Schuldgevoel van liefde

Vrijdag de dertiende. Parijs bloedt. De wereld huilt. En ik? Ik voel me schuldig.

De beelden flitsen aan mijn ogen voorbij. Ik lees de berichten, updates, reacties. Vol van verdriet, boosheid en angst. Ik begrijp het, ik voel het, maar het schuldgevoel knaagt. Ben ik te nuchter? Raakt het me niet? Natuurlijk raakt het me wel. Waarom voelt het dan vreemd, dat ik niet lijk te voelen, wat anderen voelen? Dat geen buikpijn van woede of slapeloosheid van angst zich van mij meester maakt?

Ondertussen laaien online de discussiepunten op. Wie wil in deze wereld nog zijn kinderen grootbrengen? Wie wil in deze wereld überhaupt nog kinderen voortbrengen? Ik lees het, ik snap het, maar het schuldgevoel knaagt. Want hoe dichtbij het nu ook moge zijn, de wreedheid van onze wereld bestaat al langer dan vandaag. Denk aan Cambodja, denk aan Rwanda. Denk aan de honderden, duizenden, miljoenen. Niets wat ooit de mensheid ervan heeft weerhouden nieuw leven te stichten. En dat is niet erg. Want waarom zou je? Waarom zou je, op grond van haat, niet je eigen liefde willen doorgeven? Juist op de momenten dat die liefde zo hard nodig is?

De wereld staat stil en ik voel me schuldig. Schuldig omdat in al die stilte míjn leven gewoon doorgaat. En omdat ik ook wíl dat het doorgaat. Hoe wrang en crux dat misschien nu wel klinkt.

De wereld staat stil, maar het leven gaat door. En misschien is dat juist wat de aarde doet draaien. Wat ons de kracht geeft onze hoop te blijven volgen.
Want ik wil me niet schuldig voelen dat ik niet 24 uur aan de buis gekluisterd zit. Ik wil mezelf niet verwijten dat mijn mijn verdriet niet intens genoeg is. Ik wil me niet hoeven schamen dat ik er vandaag ook even níet aan dacht. Dat ik lachte om een grap. Dat ik plannen maakte voor morgen. En genoot van zoiets basaals als een ontbijt met z’n twee.

Ik wil stil staan. Maar niet stil blíjven staan. Juist niet nu. Juist niet vandaag. Want is dat niet precies wat ze uiteindelijk willen? Dat de angst ons verlamd om het leven te leven?
Ik wil niet verlamd zijn. Ik wil vrij kunnen lopen. Ik wil kunnen genieten. Ik wil liefhebben, lachen, het leven omarmen. Zing, vecht, huil, bid… Hoe tegenstrijdig het ook klinkt.

En strijden doe ik. Ik strijd alleen niet tegen, ik strijd vooral met. Met degenen die ik liefheb, met degenen die ik koester. Wij zijn namelijk de mensen die het verschil kunnen maken. Door te laten zien dat ondanks verlies van geloof zeker nog hoop en liefde is. Door de oorlog te verdrijven met onze vorm van vrede. Zoals iets betekenen voor een ander, het geven van een compliment, een onverwachts moment van geluk, een lach, een kus, een nieuwe dag.

Het zijn de kleine dingen die het in dit leven doen. Juist nu. Juist vandaag. Juist in deze grote boze wereld. Voel je niet schuldig. Laat het niet knagen. Sta op. Heb lief. En vier het leven.

Advertenties

Sprookjesland

“Help! Mevrouw! Het gaat niet goed! Help!”

Terwijl de noodkreet naast me wordt geschreeuwd zakt de vrouw over wie het gaat al langzaam in elkaar. Ik ben er nog net op tijd bij om haar van achteren vast te pakken en tegen me aan te laten leunen, zodat ze niet met haar hoofd op de harde koude vloer glijdt. Versuft zit ze op de grond. Haar blik op oneindig met een waas die wat wegheeft van een griezelig sprookjesland.

“Thea, hoor je mij? Thea!”

De vriendin van de vrouw probeert op haar in te praten. Weet je je naam nog? Kun je je tong uitsteken? Sprookjesland is echter ver weg en de blik van Thea lijkt dwars door de onze heen te gaan. Blanco. Geen reactie.

“We moeten de ambulance bellen! En haar dochter! Haar dochter moet weten dat ze hier ligt!”

Hoewel ik kramp krijg in mijn benen en mijn bloedtoevoer wordt afgekneld door de onmogelijke houding waarin ik zit durf ik me niet te verroeren. Ik ben geen bhv’er. Ik heb nog nooit een cursus EHBO gedaan. Ik ben gewoon, toevallig, iemand van de organisatie die op dat moment het dichtst bij stond. Gewoon iemand die ziet dat het niet goed is en dat ik dus maar beter kan blijven zitten zoals ik zit.

Dan ineens…een teken van leven. Alsof uit een diepe slaap lijkt de vrouw ineens uit haar waas te ontwaken. Ik weet echter niet wat een grotere nachtmerrie is: het verre sprookjesland of de gruwelijke realiteit. Aan de ogen van Thea te lezen denk ik het laatste.

“Grrhhhmmmbbbblll….grMMMMMMMbbblll!”

Angst. Onmacht. Paniek.
Terwijl ik Thea rustig probeer te houden, probeert zij zelf uit alle macht het leven in zich aan ons duidelijk te maken. Zonder succes. Hoe moet het voelen als je in je hoofd weet wat je wil zeggen, maar je lichaam weigert dit over je lippen te laten komen? Of als je in je handtas je adresboekje wilt pakken met het telefoonnummer van je dochter, maar je onmogelijk je arm opgetild krijgt? De onmacht in haar ogen spreekt boekdelen. Het gejammer dat daarop volgt gaat door merg en been. Ik voel me machteloos en ben blij als de ambulance eindelijk arriveert.

Eenmaal thuis móet ik een rondje rennen. Gewoon. Mijn hoofd leegmaken en voelen dat ik nog leef. Hoewel ik weet dat ze niet in kritieke toestand is weggebracht en dat het echte sprookjesland nog niet in zicht is, ben ik toch een beetje overvallen. Overvallen door de dood. Overvallen door het feit dat het zo snel kan gaan. Zo sta je nog gezellig met wat vriendinnen te kletsen en zo lig je met een losgeschoten bloedprop op de grond. Ik voel me klein en ontzettend sterfelijk. Het leven is een feestje, maar met de kleinste stroomstoring kan het al gedaan zijn met de ongedwongen toekomstmuziek.

Sprookjes bestaan niet. En als sprookjesland net zo kil is als de blik van Thea op dat moment, dan hoef ik daar ook nog niet heen. Helaas hebben wij over de keuze van dat lot helemaal niets te beslissen. Het komt zoals het komt en het gaat wanneer het gaat. Het enige dat in onze macht ligt is om te genieten van iedere dag. Om te genieten van het leven. En hier zelf iets bijzonders van te maken dat alle sprookjes overstijgt.

life-quotes