Liefde is…

“Lig je er nu alweer als ‘voele poes’ bij? Misschien moet je even een ‘kloontje’ nemen. Dan heb je straks tenminste weer energie om voor ‘afwaskabouter’ te spelen.”

Voor veel mensen zal bovenstaand stukje een beetje vreemd overkomen. Ik ken echter één persoon die bij het lezen van deze zinnen een glimlach op zijn gezicht krijgt en precies weet wat ik ermee bedoel. En ik weet ook dat er naast mij nog vele anderen zijn die een dergelijke eigen codetaal hanteren, waarbij slechts één bondgenoot de ware betekenis weet te ontcijferen.

Klinkt als een spannende misdaadroman? Wees gerust. Niets zo heerlijk gezapig als de codetaal der liefde. Liefde is namelijk geen spelletje. Hoewel vriend R. van mij daar toch enigszins anders over denkt. “Hoe heb jij S. weten te ‘veroveren’?”, vroeg hij een tijdje terug aan mij. “Hoe heb je het aangepakt? Welke kaarten heb je op tafel gelegd? En welke niet?”

De reden dat hij mij dit vroeg was zijn nieuwste ontdekking van het boek ‘The Game: Penetrating the Secret Society of Pickup’. Ofwel ‘Het Spel: Ontdekt de geheime wereld van het versieren’. In dit boek gaat schrijver Neil Strauss in op de wereld van vrouwen versieren. Zijn tactiek? De ‘Mystery Method’. Een verleidingsmethode die alle mannen kunnen gebruiken om vrouwen om hun vinger te winden. Hoe dit in zijn werk gaat? Geen idee. Maar vriend R. was er dusdanig van onder de indruk dat hij ervan overtuigd was dat je alleen met behulp van de juiste tactiek een partner kon vinden. “Moet ik haar nu al wel terug appen of niet? Mmm…volgens het boek kan ik beter nog even wachten. Dat bevordert het opbouwen van de aantrekkingskracht.”

Een handleiding voor de liefde. Ik geloof er eerlijk gezegd niet zo in. Is het immers niet gewoon zo simpel dat als poppetje A poppetje B leuk vindt, en poppetje B ook een oogje heeft op poppetje A, dat je dat het beste gewoon zo snel mogelijk aan elkaar kenbaar kan maken? Gewoon zeggen ‘ik vind je leuk’, in plaats van eerst een spelletje Ganzenbord te spelen en door het gooien van een verkeerde dobbelsteen alsnog in de put te belanden. Dan liever gewoon gezellig samen het diepe in. Weet je in ieder geval zeker dat jij niet de enige bent die verdrinkt.

Net zo min als dat liefde een spelletje is, is liefde perfect. Afgelopen week zag ik de film ‘Good Will Hunting’ weer eens op tv. Eén van de mooiste stukken in die film vind ik het moment waarop Robin Williams als professor Sean Maguire aan Will Hunting (gespeeld door Matt Damon) uitlegt dat het meest bijzondere aan zijn (overleden) vrouw niet was dat zij zo ontzettend mooi, lief en prachtig was. Maar dat dat wat hij het meeste aan haar mist, haar tekortkomingen zijn. De kleine onvolkomenheden die aan het licht komen nadat je de eerste verliefdheidsfase voorbij bent elkaar écht leert kennen. Het moment dat je het langzaam loslaat om je perfect voor te doen. Dat je durft te laten zien wie je bent. Ook op je wat mindere momenten. Of wanneer je per ongeluk die ene scheet laat ontsnappen die uitgerekend nu een knaller van zwavelbom blijkt te zijn. Zo erg, dat zelfs de poes er wakker van schrikt.

Tja, je kan er misschien een boek over schrijven, of er de mooiste tactieken voor verzinnen, maar uiteindelijk zijn het in de liefde toch echt de kleine dingen die het hem doen.

