Doktersrecept

“Ik ben begonnen op doktersadvies. Ik was 28 en een beetje overspannen. Toen zei hij: Weet u wat u moet doen? Een sigaret opsteken!”

Oma zit in haar luie stoel en steekt er nog eentje op. Het is inmiddels 58 jaar geleden dat de dokter met zijn gezonde oplossing voor overspannenheid kwam. De beste man zelf leeft helaas niet meer (iets met zijn longen), maar oma volgt nog steeds braaf zijn advies op.

“Die eerste vond ik niks. Die was smerig. Maar toen zei mijn vriendin die naast me zat en ook rookte: ‘Kom op Trees, niet zeuren! Probeer er zo gewoon nog een en je zult zien dat je het lekker vindt.’ Nou, en dat deed ik. Na een half uur pakte ik de tweede en die smaakte me prima.”

Terwijl ik probeer te bedenken hoe je ooit na twee sigaretten al zin kon hebben in meer (is dat hele beginnen met roken niet iets voor stoere pubers die graag bij de groep willen horen?), blaast oma rustig nog een wolkje uit. Terwijl ze tevreden naar sport op tv kijkt, bedenk ik me dat ze ten tijde van haar eerste sigaret al acht kinderen gebaard had. En daar zouden er niet veel later nog vier bij komen.Misschien toch niet zo heel gek dat je dan op doktersrecept een dagelijks momentje voor jezelf creëert.

“Ik vind het gewoon lekker. En geen haar op mijn hoofd dat ik nog ga stoppen. Ze kunnen nog zoveel lelijke plaatjes op die verpakkingen zetten…Met mijn longen is niks mis. Dat heeft mijn nieuwe dokter zelf gezegd. Ze kunnen best zeggen dat het slecht voor je is, maar voor mij is er niks slechts aan.”

Ik denk terug aan het jaar 2003. Het jaar dat mijn opa stierf. En het jaar dat ik mijn oma voor het eerst zag roken. Gewoon, in haar stoel. Het doktersadvies van oma is namelijk jarenlang een groot bewaard familiegeheim geweest. Terwijl mijn opa de grote gezonheidsheld uithing, rookte mijn oma stiekem sigaretjes achter in de tuin. Toen mijn opa overleed, vond mijn oma het tijd om uit de kast te komen. Sindsdien staat de woonkamer standaard blauw als je er binnen komt.

“Het is mijn huis en mijn leven. En als ik zo honderd kan worden, graag. Moeten ze het alleen niet veel duurder maken. Ze zeggen dat over twintig jaar een pakje sigaretten wel dertig euro kost! Maar dat ga ik toch niet meer meemaken.”

Zachtjes tikt oma het laatste restje as in de asbak. Ze pakt haar breiwerk van schoot en doet de voetensteun van haar luie stoel omhoog. Overspannen is ze al lang niet meer.

Zou die dokter dan toch gelijk hebben gehad?

Hotel Oma

Eenvoudig, zouden sommigen het noemen. Simpel. Spartaans wellicht. Op een site met reviews bekroond met niet meer dan 2 sterren. Een Bed & Breakfast back to basic. In de wijde omgeving geen internetverbinding. Zelf brood smeren, zelf afwassen. Een gedeelde douche en toilet (die zich één trap naar beneden, door woonkamer, door de voordeur, rechtsaf , in de schuur bevinden). Een bed nét iets aan de korte kant (waar je, dankzij schuine muren, plafonds en vloeren, ook nog eens moet uitkijken niet uit te rollen). Een in rook gehuld anti-rook beleid. Geen kroeg. Geen supermarkt. Alleen een tot restaurant omgebouwde voetbalkantine die op weekenddagen geopend is.

