Gek en wereldvreemd

“Ja, maar je moet toegeven: mensen zonder kinderen zijn toch gewoon altijd een tikkeltje apart en wereldvreemd.”

Ik heb net een slok van mijn wijn genomen en weet even niet wat ik ermee moet doen. Uitproesten van het lachen of kokhalzend doorslikken. Voordat ik echter überhaupt de tijd krijg om hierover na te denken (en het hopen dat het om een grapje gaat), wordt de gestelde mening alweer wat kracht bijgezet door aan te geven dat die ‘wereldvreemdheid’ vooral wordt veroorzaakt door het zogenaamde ‘missende stukje’. Het feit dat je als mens niet compleet bent, of compleet tegen de wereld aan kan kijken, als je niet eerst kinderen op de wereld hebt gezet.

“Tja, ik kan het ook niet helpen. Maar mensen zonder kinderen denken nou eenmaal anders over zaken. Wellicht iets egocentrischer.”

Even sta ik met een mond vol tanden (en die slok wijn waar ik me nog steeds geen raad mee weet). Dat ik een tikkeltje apart wordt genoemd, daar kan ik in vrede mee leven. Een beetje vreemd, een beetje raar, allemaal helemaal prima (raar is leuk, om met de woorden van Harry Jekkers te spreken). Maar, dat ik wereldvreemd en egocentrisch zou zijn omdat ik niet de behoefte voel om mijzelf voort te planten, dat gaat mij toch echt even te ver. Of heb ik even gemist dat mensen die wel bewust voor kinderen kiezen dit niet voor zichzelf doen, maar voor eeuwige wereldvrede op aarde? In dat geval zeg ik niks meer.

Kijk, dat ik een stukje mis, dat geloof ik zelf ook wel. Ik bedoel, vanuit het oogpunt der natuur gezien, zijn wij vrouwen veelal gemaakt met een natuurlijke drang tot baren. Een innerlijk gevoel – ook wel de biologische klok genoemd –  dat ons om niet-rationele redenen de vurige wens laat hebben om kleine replica’s van onszelf op de wereld te zetten. Dit heeft niks te maken met wel of niet egocentrisch zijn, maar met een soort oergevoel. Je weet niet waarom, maar je wil het gewoon hebben. Ik vergelijk het altijd met door de Xenos lopen: je weet niet waarom, maar ineens is lijkt niks je gelukkiger te maken dan het NU kopen van die aardappelschilmesjes met glitters.
En nee, ik heb dat gevoel dus niet. Tenminste, wat die baardrang betreft dan. Wat die aardappelmesjes betreft, daarvan heb ik er al twee. Ik geloof dat ons gezin daarmee voor nu wel compleet is.

Ondertussen sta ik nog steeds met een half leeg (half vol?) glas wijn in mijn handen en kijk richting een paar ogen waarvan ik nog steeds hoop dat ze zo gaan twinkelen en vergezeld zullen gaan met de boodschap: ‘Grapje! Haha! Ben je daar even mooi ingestonken zeg!’
Maar de ogen blijven mij strak en serieus aankijken. Geen twinkeling. Geen glimlachende boodschap. Alleen de echo van raar, wereldvreemd en egocentrisch.

Even twijfel ik om het hele glas wijn inéén keer achterover te drukken en een ratelend betoog te houden over dat ik heus geen hekel heb aan kinderen, dat ik waarschijnlijk meer kinderliedjes ken dan hij ooit met zijn kinderen heeft gezongen, en dat mensen met zo’n bekrompen visie als hij wat mij betreft veel wereldvreemder zijn dan een bewust kindvrij stel in Lutjebroek. Laat staan hoe kwetsend deze opvatting kan zijn voor ongewild kinderlozen. Je zal het maar te horen krijgen: dat je vanwege het feit dat je geen kinderen kan krijgen vanzelf een beetje raar wordt en altijd inferieur in de wereld zal staan.

Gelukkig maak ik in dit geval zelf de keuze. Kies ik rood of kies ik wit. En liever een treetje lager in mijn eigen wereld, dan aan de top van een wereld waar ik helemaal niet gelukkig van word. Want ja, kiezen is egocentrisch. Je máákt een keuze. Je kiest voor het één of het ander. Wel kinderen, geen kinderen. En of het lukt of niet, de keuze kwam van jou. Jouw mening, jouw opvatting. En als jij liever wit drinkt dan rood, helemaal prima. Zolang je mij maar in mijn waarde laat en mij rustig míjn glaasje wijn laat leegdrinken.

Proost. Op wereldvreemde!

De swingende kers van Lucie

Bij ons in het dorp woont Lucie. Ook als je haar niet kent, dan weet je wie ze is. Je hebt haar vast wel eens gezien. Of gehoord. Lucie is namelijk niet alleen te herkennen aan haar gulle lach of het feit dat ze altijd wel met iemand staat te praten. Ze valt vooral op door haar uiterlijk. En dan met de name de manier waarop ze zich kleed. Hoe oud Lucie is weet ik niet, maar dat je je op een bepaalde leeftijd ook op een bepaalde manier moet kleden, daar wil Lucie niks van weten. Geen stralende dag zonder een gekleurde bloem in je haar. En een leven zonder petticoats is toch ook maar gewoon zoals slagroom zonder kers.

Anderen zouden Lucie bestempelen als excentriek. Een leuke maar aparte vrouw die je nooit zult spotten zonder haar handtas met tientallen knuffelsleutelhangers eraan. En die je kunt uittekenen in jurken waar de dames uit Grease jaloers op zouden zijn. En ik stiekem ook wel een beetje.

Want je kunt Lucie noemen wat je wil – gek, raar, apart, vreemd, flamboyant – je kan niet zeggen dat ze een grijze muis is. En daar houd ik wel van. Grijze muizen hebben we immers wel genoeg. Je hoeft maar een half uurtje mensen te kijken op straat en je weet precies wat er op dit moment in de mode is (en wat dus iedereen draagt). Als kippen zonder kop voegen we ons in een plaatje, zelfs als datzelfde plaatje een jaar geleden nog helemáál niet kon of vijf jaar geleden nog bestempeld werd als oerlelijk. Wat in is, is in en uit de toon vallen, dat wil je immers niet.

Behalve Lucie dan. Die doet niet aan toonladders. Die schrijft gewoon zelf haar eigen melodieën. En maakt daar nog een dansje op ook. Tegen de maat in. Maar wat maakt het uit? Misschien is haar maat wel de juiste. Het ziet er in ieder geval swingender uit. Ik krijg er zowaar zin van om ook te dansen.

En stiekem probeer ik het ook wel een beetje. Met mijn ‘divajas’ en Brigitte Bardot kapsel. Met af en toe een hoedje, een strik in mijn haar of een bloem op mijn vest. Doe maar gek, dan ben je nog niet gewoon genoeg. En eerlijk? Het mag van mij nog wel wat aparter, wat gekker, wat anders. Wat meer ‘ik’ in plaats van ‘de rest’. Maar dan moet je wel durven te dansen. Jezelf gewoon te laten gaan.

Voorlopig doe ik het dus nog even met slagroom. En kijk ik glimlachend naar de kers op de taart van Lucie. En als iemand mij vraagt wat ik later wil worden. Dan zeg ik: ‘Oh, gewoon, excentriek’.

1347553810Iris-1-540x359