Wanneer ik dus op zondagavond in mijn huispak als een voele poes van de bank afkruip, uit de koelkast een kloontje pak en daarna samen met vriendlief de afwaskabouters weer sta te vervloeken, kan ik niet meer dan intens gelukkig bedenken dat ik ontzettend blij ben dat onze liefde niet uit een boekje komt. Dat we de dobbelsteen hebben gelaten voor wat het is en gewoon samen direct de put in zijn gesprongen. Om er daar achter te komen dat op de bodem een heerlijk warm bad stond te bruisen. Met bubbels van liefde en…misschien één van een klein scheetje.

 

love_is_a_game_by_bartcore3-d4me5w6

De grote vraag des jaars

“En, wat gaan jullie doen met oud & nieuw?”

Het is begin november. Sinterklaas is nog niet eens in het land, het hoogtepunt van de Zwarte Piet-discussie ligt nog in het verschiet, maar nu al is de grote prangende vraag: ‘Wat gaan jullie doen met oud & nieuw?’

Een belangrijke vraag. Belangrijker zelfs dan het andere triviale decembervraagstuk ook wel bekend als: ‘Wat doen jullie met kerst?’ Over kerst valt namelijk niet zoveel prakkiseren. Ja, natuurlijk is er de eeuwige kwestie ‘Gaan we met Eerste Kerstdag naar jouw ouders of doen we het nu andersom?’ en is er altijd weer de vraag ‘Maken we kalkoen of gaan we gewoon ordinair lekker makkelijk gourmetten?’. Maar verder? Kerst is vaak al zo standaard ingevuld dat daar eigenlijk weinig naar gevraagd hoeft te worden. Bovendien is er behalve eten en het vasthouden aan familietradities ook verder weinig spannends te beleven die dagen. Tenzij je het aandurft om op de uitgekauwde klanken van ‘Last Christmas’ op Tweede Kerstdag een nieuw bankstel aan te schaffen. Maar zelfs dan… Kerst hoeft niet spannend. Kerst hoeft niet spetterend. Kerst mag kneuterig en zelfs een beetje saai.

Oud & nieuw daarentegen. Dat is een heel ander verhaal. Voelen we ons de gehele kerst nog content met de simpele gezelligheid en oude familiefilmpjes kijken voor de open haard. Zodra de eerste rotjes in de fietstunneltjes knallen weten we niet hoe snel we dat volgevreten familiegevoel van ons af moeten schudden en ons op moeten maken voor HET feest van het jaar.

En dan komt dus de vraag, die allesomvattende cruciale superbelangrijke niet te vermijden en niet te ontwijken vraag: ‘Wat doe je met oud & nieuw?’

Het begin lijkt nog simpel. Dat is namelijk standaard de oliebollenkwestie. Zelf bakken? Of toch zelf halen? Met of zonder krenten? Opeten doet toch niemand, dus waar ‘in the end’ voor gekozen wordt maakt uiteindelijk helemaal niet uit. Een bol is een bol en uiteindelijk stuiteren ze allemaal na 2 dagen de schaal af.
Nee, waar het om gaat is niet het eten. Niet de aankleding. Niet bollen of de flappen. Waar het met oud & nieuw allemaal om draait is wie het vetste feestje heeft en het nieuwe jaar in kan gaan met supercoole foto’s, nooit te vergeten anekdotes en een kater die je de rest van het jaar niet meer vergeet.

Het probleem is echter altijd, waar dat vetste feestje dan eigenlijk is. Is het in die club waar je kaartjes voor moet kopen? Is het in de stamkroeg met al je vrienden? Is het thuis met een origineel themafeest? Of misschien wel op een geheime locatie? En als wij daar dan heen gaan, gaan jullie dan ook? Of hebben jullie al wat anders in optie? Ja, in je eigen bed slapen is ook wel fijn ja. Maar dan kunnen we dus niet naar Amsterdam. Nee, hier is veel te saai. Dan ga ik nog liever gewoon naar je collega’s. Of toch naar Utrecht? Oh, dat feest is al uitverkocht. En je broer dan? Die heeft toch ook altijd leuke feestjes? Ja, ik weet dat die altijd al met een eigen groep gaan. Nou, zeg dan meteen dat je daar geen zin in hebt. We kunnen ook wat mensen hier uitnodigen. Keihard drinken en dansen tot we erbij neer vallen? Het hele huis vol. Dat is ook prima toch? Huren we een karaoke-set. Of kunnen we dan beter toch naar dat ene feest gaan?

En dan is het zover. Oudejaarsavond. Nog tien, negen, acht….
Terwijl traditiegetrouw de kurken knallen en de bollen stuiteren, gaat ergens het vetste feest van het jaar van start. Waar dat is, weet ik niet. Wij hebben namelijk heel traditiegetrouw voor de zoveelste jaar op rij tot op het allerlaatste moment gewacht met kiezen, om nu  – net als velen anderen -alleen thuis op de bank te eindigen. Met een fles champagne aan mijn mond en ‘Happy New Year’ van ABBA door de speakers, maak ik nog snel even een party-waardige selfie om toch maar aan de buitenwereld te tonen dat het hier ook hartstikke ‘vet’ is. Om vervolgens met mijn geitenwollensokken en een appelflap op de bank te ploffen en me voor te nemen het volgend jaar toch echt allemaal anders te doen.

Oud & Nieuw. Weet jij al wat je gaat doen?

 

IMG_0091

 

Voor altijd 18

“Nou, ik mag dan misschien wel vijftig zijn, van binnen voel ik me gewoon nog steeds dat jonge meisje van achttien.”

De vrouw kijkt me triomfantelijk aan.
‘Onzin’, denk ik. ‘Je kan wel leuk zeggen dat je je diep van binnen nog achttien voelt, maar de waarheid is dat je gewoon vijftig bent en zo zie je er eerlijk gezegd ook uit. Jij bent oud en ik ben jong en als je dat niet kunt accepteren dan ben je eigenlijk gewoon een beetje zielig.’

Je jonger voelen dan je bent. Op je achttiende is dat iets waar je je niets bij voor kunt stellen. En überhaupt ook niets van wil horen. Nooit hoor je een achttienjarige zeggen: “Nou, ik mag dan misschien wel achttien zijn, van binnen voel ik me nog steeds dat kind van elf.” Nee, achttien zijn is de heilige graal. Als je dat bent, dan draag je dat met trots. En daar moeten vijftigers met hun ‘leeftijd is slechts een getal’ gewoon vanaf blijven. Net zoals al die andere dertigers, veertigers en zestig-plussers die denken dat er ook voor hen nog wel een slokje in de beker zit. Ja dahag! Jullie hebben je portie al gehad. Leeg is leeg. Get over it and move on!

Totdat je zelf ineens vlak voor ‘the big Three-O’ staat. En dat je denkt: ‘Dertig? Dértig?! Maar ik voel me nog helemaal geen dertig! Dat kan niet! Ik ben nog helemaal niet oud en volwassen! En dat wil ik ook nog helemaal niet! Ik voel me jong. Ik voel me nog een meisje. Geen vrouw. Geen dertig. Maar – juist, jawel – achttien.’

En dan, ineens, begrijp je het. Begrijp je die vrouw van vijftig die zich ondanks haar rimpels en eerste grijze haren diep van binnen nog steeds die brunette van achttien voelt. De brunette die aan het begin van haar leven staat. Met één been in volwassenheid en één been nog in de onbekommerde naïviteit van een puber. De vrouw die tegelijkertijd ook nog steeds een meisje is. Gewoon, omdat het kan. En omdat ouder worden niet meteen ook ouder zíjn hoeft te betekenen. Je jasje mag dan gedurende de jaren kreuken, krimpen of vervalen, de inhoud blijft hetzelfde. Een beetje ouder, een beetje wijzer, maar verder nog steeds jij. Achttien, achtentwintig of achtenvijftig.

Toch grappig dat je juist ouder moet worden om te kunnen begrijpen dat iedereen voor altijd achttien kan blijven.
Over drie dagen word ik dertig. Dan ben ik al twaalf jaar lang geen achttien meer. Maar hoewel mijn beker misschien dan leeg mag zijn, als het aan mij ligt zit mijn fles nog steeds halfvol. Proost dus op het leven. En op het feit dat leeftijd slechts een getal is. Eén getal. Achttien.

FY