Familie Zwanen

Zaterdagavond. De film is net afgelopen en terwijl de mensen de zaal uitstromen, neem ik bestellingen op voor bier, wijn, spaatjes rood en nog een sporadisch kopje koffie. Terwijl ik rechts van de bar probeer te hoofdrekenen wat het totaalbedrag van de zeven zojuist bestelde drankjes is, zie ik links in mijn ooghoek meneer Zwanen richting de kassa komen lopen.

‘Goedenavond. Kunt u voor ons alvast 2 kaartjes reserveren voor volgende week zaterdag?’
‘Reserveren kunt u via de site doen meneer. Gewoon via het online reserveringssysteem. Daar staan alle films voor de komende maand op.’
‘Dat weet ik. Maar wij hebben geen computer en reserveren via deze manier.’

De man achter de kassa kijkt ietwat verward. ‘Geen computer?’, hoor je hem denken. Maar voordat hij verder in paniek kan raken van wat nu te doen, schiet ik hem met een nog geopende fles wijn in mijn hand te hulp.
‘Kaartjes voor volgende week zaterdag meneer Zwanen? Ik zal het noteren. Geen probleem. Ik doe die reservering voor u wel.’
Meneer Zwanen glimlacht. ‘Dankuwel hè!’ Alvorens hij met zijn vrouw al zwaaiend weer richting huis vertrekt.

De familie Zwanen. Of, beter gezegd, meneer en mevrouw Zwanen. Al zolang ik bij ons lokale filmhuis als vrijwilliger werk, zijn zij er ook. Bijna iedere week. Altijd met z’n tweetjes. Hij met zijn eeuwige pretogen en guitige lach. Zij als een soort van sprookjesoma. Een oudere versie van roodkapje. Bedeesd, doordacht, lief. Net zo lief als meneer Zwanen naar mevrouw Zwanen is.

Vroeger maakten ze verre reizen. Na een film over Australië kwamen ze met glimmende ogen vertellen dat zij daar ook meerdere malen zijn geweest. En hoe mooi het daar was. Helaas lukken deze reizen nu niet meer. Mevrouw Zwanen heeft parkinson en is inmiddels afhankelijk van een rollator. Hoewel ze zelf het woord ‘afhankelijk’ vast niet zouden gebruiken. Zo zitten ze niet in elkaar. Niet klagen over wat ooit was, maar genieten van alles wat ooit zo heeft mogen zijn. Herinneringen koesteren. Maar niet vergeten om ook nieuwe herinneringen te blijven maken. Samen.

Zo simpel kan het leven zijn. Net zo simpel als even vragen of iemand een kaartje voor je kan reserveren. Omdat een computer niet nodig is. Omdat je niet het gevoel hebt wat te missen. Omdat je alles wat je nodig hebt al bezit. En ook met dat alles midden in het leven kunt staan. En wellicht nog wel gelukkiger bent dan vele anderen. Omdat zij niet weten, dat maar weinig dingen écht belangrijk zijn in het leven. En een computer zeker niet tot die dingen behoort.

Het zijn de kleine dingen die het hem doen.
En als ze dan op zaterdagavond weer de zaal in komen lopen, en ik zie hoe meneer Zwanen mevrouw Zwanen naar haar stoel begeleidt, met zoveel liefde, dan kan ik niet anders wensen dan dat ik later ook zo word. Dat ik ook met pretlichtjes in mijn ogen oud mag worden. Genietend van de kleine dingen die er zijn. Zoals dat wekelijkse ritje naar het filmhuis. Dat ene kopje koffie dat hij altijd voorafgaand aan de film drinkt. De manier waarop ze open in het leven blijven staan. Zonder oordeel. Steeds verwonderd over wat ze nu weer hebben gezien. En dat leeftijd daarbij geen rol speelt. Want hoe schattig ze er ook uitziet, een zwarte komedie met veel geweld wordt net zo enthousiast ontvangen als dat arthouse-verantwoorde oorlogsdrama. Een oma naar mijn hart!

