Vriendschapspuzzel

We zitten tegenover elkaar.
Zij: Getrouwd, een kind en hoogzwanger van de tweede.
Ik: Samenwonend. Een kat en twee cavia’s.
De verschillen zijn groot. Niet alleen door het feit of we wel of geen witte jurk aan hebben gehad. Of dat we bewust kiezen voor de optie luiers versus kattenbak. We zijn twee types aan één keukentafel. Zij altijd thee. Ik soms ook koffie. En bevriend. Al bijna 20 jaar lang.

Het is best een gek iets: vriendschap. Kies je vrienden uit of komt zoiets gewoon op je pad? En waarom raak je met de één wel bevriend en met de ander niet? