De koopjesjager

“Maar, waar ik dus voor bel…die site hè, die ik je laatst had doorgestuurd. Met al die kortingen. Als je daar nu nog een ander e-mail adres bij gebruikt, dan kun je ook nog gratis een cadeaubon krijgen. Is een jaar geldig! En voor één euro extra krijg je hem thuis gestuurd. Of voor drie euro extra met geschenkverpakking! Kun je het nog cadeau doen aan iemand ook.”

Aan de telefoon heb ik mijn zusje. Aan de opwinding in haar stem hoor ik dat ze weer on a ‘cheap shopping spree’ is. Ze heeft een site gevonden waar allemaal bizarre kortingen op staan. En met bizar, bedoel ik dat de korting zo groot is dat je bepaalde spullen gewoon gratis kunt krijgen of, met een beetje handigheid, zelfs met geld retour! Daar moet je dan wel eerst een bepaalde ingewikkelde constructie met het op de goede volgorde invullen van verschillende kortingscodes voor doorlopen. Maar hé, daar draait een doorgewinterde koopjesjager zijn hand niet voor om!

Want een koopjesjager, dat is mijn zusje. En nog een goede ook. Hoe ze het doet weet ik niet, maar op de een of andere manier krijgt zij het altijd voor elkaar om met meer geld de stad uit te komen, dan ze er naartoe ging. En nog met vollere tassen ook.

“Kijk eens. Mooi hè? In de uitverkoop. Helft van de helft. En deze schoenen. Wat denk je? Raad eens? Voor maar twintig euro! Ja, ze waren eigenlijk tachtig en lagen helemaal niet bij de uitverkoop. Nou, daar trap ik dus mooi niet in! Ik heb die laarsjes al en weet dat ze van de vorige collectie zijn. Die kunnen dus nooit voor de nieuwprijs verkocht worden! Ben dus gewoon naar de kassa gelopen en heb dit gezegd. Ha! Nu heb ik goedkoop nieuwe laarzen en die andere zet ik gewoon op marktplaats, daar kan ik vast nog wel vijftig euro voor vangen.”

Uitverkoop en marktplaats. Als er twee dingen zijn die bij mijn zusje haar jagersinstinct aanwakkeren, dan zijn het deze wel. Slim inkopen en nog slimmer verkopen. Er zijn periodes dat het bij mijn ouders thuis eerder een online winkel lijkt, dan een plek waar mijn zusje woont. Ik geloof dat mijn oude kamer vrijwel permanent behuisd is met kartonnen dozen voor pakketjes die nog verzonden moeten worden. Iets waar mijn ouders overigens zelf ook van meeprofiteren. Immers, als er goedkoop twee leren jasjes gescoord kunnen worden, dan kan van die winst ook nog wel een derde jasje cadeau gedaan worden. En aangezien mijn zusje haar koopdrang niet van een vreemde heeft, is mijn moeder op haar beurt als een kind zo blij om een blauw voordeeltje aan haar zwarte, gele, groene en rode leren jasjes verzameling toe te voegen. “Maar dertig euro! Daar kun je het niet voor laten liggen!”

Nee, daar kun je het niet voor laten liggen. Tenzij je, net als ik, geen koopjesjager bent, maar een ‘nieuwe-collectie-slachtoffer.’ Zo iemand die al kriegel wordt als er van die graaibakken met afgeprijsde spullen staan. Rommel, chaos, wanorde. Ik heb me wel eens serieus afgevraagd of winkels het er stiekem om doen: alle uitverkoopartikelen op de meest inefficiënte manier presenteren, zodat je als klant (en potentieel slachtoffer) bijna wel gedwongen wordt om op de secuur neergehangen en netjes gepresenteerde nieuwe collectie af te stappen. Zou je meer betalen omdat het meer tijd kost om het mooi op een hangertje te hangen? Ik weet het niet. Maar ik weet wel dat ik op zo’n moment graag bereid ben om meer te betalen, puur vanwege het feit dat ik die gruwelijke graaibakken wil vermijden.

Zo niet mijn zusje. Die leeft volgens het motto: ‘Zonder afprijzing geen aanschaffing.’ Hoe groot haar shopdrang ook mag zijn, als er geen korting op zit, dan wordt het niet gekocht. Gelukkig laat ze zich niet zomaar voor één gat vangen en is er altijd wel een omweg te bedenken waardoor wel korting verkregen kan worden. Zo kun je met lang zoeken, best een webwinkel tegenkomen die merkproducten voor een net wat voordeliger prijsje verkoopt. Stuur de link van die winkel naar de shop zonder uitverkoop en geheid dat ze van schrik hun prijs alsnog wat scherper aanpassen.

