Pindakaas Politiek

Had ze het nou maar gedaan.
Had ze die ene regel nou gewoon maar opgeschreven.
Die eerste zin, die eerste stap. Al het begin is moeilijk, maar waar een begin is, komt vanzelf ook een eind.

Maar niet nu dus.
Nu is het einde al daar voordat het überhaupt begonnen is. Een gemiste kans. Een verloren strijd.

En dat terwijl ze het zo mooi had bedacht. Ze zou het anders doen ditmaal. Ze zou schrijven over de actualiteiten in de wereld. Ze zou een mening hebben. En deze ook uiten. Ze zou schrijven over politieke vraagstukken. Over dringende kwesties en debat. Ze zou vragen stellen over wat er gaande is. Intelligente vragen. En daar evenzo intelligente antwoorden op geven. Laten zien dat ze een vrouw van de wereld is. Met rake schrijfkunst en scherpe randjes.

Maar nu was het te laat. De waan van de dag had de actualiteit weer eens ingehaald. En in plaats van intelligente vragen, was de belangrijkste kwestie van de dag: Wat gaan we vanavond eigenlijk eten? Iets waarvan ze zich niet kon voorstellen dat daar in de politiek kamervragen over werden gesteld. Laat staan dat ze zich bezig houden met een meisje dat een mening heeft over pindakaas. En daar een blog vol over zou kunnen schrijven.

Maar dat is juist níet wat ze wilde. Ze wilde af van haar standaard thema’s. Van haar voorspelbare gezever over kind zijn, volwassenheid, eten en andere onbelangrijke onderwerpen. Als ze nou in ieder geval zoals Sylvia Witteman écht een scherpe kijk op dingen zou hebben. Kijk, dan zou ze in plaats van over politiek best over poezen kunnen schrijven. Maar nu niet. Nu…

Vroeg ze zich vooral af of katten die mishandeld worden nooit de neiging hebben om te ontsnappen of weg te lopen. Of is dat iets wat niet in hun aard zit? Omdat ze niet beter weten dat hun huis hun thuis is. En dat weglopen dus gewoonweg niet in hun lijst met opties voorkomt.

Misschien had ze die ene eerste zin toch gewoon moeten opschrijven. Ze kon zich stiekem wel voor haar kop slaan dat ze het niet had gedaan. Wie weet wat eruit was gekomen. Ik bedoel, beter een mislukte poging dan een gemiste kans.

Maar ze had het niet gedaan. Het vel bleef leeg, de mening niet geuit. In plaats van een vloeiend betoog smeerde ze vloeibare pindakaas op wat stukken banaan.Want dat dit lekker is, mag óók best wel eens gezegd!

Writer’s block

“Fuck fuck fuck fuck fuck!”
“?”
“Ik heb nog steeds geen idee voor een nieuw blog.”
“En dat is erg want..?”
“Want, want?! Omdat mijn laatste blog alweer meer dan een wéék geleden is en dit dus misschien wel betekent dat het gedaan is met mij. Weg ideeën, hallo writer’s block!”
“Nou, nou, nou, dat zal allemaal wel meevallen Miss Dramatiek. Met één week geen blog heb je echt niet meteen een writer’s block.”
“Het is ook gewoon allemaal de schuld van die sinaasappels!”
“Sinaasappels?”
“Ja! Dat blog. Over die gevaarlijke sinaasappels. Dat we niks meer kunnen eten enzo. Nou, door die stomme sinaasappels kan ík nu niet meer schrijven!”
“Och, mevrouwtje heeft last van faalangst?”
“Nee! Ja. Nee! Nou ja, een beetje. Maar wat wil je? Als je ineens door meer dan honderdduizend mensen gelezen wordt. Over sináásappels notabene! Dan wil je dat vasthouden. Laten zien we je bent. Wat je kan. Man, ik had een doorbraak kunnen hebben. Roem, erkenning, de nieuwe Sylvia Witteman!”
“Je overdrijft.”
“Ok, ik overdrijf. Maar dan nog. Ik snap het niet. Ik heb echt betere blogs geschreven, heus. Maar waarom wat uitgerekend dát blog, geschreven met 2 vingers in de neus tussen een cappuccino en een stukje appeltaart in een koffietentje, ik herhaal: uitgerekend dát blog zo goed gelezen?”
“Omdat het blijkbaar speelt.”
“Omdat het blijkbaar speelt. Omdat het blijkbaar speelt. Ja, dat begrijp ik ook wel. Daarom heb ik erover geschreven!”
“En wat is nu precies je probleem? Het is toch leuk dat een blog van jou zo goed gelezen is?”
“Ja, dat weet ik ook wel. En dat is het ook. Het slaat ook nergens op natuurlijk. Alsof de lezers van dat ene blog überhaupt terug komen om mijn andere stukjes te lezen.”
“Nou, dat weet je niet.”
“Nou, dat weet ik wel. Want als ik niks meer weet om over te schrijven dan houdt het natuurlijk meteen op.”
“Je kan in ieder geval altijd nog een stukje schrijven over je gevoel voor dramatiek.”
“Nee, daar zitten mensen op te wachten.”
“Nou, wie weet. Je bent op dit moment in ieder geval net zo zuur als een sinaasappel.”
“Sinaasappels zijn niet zuur, citroenen zijn zuur.Sinaasappels zijn…”
“Sinaasappels, mandarijnen, citroenen, kan mij het schelen. Al schrijf je een epistel over de exotische cactusvijg.”
“Ik wil niet schrijven over de exotische cactusvijg. Ik wil schrijven over…over iets! Maar ik kan dus niks verzinnen.”
“Dan schrijf je toch lekker een weekje niet?”
“Een weekje niet?!”
“Ja. Waarom zou je iedere week wat moeten schrijven? Ik bedoel, als je toch niets te melden hebt, dan kun je maar beter even niks zeggen, toch? Niks erger dan bloggers of columnisten waarbij je in de eerste regel al de frustratie kan lezen en weet ‘dit gaat ‘em niet worden vandaag’.”
“Dat is waar. Zo erg als mensen een stukje schrijven ‘omdat het moet’. Dat ze lukraak een onderwerp hebben gekozen om die pagina maar vol te krijgen.”
“Precies.”
“En aangezien ik toch geen Sylvia Witteman ben….”
“Juist.”
“Fuck it! Ik schrijf deze week gewoon lekker niet!”