Kleurangst

“Goh, dus als ik het goed begrijp is jullie woonkamer geel met paars, hebben jullie een blauw toilet, een blauw met geblokte zwart-wit tegels in de keuken, roze en donkerblauw in de slaapkamer en nog een extra kamer met oranje en paars? Goh, ehhh…gewaagd.”

Opgetrokken wenkbrauwen, verbaasde blikken, boerenwangen met kiespijn. Ik kom ze regelmatig tegen als ik vertel over de inrichting van ons huis. Meestal is er een conversatie aan vooraf gegaan waarin de betreffende persoon waar ik mee in gesprek ben aangeeft graag een muur in een ‘gekke opvallende kleur’ te willen schilderen, maar die keuze toch wel erg ‘heftig’ vindt. Want tja, zo’n oranje wand is natuurlijk ook wel erg opvallend. En bovendien, wat nou als we het huis willen verkopen? Dan raken we het met een melange van mandarijn toch nooit meer kwijt?

Kleurangst. Het is een opvallend veel voorkomend fenomeen in Nederland. Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. We lopen massaal in grijze jassen, verven onze kozijnen net zoals de buren donkerblauw, gaan voor ‘rustige’ effen gordijnen en als we dan al een uitspatting maken, dan verven we heel kinky één muur knalrood! Kijk ons eens kleur bekennen!

Kleur is iets extra’s. Een finishing touch. Het zijn de blauwe kussentjes op de bank. Of de paarse geurkaarsen op de glazen salontafel. Maar het is nooit de basis. Oh, nee! Onder het motto ‘wij houden van rust’, ziet menig interieur eruit als een pagina uit de VT Wonen: wit. Het liefst met zo’n fijne grijze gegoten betonnen vloer. ‘Lekker strak’, noemen ze dat dan.
Saai, zou ik het noemen. Maar als ik als argument aangeef dat paars ook zeker heel rustgevend kan zijn en dat een strak huis niet perse een wit huis hoeft te betekenen, dan gaan de wenkbrauwen direct weer omhoog en zuigt de kleurangst de rode blos van de strakke witte wangen.

Nu is het op zich niet vreemd dat veel mensen wit wegtrekken bij het horen van het woordje kleur. We zijn het namelijk niet gewend. We weten niet beter dan dat onze huizen grijs, onze koelkasten wit en onze stereo-installaties zwart zijn. Het is een soort van bovenaf opgelegd gegeven waarvan we niet beter weten dan dat het zo is en dus is het zo. Heerlijk veilig én logisch bovendien. Witgoed heet immers toch niet voor niets witgoed? Daar zal vast wel een reden voor zijn. Net zoals het beter voor het straatbeeld is als ieder huis er van de buitenkant gewoon een lekker hetzelfde uitziet. Anders zou het maar een bonte boel worden.

Nu ben ik iemand die nooit kleurangst heeft gekend. Sterker nog, ik lijd in deze maatschappij eerder aan een flinke dosis kleurovermoedigheid dan aan angst om een uitspatting van mandarijn op mijn muur te verven. En om heel eerlijk te zijn: ik begrijp die angst voor gekleurd pigment ook niet echt. Vind het zelfs een beetje aanstelleritis. Want wat is er nou zo erg aan als het straatbeeld een bont kleurfeest zou zijn? Ik was vorig jaar in Mexico en heb me vergaapt aan de kleurrijke huizen en inrichtingen daar. Niets om bang voor te zijn hoor. Ik werd er vooral heel vrolijk van. Net zoals de inwoners daar. En ja, natuurlijk helpt het voor je humeur als de zon een beetje schijnt, maar aangezien het hier al bijna het hele jaar al grijs zat is, zie ik niet in waarom we daar niet zelf wat aan zouden kunnen doen.

Net zoals met dat witgoed. Wie heeft ooit bedacht dat je spullen beter schoon, sneller koud of gemakkelijker droog worden als je ze in een witte omgeving plaatst? Ik wil mijn bonte kleding wassen in een roze wasmachine, mijn kaas koelen in een gele koelkast en mijn boezen strijken met een rode strijkbout. Zo moeilijk kan dit toch niet zijn? En dan het liefst een paarse stereotoren en een oranje tv. En als het even kan ook een laptop met een lekker kek kleurtje. Oh, en dan wel in normale prijzen graag! Kleur moet geen chique uitzondering zijn (zoals sommige merken zich nog wel eens profileren), maar een norm. Een gewone keuze zodat de heersende angst niet nog eens verder gestimuleerd wordt.

En mocht je dan met die pot verf voor de muur staat en het angstzweet breekt je uit, bedenk dan dat oranje ook weer gewoon sneeuwwit kan worden geverfd. Of paars. Of groen. Als je durft. En mocht dat echt te moeilijk voor je zijn: kom dan gewoon een keertje hier in Villa Kakelbont op de koffie. Je zult zien dat je met één therapiesessie zo verlost bent van je angst voor kleur. En dat paars heus en echt wel heel rustgevend kan zijn.

burano-venice

Lekker piemels kijken

Toen ik vorige week mijn artistieke plaatje liet kleuren kwamen de ‘kunstenares’ en ik toevalligerwijs op het onderwerp sauna. Ze vertelde mij dat ze altijd netjes de deur op slot doet zodat niet zomaar iedereen binnen kon lopen. Toen ik antwoordde dat ik niet zo preuts ben en ook regelmatig naar de sauna ga, kwam er een heel gesprek op gang over naaktbadpakkendagen (echt niet!), wel of niet gemengd zweten (gemengd – natuurlijk!) en het grote vraagstuk van kijken en bekeken worden. Ik ben namelijk van mening dat rondlopen in de sauna net zoiets is als zitten op het terras, reizen met het OV of je buren in de gaten houden. We zeggen allemaal wel dat we niet kijken, maar ondertussen gluurt iedereen naar elkaar.

Maar voordat ik nu meteen alle saunaliefhebbers over me heen krijg….
Ok, ‘gluren’ is in deze context misschien niet het juiste woord. We kijken. We kijken naar elkaar. Als je van het terras wegloopt, als je in de trein tegenover iemand gaat zitten, als je nieuwe buren krijgt, én…als je naakt het bubbelbad uitstapt. O ja, absoluut zeker dat we dan kijken! En de die-hard saunaliefhebbers die het tegendeel beweren, nou, daar geloof ik dus helemaal niets van! Wie niet kijkt, die liegt. Of voelt zich op zijn minst te beschaamd om het eerlijk toe te geven.Want als er ergens nog een taboe op rust, dan is het wel op het kijken naar elkaars naakte lichaam. Vreemd genoeg ook in de sauna. Daar lijkt het toegeven van het feit dat je andere lichamen scant en checkt – ondanks de overweldigende aanwezigheid van naaktheid – soms nog wel het meest ‘not done’.

Maar waarom eigenlijk? Los van het feit dat het in een sauna vrij lastig is om de blote lichaamsdelen met je ogen te ontwijken, is er toch eigenlijk niets gek of vreemd aan om te zien hoe een ander erbij loopt? We kijken naar elkaar met kleren aan, waarom zou dat zonder kleren niet zo zijn? Of mogen? Juist wanneer de kleren uit zijn, is te zien dat we uiteindelijk allemaal gelijk zijn. En allemaal totaal verschillend. En dat maakt het juist zo leuk! Niets heerlijker dan een hele middag lang ongegeneerd piemels kijken in het bubbelbad! Want, lieve mensen, wat zijn me er toch veel soorten en variaties! Je zou denken dat als je er één kent, je ze allemaal kent, maar niets is minder waar. Van kleine doppiemels, tot grote slingerende pony’s; ik heb ze allemaal al voorbij zien komen. De een nog gekker, mooier of opvallender dan de ander. Iemand ooit het verschil gezien tussen ‘platzak’ en ‘hangzak’? Nou, dan zou je toch echt eens een dagje sauna moeten overwegen!

Maar niet alleen piemels worden bekeken (voordat ik straks word verdacht van het hebben van een piemelfetish!). Het leuke van de sauna is namelijk dat er werkelijk van alles rondloopt. Man, vrouw, oud, jong, dik, dun. Je vindt er het menselijk lichaam letterlijk in alle soorten, maten en staten. En daar waar je met kleren aan soms niet kan zien wat voor persoon er eigenlijk onder die laagjes textiel verborgen zit, komt zonder die beschermingslaag ineens de ‘echte’ mens tevoorschijn. Tatoeages, piercings, borstvergrotingen, borstamputaties, moedervlekken, littekens, buikwandcorrecties. In de sauna zie je het allemaal. En het grappige daaraan is ook weer dat je zo soms ook andersom een beeld van iemand kan creëren, wat achteraf helemaal niet blijkt te kloppen. Blijkt na afloop in de kleedruimte die kinky vrouw met die tribaltatoeage en clithoodpiercing ineens een degelijke huisvrouw met een rok tot over de knie en vleeskleurig sloggy-onderbroek.