Meneer en mevrouw Zwanen. Het filmhuis zou niet hetzelfde zijn zonder hen.
Morgenavond mag ik weer. Bij een Nederlandse spektakelfilm dit keer. Ik kan nu al niet wachten om hun reactie na afloop van de film te horen. Of dat ene kopje koffie in te schenken. En ’s avonds na mijn dienst thuis alvast twee kaartjes voor de week erop te reserveren. Zodat ook wij weer verzekerd zijn, dat onze zaal ook komend weekend weer gevuld zal worden met een stukje liefde.

FilmhuisFilmh koffie pro 02

Vind ik leuk

“Nu hebben we hier dus twee profielen met allemaal leuke projecten, maar het probleem is, dat er geen lijn in zit. We missen leerlijnen, competenties. En die zijn uiteindelijk wel nodig om aan alle eisen van het ministerie te kunnen voldoen. Zonder leerlijn geen vinkje en zonder vinkje geen goedkeuring. Hoe mooi of leuk je projecten ook zijn.”

Ik zit bij een bijeenkomst over cultuureducatie. Hoewel dit net zo goed een bijeenkomst over belastingzaken, afvalverwerking, nieuwe speeltuinen of winkelstadbeleid had kunnen zijn. Feit is dat ik bij een presentatie zit, waarbij de termen die mij om het hoofd vliegen duizelen. Ik hoor wetten, regels, subsidies, eisen en heb het gevoel dat ik, naarmate de bijeenkomst vordert, steeds verder van het onderwerp lijk af te komen staan. In plaats van te praten over mooie ideeën en inspirerende projecten, wordt er gesproken over leerlijnen en competenties. Over wat leerlingen moeten kunnen, waar scholen aan moeten voldoen en hoeveel vinkjes daarvoor gezet moeten worden. Ik luister, hoor het aan en vraag me dan ineens héél hard af of er eigenlijk ook nog wel mensen zijn die zich druk maken of een project ook nog wel leuk is. Gewoon. Leuk. Voor de lol. Het plezier. Voor de fun. Omdat genieten ook wel eens lekker is.

Leuk.
Het is een woord dat ik amper nog durf uit te spreken. Niet alleen binnen de sector waar ik werk. Maar binnen heel veel dingen die ik doe. ‘Leuk’ is een term waar tegenwoordig een luchtje aan lijkt te kleven. Een platvloers luchtje zonder inhoud. Immers, het leven kan niet alleen maar ‘leuk’ zijn. Leuk is een comedy waar je even niet bij na hoeft te denken. Leuk is een uitje naar een pretpark. Leuk zijn de dingen die je voor jezelf in het weekend doet. Maar als je denkt dat die dingen er verder in het leven ook maar enigszins toe doen, dan heb je het mis. Leuker kunnen we het niet maken…

In een wereld waar regels en wetten de boventoon vieren, is iets leuk vinden niet meer van deze tijd. Op Facebook uitgezonderd; daar steken – wellicht bij gebrek aan een ‘vind ik nuttig’-knop? –  zelfs de meest politiek correcte personen ineens enthousiast de duimen omhoog om zich onder ‘het volk’ te mengen en te laten zien dat ze best wel leuker zijn dan iedereen denkt.

Iets leuk vinden is voor kinderen. Des te vreemder is dat dingen vóór kinderen vaak juist helemaal niet meer leuk mogen zijn. Inhoud gaat voor de vorm. En ja, ook ik begrijp echt wel dat kinderen dingen moeten leren en dat je dit niet alleen maar doet om te spelen. Maar waarom is het zo’n taboe dat die inhoud wordt verpakt in een leuk jasje? Of dat er soms onder zo’n jasje gewoon lekker even geen voorgekauwde inhoud zit? Dat dit voor de verandering eens zelf ingevuld mag worden. Of juist niet.

Want, is ‘iets leuk vinden’, eigenlijk uiteindelijk niet de basis om er uiteindelijk oom meer over te leren? Is leuk niet daar waar kennis begint? Daar waar een vuurtje wordt aangewakkerd? Een lichtje wordt ontstoken? Enthousiasme wordt gecreëerd? En nieuwsgierigheid wordt gewekt?
Dat is tenminste hoe ik ben gekomen op de plek waar ik nu ben. Niet omdat ik iets koos omdat ik er meer over wilde leren. Maar omdat ik iets koos wat ik leuk vond. En doordat ik me op die leuke dingen ging richten, ging ik me daar automatisch in verdiepen. Waardoor ik dus uiteindelijk de kennis heb verkregen die ik er van heb.

