Maar waar de vaas tussen ons in, ons eraan blijft herinneren dat tijd misschien wel alle wonden heelt, maar de littekens nooit helemaal kan laten verdwijnen.

Een verdrinkende vriendschap

“Ik dacht dat jij niet zo van de museums was.”

Het is de toon in de stem die haar verraadt. Het ietwat hooghartige gecombineerd met het laconieke. De lichte irritatie gecombineerd met een vleugje ‘het kan me eigenlijk ook niet schelen.’ Het is niet de retorische vraag zelf, maar de manier waarop ze hem stelt die de barstjes blootlegt. Als het al geen barsten zijn.

De twee dames zijn ergens halverwege de zeventig. ‘Moeder-vriendinnen’, gok ik. Ooit door het lot van hun kinderen op het schoolplein bij elkaar gebracht, waarna ze met naschoolse koekjes en thee (en, als de vier in de klok was, een glaasje witte wijn) lief en leed met elkaar deelden. Hun kinderen groeide samen op, ze kenden elkaar partners, gingen wel eens samen uit eten en een paar keer per jaar met de trein op pad om iets leuks te ondernemen.

“Nee, als jij liever met de bus naar het centrum wil is dat prima hoor. Ik loop gewoon graag.”

De eerste barstjes kwamen toen de kinderen het huis uit gingen. En toen zij scheidde van en verhuisde. Daar waar hun levens eerst op één lijn leken te liggen, raakten ze langzaam maar zeker steeds meer van elkaar verwijderd. Paden kruisten steeds minder en zochten hun eigen weg. ‘Zo gaat dat’, dacht zij. ‘Toch jammer’, dacht haar vriendin.

Het is het verwateren van vriendschappen, waarbij de golven toch steeds weer naar het vaste land blijven trekken. Naar het fundament van wat eens was, naar de mooie herinneringen en de basis. Maar die basis brokkelt af. Hoe graag de golven ook willen, het eb lijkt het langzaam maar zeker van de vloed te gaan winnen. Een pijnlijk proces. Vooral als één helft van de vriendschap in al haar onschuld niet doorheeft wat er gaande is. Of het niet wil beseffen en dus uit alle macht maar water naar de zee blijft dragen.

“We hoeven niet te gaan hoor. Als je je zo verkouden voelt.”

Maar zij wil gaan. Ze negeert de blikken in de ogen tegenover haar die boekdelen spreken. Ze weet dat het over is. Misschien. Maar zolang ze deze middagen nog hebben. Zolang ze eens in de zoveel tijd weer gewoon samen op de trein stappen ‘om iets leuks te gaan doen’, houdt ze hoop dat het nog niet voorbij is. Houdt ze hoop dat iets wat eens was, misschien ook wel weer kan zijn. Vergeet ze de verschillen die tussen hen zijn gegroeid en de geschiedenis die littekens heeft achtergelaten. Spreken ze weer even elkaars taal en knipogen ze naar elkaar als het vier uur is en de fles wijn op tafel mag komen.

De trein stopt. Het eindstation is daar.
“Leuk tentje waar je wijn kan drinken? Sorry, ik heb besloten dit weekend niet te drinken.”

Vriendschapspuzzel

We zitten tegenover elkaar.
Zij: Getrouwd, een kind en hoogzwanger van de tweede.
Ik: Samenwonend. Een kat en twee cavia’s.
De verschillen zijn groot. Niet alleen door het feit of we wel of geen witte jurk aan hebben gehad. Of dat we bewust kiezen voor de optie luiers versus kattenbak. We zijn twee types aan één keukentafel. Zij altijd thee. Ik soms ook koffie. En bevriend. Al bijna 20 jaar lang.

Het is best een gek iets: vriendschap. Kies je vrienden uit of komt zoiets gewoon op je pad? En waarom raak je met de één wel bevriend en met de ander niet? Het zijn vragen die me soms best wel kunnen fascineren. Op papier zijn mijn vriendin en ik namelijk totaal geen materiaal waar je samen een huis mee zou bouwen. We zijn stukjes van een verschillende puzzel en toch passen we blijkbaar bij elkaar.

Alhoewel ik eerlijk moet toegeven dat dit niet altijd zo is geweest. Toen ik op mijn elfde als nieuweling in de klas kwam, werd ik door diezelfde vriendin verre van beschouwd als potentieel vriendschapsmateriaal. Een strebertje, iets te vrolijk en kleurrijk, met ook nog eens een voorliefde voor toneelstukjes. Moet je aankomen in een klas waar het motto ‘doe maar gewoon dan doe je gek genoeg’ hoogtij vierde en het merendeel het liefst decorstuk wilde spelen in de schoolmusical.

En toch kwam het drie jaar later goed. Zelfs toen dat kleurrijke meisje wegens een puberale fase van alternatiefheid paarse wijde broeken begon te dragen (what was I thinking?) en de vriendin het liefst zo onopvallend mogelijk haar liefdes uit de hogere klassen probeerde te bespioneren. Er bleek, onder die laag verschil, warempel ook nog ergens een klik te zitten. Een goede zelfs. Misschien een ietwat ongewone, maar wellicht juist daardoor extra sterk.

En daar waar sommige vriendschappen vervagen, mensen uit elkaar groeien of soms zelfs ruzie ontstaat, bleek onze band ‘de tand des tijds’ steeds maar weer te doorstaan. Zelfs toen ik op reis ging, jij thuis bleef, ik in een andere stad ging studeren, jij je huidige man leerde kennen, ik weer op reis ging, jij trouwde, ik nog één keer op reis ging, jij een kind kreeg, ik ging samenwonen… We zagen elkaar niet altijd even vaak, maar als we elkaar zagen was het goed. En was er verder geen uitleg nodig.

En toch blijft het me verbazen. Verwonder ik me soms. Ben ik benieuwd waar het hem nou in zit. Waarom die ene vriendschap stand kan houden en die ander niet. Zelfs al veranderen dingen, of blijven ze juist hetzelfde. Wat zijn de voorwaarden voor een klik? Of zijn die voorwaarden ook steeds weer variabel? Als ik naar een aantal van mijn vriendinnen kijk zou ik zeggen van wel. Die zijn namelijk – net zoals die ene vriendin en ik – zo verschillend als wat. Ben ik nou zo schizofreen of heb ik gewoon graag ‘in ieder stadje een ander schatje’?

Hoe langer ik erover nadenk hoe verder ik mij van het antwoord lijk te verwijderen. Misschien moet je de magie van ‘de klik’ gewoon helemaal niet willen doorgronden. Is het iets moois dat soms zomaar ontstaat, soms langzaam groeit en soms uit een verrassende hoek komt. En maakt het helemaal niet uit hoeveel hetzelfde of anders je bent. Zolang je die gelijkheid of dat verschil gewoon accepteert zoals deze is. Dat is de magie waar je zelf aan kunt werken.

En dus zitten wij. Samen. Aan de keukentafel. Thee, koffie, chocola. Ik aandachtig luisterend naar haar verhalen over de verloskundige. Zij meelevend met mijn aankomend debuut als kleurrijk triatleet. Verschillend zijn we nog steeds. Bevriend ook.

puzzle-pieces