“Hé, maar als je die cadeaubon nou met het e-mail adres van S. bestelt hè, dan kun je met je eigen e-mail ook nog een massage boeken. Gewoon die code invullen die ik je gaf en klaar is kees. Kost niks! Nee, het is echt geen grapje. Heb er van de week nog gratis mijn nagels laten doen. Ja, en mama een gezichtsbehandeling. Lekker hoor! Maar wacht, ik moet ophangen. De deurbel gaat. Ik denk die espressomachine die ik heb besteld. Nee, niet voor mezelf. Die heb ik al lang weer verkocht joh! Veertig euro winst! Kan ik mooi die zonnebril voor kopen die ik afgelopen week in de uitverkoop heb gezien.”

Met een zucht hang ik op. Ik word al moe als ik bedenk hoeveel moeite het kost om zoiets simpels als een zonnebril aan te schaffen. Waarom niet gewoon meteen naar de winkel gaan? Maar goed, ik ben dan ook eerder een lui doelwit dan een actieve jager. Misschien moet ik even wat aan mijn ontspanning gaan doen. Een massage, dat lijkt me wel wat.

Girl with shopping bags

Fladderen in de peepshow

“Hallo, ik ben Sanne en ik ben aandachtsgeil.”

Bovenstaande zin zou zomaar de opening van een foute Bouquetreeks-roman kunnen zijn. De start van een verhaal waar de spanning van het podium druipt, het decor een peepshow is, en wordt afgesloten met een daverend applaus dat als een siddering van een orgasme door de zaal gaat.

Helaas kunnen niet alle verhalen als een dergelijke roman worden opgeschreven. En hoe graag ik het ook zou willen en hoe hevig ik er ook naar verlang, de zin markeert niet de start van een spannend avontuur. Sterker nog, de woorden die bovenaan dit stuk staan geschreven vormen de kernzin van een saai alledaags verhaal waarin alle lust en geilheid juist teniet wordt gedaan. Een zogenaamde anti-climax.

Want het is nou eenmaal de nuchtere waarheid als een koe: Sommige zinnen kun je als geboren en getogen Nederlander maar beter niet hardop zeggen. Net zoals je als tienjarige maar beter niet te vaak je vinger in de klas kan opsteken, als er gevraagd wordt of iemand nog wat leuks weet voor de weekafsluiting. ‘Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg.’ Het is een mantra dat velen van ons al vroeg wordt aangeleerd. Immers, meedoen aan een toneelstukje is leuk, maar boven het maaiveld uitsteken doe je maar op een andere, iets minder aanstellerige, manier.

Best lastig, als je als kind vol opwinding en prikkels zit. Als je stuitert van spanning en het maaiveld je stiekem niet hoog genoeg kan zijn. En je er zelfs van droomt dat er een podium is dat nóg horen is dan het maaiveld. En duimt dat je wens om dat podium te beklimmen groter is dan de angst om er weer keihard van af te donderen. Ook al kun je misschien nog niet vliegen en zul je misschien nooit een hoogvlieger worden. Het feit dat je voelt dat je vleugels hebt, is voor jou genoeg om het in ieder geval te proberen. Omdat je weet dat de ontlading nog bevredigender zal zijn dan de spanning die ermee gepaard gaat.

Dus fladder je rond. Onbezorgd en onbeschadigd. Wat verlegen op sommige vlakken, maar is de eerste keer niet voor iedereen spannend? Je durft wel. Ook al is het nog niet prefect. Dat maakt toch niet uit? Als verlangen en overgave aanwezig zijn, dan volgen hoogtepunt en climax vanzelf.

Maar naar dat punt toewerken is er niet bij. De normale wereld is namelijk geen peepshow. En fladderen is alleen voorbehouden aan de echt flamboyante vogels en de bijzondere exemplaren met speciale veren. ‘Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg.’ Naarmate ik ouder word, worden mijn vleugels steeds een stukje korter gewiekt, totdat ik besef dat ik me er misschien gewoon maar bij neer moet leggen, dat ik eerder een kip ben dan een kaketoe.

Het is dan ook niet zo vreemd dat mijn geile aandachtslust door de jaren heen aardig is opgedroogd. Dat krijg je ervan als iedereen om je heen het missionarisstandje uitvoert. Dan ga je vanzelf denken dat dit de enige manier is om je behoeften te bevredigen.
En natuurlijk flirtte en experimenteerde ik wel eens. Plakte ik stiekem wat kleurige veren op, om te voelen hoe het zou zijn al pauw. Maar ik merkte dat ik het vliegen verleerd was. Dat ik het vrije fladderen niet zomaar meer durfde. En dat terwijl ik er zoveel behoefte aan had! Dat mijn wil om het te durven in kleine stapjes groter groeide dan mijn angst om te vallen. Niks ‘doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’. Ik wil niet naast het podium staan, maar erop. Ín de spotlights van de peepshow!

Het kan soms lang duren; de weg naar een hoogtepunt. Maar als je eenmaal weet welke knoppen je moet gebruiken, ben je al een heel eind. Stukje bij beetje leer ik mezelf weer overgeven. Durf ik toe te geven aan mijn driften en pak ik hier en daar een vliegles. En wat blijkt? Ik kan best vliegen! Wat zeg ik? Ik durf zelfs ook wel hoger dan de rest! In mijn koppige kippenkop zit namelijk nog steeds dat lelijke jonge eendje, dat stiekem gewoon gelooft ooit best een aardige zwaan te kunnen worden. Als ik mijn nek maar durf uit te steken boven dat maaiveld, en mezelf ervan kan overtuigen gewoon lang niet altijd gek genoeg is. Waarom zou ik mij moeten schamen voor mijn aandachtsgeilerij? Omdat het oppervlakkig is? Onnodig en excentriek?

Ik zal je eens wat zeggen: ik zou willen dat ik nóg geiler was. Dat ik de vleugels van mijn podiumbeest echt los zou kunnen knippen. Vanuit mijn kooi het maaiveld in. Flirten, fladderen én vliegen. Niet normaal en nooit gek genoeg. Want waarom een figurant spelen in een saai verhaal, als je ook de hoofdrol kunt hebben in je eigen spannende avontuur? Misschien wordt het tijd dat ik zelf die Bouqutreeks-roman maar eens ga schrijven.

5531964116_9322d45cd2_b

Agressieve post

‘Geachte mevrouw S.,

Boosheid, verdriet, blijdschap en angst zijn de belangrijkste emoties van een mens. Dat we allemaal wel eens last hebben van een woedeaanval is dus niet ongewoon…’

Het is donderdagmiddag. Een rustige middag. Op straat is het stil en achter de ramen van de huizen in de buurt is verder weinig spannends te bekennen.
Tot ineens, het harde geklepper van de brievenbus. Een op zich niet heel vreemd geluid, maar met het afnemende aantal papieren poststukken dat tegenwoordig nog op de mat valt, klinkt het geklepper bijna als iets onheilspellends. Als slecht-nieuws-brieven in blauwe enveloppen of prijzige berichten achter grote bedrijfslogo’s.

Ook ditmaal dacht ik weer op mijn hoede te moeten zijn. Een witte rechthoekige envelop met doorkijkvenster betekent immers nooit een ‘goh-ik-stuur-je-zomaar-even-een-berichtje-want-ik-vind-je-zo-lief-aardig-en-leuk’-kaart. Als die überhaupt nog verkocht worden. Mijn brievenbus heeft er in ieder geval al lange tijd niet voor geklepperd.

Maar goed. Post dus. Officieel. Gericht aan mevrouw S. uit wijk 5. Ah kijk, de woningbouw! Dat zijn immers de enigen die weten dat ik in wijk 5 woon (iets wat ik tot het ontvangen van deze brief ook zelf nog niet eens wist). Reden van schrijven? Agressie. ‘Ehm, wat?!’ Agressie?

‘…als je andermans grenzen overschrijdt, bewust schade berokkent aan iets of iemand, of als je met je woede iets probeert te bereiken of wilt onthullen, dan is er sprake van agressie en/of geweld. Agressie is bedreigend en schadelijk voor degenen tegen wie het gericht is. De reden dat u deze brief over agressie ontvangt is het belang dat wij hechten aan de veiligheid van onze medewerkers en onze klanten.’

Van geklepper van de brievenbus naar geklapper van mijn oren. Is dit een grapje? Een woningbouwvereniging die mij gaat vertellen wat agressie is en daar nu een agressieprotocol voor heeft geschreven? Ik vind een blauwe envelop onheilspellend, maar dit? Ik voel me bijna een crimineel als ik lees over de gedragsregels die zijn opgesteld ‘om agressie te voorkomen of in ieder geval te beheersen’. Wat weten zij behalve dat ik in wijk 5 woon nog meer van mij? Dat ik aan een agressiestoornis lijd waar ik zelf niets van weet? Of is het mijn pms? Mijn maandelijkse korte lontje waardoor ik nog wel eens onredelijk uit de hoek kan kan komen? Maar waarom zouden zij zich bemoeien met vrouwelijke kwaaltjes die in werkelijkheid gewoon een slap excuus zijn om eens even humeurig te doen als dat uitkomt? Kijk, ik begrijp dat ik een huis van hen huur. Maar moeten ze dan alles van mij weten? Niet dat ik iets te verbergen heb. Nee joh! Eén en al positieve karma en liefde hier in huis!

‘Helaas hebben onze medewerkers ook te maken met voorvallen van agressie. Zoals u begrijpt staat de veiligheid van ons als personeel en u als klant voorop. Daarom nemen wij stappen als deze veiligheid onder druk staat. Wanneer u zich niet aan de regels houdt, spreken wij u hierop aan en kan dit consequenties hebben. Bij agressief gedrag waarschuwen we de politie. Zo nodig leggen wij u een contactverbod op.’

Oh wacht. Het gaat niet om agressie bij mij thuis (was al bang nooit meer loos ongesteldheidsboos te mogen zijn), maar bij hèn! Op kantoor. Waar ik, ehh, nooit kom (?) En na deze brief ook liever niet meer echt wil komen. Ik heb namelijk zo’n voorgevoel dat het daar onveiliger is dan hier. Neem alleen al de voorbeelden van wat ze als agressief gedrag beschouwen. Als je die lijst zo gespecificeerd kan opstellen, dan kan ik niet anders dan de conclusie trekken dat ze die lijst niet zomaar even uit een boekje met agressiviteit hebben gepakt. De zin ‘Wij vinden het prettig elkaar een hand te geven, maar verder lichamelijk contact is niet wenselijk’, doet ook niet echt vermoeden dat daar op kantoor vaak knuffels van blijdschap worden gegeven omdat mensen zo blij zijn met hun huis.

Met de brief nog in mijn handen, kijk ik naar buiten. En ik krijg ineens een heel unheimisch gevoel. Het is wel verdacht stil op straat zeg. Het mag dan misschien wel rustig en vredig lijken, wie weet wat voor agressiviteit er allemaal achter die ramen schuilt. Misschien zit daar nu wel iemand binnen een hele boze agressieve mail te tikken naar de woningbouw met specifieke bedreigingen als ‘Ik zal jou, ik zal jullie, ik kom je nog wel eens tegen, mijn tijd komt nog.’ Of, erger nog, is de hele buurt niet thuis, maar daar op kantoor! Staan ze onder invloed van drank en drugs met wapens te zwaaien, knijpen ze medewerkers, intimideren ze de baliejuffrouw en weigeren ze het gebouw te verlaten! Zo zijn wij huurders immers nou eenmaal.

Oh nee, wacht.

‘Voor het overgrote gedeelte van onze klanten zal het nooit zover komen. Wij vragen uw begrip, dat wij al onze huurders op de hoogte brengen. Zoals eerder gezegd, de reden dat wij dit doen is in het belang, dat wij hechten aan de veiligheid van onze medewerkers en onze klanten.’

Oh! Nu begrijp ik het! Deze brief gaat niet over agressie, maar over veiligheid! En daarom mag je dus niet verbaal, fysiek of digitaal dreigen, geweld plegen of vernielingen aanrichten. Wat aardig dat ze daarbij aan ons denken. En ons aan deze regels te herinneren. Thuis zwaai ik namelijk dagelijks met een pistool, maar  het is goed om te weten dat het ook voor mijn eigen veiligheid beter is als ik dat bij hen op kantoor niet doe. En dat het de bedoeling is dat je je daar ‘gewoon gedraagt volgens de normale omgangsvormen.’

‘Op ons kantoor respecteren mensen elkaar. Wij vertrouwen op uw medewerking.’

Het is donderdagmiddag. Een rustige middag. Op straat is het stil en achter de ramen van de huizen in de buurt is verder weinig spannends te bekennen.
Tot ineens, hard geklepper. Verschrikt kijk ik op. Het zweet breekt me uit. Is het een aanval van agressie? Een poging tot geweld? Ik ken de regels! Heus!
Totdat ik zie waar het geklepper vandaan komt. Een blauwe brief. Op de mat. Opgelucht haal ik adem. En leg mijn geweer terug in de kast.

20150227_120828