En zelfs nu. Zelfs mét inhoud en kennis, is het eigenlijk niet anders dan dat ik nog steeds dingen doe puur omdat ik ze leuk vind. Niet omdat ik de ambitie heb de wereld de verbeteren. Niet omdat ik van mening ben dat kinderen zonder cultuureducatie opgroeien voor galg en rad. Niet omdat ik hoop dat ik later niet zo’n zure oudere dame wordt, die vindt dat een toneelstuk toch vooral ook ergens over moet gaan, behalve alleen maar dienen tot vermaak. Ik doe wat ik doe, gewoon omdat ik dat toevallig leuk vind om te doen. Leuker kan ik het niet maken. Makkelijker ook niet.

Het mag misschien platvloers klinken, dom of zelfs naïef; maar als ik dan toch een ambitie zou moeten uitspreken, dan is het dat ik hoop dat meer mensen gaan doen wat ze leuk vinden. Dat ze doen wat ze plezier geeft, zonder dat ze daar verder een goede reden voor hebben. Laat los die competenties, die vinkjes en verwachtingen. Pas als je gaat doen wat je leuk vindt, zul je ook inhoud kweken. En die inhoud is uiteindelijk veel beter te behappen, als je die ook een beetje met plezier kunt overbrengen.

Wees dus niet bang. Bang om plezier te hebben. Bang voor wat fun. Bang om de vorm ook eens vorm te laten zijn. Bang om ook in het echte leven zonder verdere reactie eens keihard te roepen: “Ik vind het gewoon leuk!”

2013_11_23-Uitnodiging-Vind-ik-Leuk

Heilig water en reuzenconfetti

Ik had natuurlijk kunnen zeggen dat ik het deed om mijn burgerplicht te volbrengen. Dat ik met volle overtuiging mijn idealen een beetje wilde oppoetsen, zodat ik mijzelf daarna op de borst kon kloppen omdat ik dit ‘toch maar mooi gedaan had’.
De waarheid is echter dat ik het niet deed voor volk en vaderland. Maar gewoon, puur voor mezelf. En, oja, voor de vergoeding die ik ervoor kreeg. Daar eigenlijk vooral voor. Niks geen idealist. Gewoon een ordinaire graaier. Hoewel ik dat woord eigenlijk best wel goed vond passen bij het werk dat ik vanavond ging doen. Bij ‘graaier’ denk je tegenwoordig immers toch al snel aan bepaalde politieke personen. Dus wat dat betreft. Blijk ik toch gewoon een product van mijn eigen democratie.

‘Tellers gezocht’, stond er groot in de mail die ik via via kreeg doorgestuurd. Blijkbaar hadden meer mensen ingezien dat ik aan het einde van mijn geld van maart nog wel een stukje maand zou overhouden. Een klein gat dat prima met een avondje gebruik van mijn wiskundeknobbel opgevuld kon worden. Met als kleine kanttekening dat ik werkelijk nooit over een dergelijke knobbel heb beschikt. Ja, wiskunde A, dat begreep ik nog. Maar voor wie heeft onthouden wat wiskunde A inhoudt, weet dat dit stukje vooral gaat om kansberekening. En ik geloof nou niet dat ze met het tellen van stemmen zitten te wachten op een globale schatting van de kans dat de ‘Partij voor de Dieren’ in Veenendaal de grootste partij wordt. Dat is dan weer iets wat ik wél exact weet.

Precisie en nauwkeurigheid. Daar draait het om bij verkiezingen. Prognoses zijn leuk en Maurice de Hond is een aardige kerel, maar uiteindelijk willen we toch allemaal keiharde echte cijfers. En dat is waar wij op het toneel verschijnen: de tellers. Een serieuze taak. En zeker niet een die je zomaar toebedeeld krijgt (aldus de voorzitter van het stembureau, die zijn taak meer dan zeker serieus nam).

En voor wie nu denkt dat het tellen van simpel wat papieren vellen met rode bolletjes niet louter bestemd is voor de elite van deze bevolking; die hebben zich vast nooit door een gehele ‘stemmen-tel-instructie’ hoeven worstelen, inclusief een handleiding van 10 pagina’s, instructiefilmpje en test-je-kennis-vragen. Een eindexamen Wiskunde A is er niks bij. En voor wie weet hoe ik dat examen maakte, kan wel een grove schatting maken van hoe groot de kans is dat ik na deze toets met vlag en wimpel slaagde.

Gelukkig bleken ook ditmaal theorie en praktijk niet zo dicht bij elkaar te liggen als dat ik dacht. Net zoals politici wel eens wat roepen dat ze uiteindelijk niet waarmaken, zo gaat ook het stemmen tellen op een heel andere manier dan in het filmpje. Zo waren wij niet met 3, maar met 10 mensen (wat met dubbele verkiezingen en bijna 1000 stemmen in 2 gekleurde kliko’s in wiskundig opzicht zeer positief was). Daarnaast waren die mensen lang niet zo stoffig als dat ik had gedacht. Nu ben ik niet zo goed in schattingen maken, maar in mijn gedachten ziet de gemiddelde stembureau-wachter er toch enigszins grijs, kalend of in bezit van een maandelijkse-vrij-reizen-met-de-trein pas uit.

Ik was dan ook blij verrast dat ik – jonge hinde die ik ben –  niet eens de jongste teller bleek te zijn, maar dat ik het voorrecht had om met een bont gezelschap de eerste vuilnisbak te mogen opengooien. Als een wolk van reuzenconfetti dwarrelden de stembiljetten naar beneden. Waar we al zittend op de vloer aan onze eerste eervolle taak mochten beginnen: het uitvouwen van de biljetten. Glaasje limonade erbij, een handje winegums. ‘Neem je zwemkleding mee en na afloop word je met de auto naar huis gebracht’. Dat gevoel.

En natuurlijk ben je dan toch nieuwsgierig. Waar zijn de meeste rode bolletjes gezet? Niet dat je veel moeite moet doen om hier achter te komen. Als teller liggen alle biljetten immers gewoon open en bloot voor je neus. Maar toch voelt het als iets spannends. Alsof je iemand van de geheime dienst bent die nu iets onder ogen krijgt wat de rest van het land (nog) niet mag weten. Ik zou er bijna mijn Sherlock Holmes pijp bij opsteken.

Vouwen, strijken, stapelen. Vouwen, strijken, stapelen. En als alles dan gevouwen, gestreken en gestapeld is: sorteren, sorteren, sorteren. Eerst per lijst, dan per lijsttrekker en ten slotte per kleine stapeltjes met voorkeursstemmen. De confetti wordt bijeengeveegd en dan is het tellen wie na vanavond het feestje heeft gewonnen. Hoewel ik op mijn water al kon aanvoelen wat de uitslag ongeveer zou zijn. Of moet ik zeggen: op mijn heilige water. Het stapeltje ‘lijst 4’ was bij het waterschap namelijk zo groot, dat je haast zou denken dat ze van plan zijn het nieuwe Lourdes hier te creëren.

Wat misschien ook wel zo was, want toen we bij het uiteindelijke optellen één stem bleken te missen, kwam daar als door een wonder nog een blanco stem tevoorschijn! Dank u moeder Maria. Dank voor dit wonder, dank u voor de winegums en dank u voor het feit dat we nu niet alle biljetten nog eens hoeven na te tellen (de grootste angst van iedere stemmenteller).

Ruim twee uur een een halve zak snoep later, was het feestje afgelopen. Met als enige verschil dat hier de cadeaus aan het eind niet uit-, maar ingepakt waren. Klaar om naar de organisatoren van het feestje gebracht te worden. Wat er daar mee gebeurt, daar durf ik mijn wiskundeknobbel niet over te breken. Maar ik hoop dat ze stiekem ook aan hun burgerplicht durven te voldoen en in een hoekje in de reuzenconfetti gaan staan dansen.

ROTTERDAM-STEMMEN-TELLEN