Welkom bij Hotel Oma. Welkom bij mijn oma. In Limburg. In een dorpje met een naam waarbij de meeste gezichten in een verbaasde ‘Huh?!’ schieten als ze hem horen. ‘Wáár ligt dat?’ Met een beetje fantasie zou je denken dat je ergens ver buiten Nederland op een exotische vakantiebestemming bent beland. En precies dáárom kom ik er zo graag. Niet omdat het nou echt zo ver weg of exotisch is (verre van – helaas). Maar omdat ik er het gevoel heb écht even weg te zijn. Terug in de tijd misschien zelfs. Of in een soort tijdloze zone waar een mix van weemoed, herinneringen, rust en eenvoud de dagen sieren. Omlijst door een landschap van heuvels en meer plaatsen met namen die op een ouderwetse ansichtkaarten niet zouden misstaan.

En al is het simpel. Al is het spartaans. Al zou het in een glossy brochure niet meer dan één of twee sterren krijgen. De glans van deze jaarlijkse traditie doet elke ster verbleken. Niet vanwege die scheve muren, niet vanwege de kou op het toilet en zelfs niet vanwege de berg was die bij thuiskomst ruikt alsof een heel Indianendorp de vredespijp heeft zitten roken. Het is vanwege de gastvrouw. Het is vanwege oma. Oma. In haar blauwe stoffen stoel. In het hoekje van de kamer. Háár hoekje van de kamer. Haar eigen kleine universum waar ze slechts een aantal middelen nodig heeft om meer dan volmaakt gelukkig te zijn. De afstandsbediening van de tv, een grote kan met water, sigaretten, aansteker, asbak, haar breiwerk, én haar rollator. Om af en toe mee naar de keuken te lopen. Voor koffie (alléén tot vier uur). Een boterham met kaas. Of om in de schuur het toilet op te zoeken. Oma weet niet beter. En oma hoeft niet beter.

En ik? Ik hoef ook niet beter. Of meer. Of groter. Beter. Best. Als ik daar ben. Bij oma. Want oma vindt alles best. Ze gaat haar gang. En laat ons onze gang gaan. We drinken koffie, kijken sport (schoonspringen, voetbal, Tour de France – oma volgt het allemaal), nog een kopje koffie, stukje vlaai. En als wij de hort op gaan, nestelt oma zich nog wat dieper in haar stoel. Of schuifelt naar buiten. Om te genieten van de bloemen in haar tuin. En zo nu en dan van het gezelschap van één van haar 12 kinderen die nog wel eens komen aanwaaien. Om boodschappen te brengen. De was te doen. Te koken. Of gewoon gezellig een kop koffie te drinken. Oma is als de koningin in haar eigen hotel. Met als enige verschil dat oma het wuiven heeft verheven tot een serieuze taak waar mijn zusje en ik ons vroeger over konden blijven verbazen (“Ze zwaait nog steeds! Ze zwaait nog steeds!”)

En ’s avonds kijken we tv. En komen soms ook de verhalen. Over de dominee die zieltjes kwam winnen toen ze er net woonden (en hard wegrende bij de aanblik van een dozijn kinderen en geen kruis aan de muur). Of over opa, die op vakantie ging naar Nieuw Zeeland en na een maand besloot dat het daar zo fijn was dat hij (van hun spaargeld) gewoon nog een maandje bleef.
Voor oma echter geen vakantie, vliegtuig of boot. Gewoon lekker thuis, in haar eigen stoel. Met warm weer met alle ramen en deuren dicht. Naakt. “Ja, dat mag je best weten hoor. Ik houd gewoon niet van warmte. En ik heb dan toch alles op slot.”

Eerlijk. Recht voor de raap. Bij Hotel Oma weet je wat je krijgt. Geen poespas, geen glamour. Maar waarom zou je meer wensen terwijl je met dat wat je hebt gelukkig bent? En je liefste wens is om daar te blijven totdat het einde daar is (“De enige manier waarop ik hier weg wil is tussen zes planken”). Een klein paradijs. Hotel Oma. Ze is er nog. Gelukkig wel. En ik? Ik heb alweer geboekt. Voor volgend jaar. Met een zweem van rooklucht nog in mijn kleren. En het beeld van oma naakt in haar stoel aan mijn netvlies geplakt. Bedankt oma. Als dat geen extra ster verdient weet ik het ook niet meer!

20150726_110141