Wat ik eigenlijk wil zeggen, is: kijk! Of, op zijn minst, schaam je niet áls je (per ongeluk) kijkt. We doen het namelijk allemaal. En het fijne is: daar kunnen kunnen we niets aan doen. Zo zijn we nu eenmaal als mensen. We zijn van nature nieuwsgierige schepselen en observeren graag. Dat zit gewoon in onze genen. Niks om je voor te schamen dus. En ja, natuurlijk is er een verschil tussen kijken en (be)gluren of bespotten, maar zolang we er de ander niets kwaads mee aandoen, zie ik niet in waarom het in de taboesfeer zou moeten blijven.

Bovendien, als jíj niet kijkt, dan kijkt de ander wel naar jou.  Ja, denk daar maar eens aan. Des te meer reden om extra lang in het bubbelbad te blijven zitten en lekker rustig piemels te kijken. Dat artistieke plaatje van mij bewaar ik dan wel tot alle gluurders de sauna weer in zijn gedoken.

sauna470

Een artistiek plaatje

“Nou meid, het is een pláátje hoor! Prachtig ligt ie erbij! Ja, dat is toch steeds weer afwachten hoor. Iedere keer is het weer anders. Maar dit zie ik zo. Echt een plaatje!”

Even denk ik dat ze er een foto van gaat nemen. Ik bedoel, als ie zo mooi is! Bovendien heb ik hem zelf ook nog nooit gezien. Niemand eigenlijk, bedenk ik me nu. Toch wel een beetje apart. Het is natuurlijk niet zomaar iets. Alhoewel, voor haar is het natuurlijk niks bijzonders. Zij ziet ze iedere dag. In alle soorten en maten. Niks bijzonders. Net als snaterende eenden in de vijver. Ja, dan zou ik mijn fototoestel ook gewoon thuis laten.

“Nou, ik pak mijn kwast erbij hoor! Even dat mooie plaatje vastleggen. Duurt niet lang. Tien keer strijken en het is gedaan. Valt mee toch?”

Oja, de kwast. Dat had ze gezegd ja. Blijkbaar is het vanuit artistiek oogpunt gezien beter om het zo te doen dan met een foto. En vanuit praktisch oogpunt ook. Je zou er toch niet aan moeten denken dat ze met een camera… Ik bedoel, het mag dan een plaatje zijn, heel fotogeniek is het vanuit deze positie nou ook weer niet (hoewel daar vast wel wat artistiek verantwoorde meningen over verdeeld zullen zijn).

“Ja, dat gaat hartstikke goed. Prachtig! Lekker ontspannen. Scheelt toch dat je weet dat niet zomaar iedereen langs kan komen hè? Ja, daar zorgen we altijd wel voor. Toch een beetje privacy op zo’n toch wel bijzonder moment. Natuurlijk lopen hier alleen professionals in en uit, maar ik kan me voorstellen dat één professional tegelijk wel genoeg is voor zo’n eerste keer. ”

Nou, daar ben ik het wel mee eens ja. Ik houd best van een beetje gezelligheid, maar het moet natuurlijk geen toeristische hotspot worden. Sommige dingen mag je best een beetje exclusief houden. Vind ik dan. Hoewel het wel jammer is dat ik het juist zelf niet kan zien. Een beetje benieuwd ben ik namelijk wel. Hoewel ik me wel afvraag of ik het uitzicht ook zou bestempelen als ‘een pláátje’.

“Zo! Klaar! Dat ging super! Het drupt nog wel een beetje, dus neem voor de zekerheid nog maar even een doekje mee tot de boel is opgedroogd. Is niet erg hoor. Hoort er gewoon bij. En jij trouwens ook nu! Ja! Bij de club van de ‘oudere dames’. Mooi toch!”

Net op het moment dat ik denk dat ze me gaat feliciteren (‘Join the club, hoera!’) reikt ze me een inlegkruisje aan. Het zit erop. Mijn eerste uitstrijkje is een feit. En hoewel ik dacht dat het een zware bevalling zou worden viel het eigenlijk best wel mee. Tenminste, als je iemand hebt die de kunst van haar vak verstaat. Begrijp me niet verkeerd, Herman Brood maakte ook mooie schilderijen, maar bij dit soort werk is enige nuance en precisie wel vereist. Nu nog wachten op het uiteindelijke resultaat. Als de kleuren maar niet vloeken vind ik het best. Dan kom ik gerust terug om over 5 jaar mijn artistieke plaatje nog een keer vast te laten leggen. Alles voor de kunst!

il_570xN.329853893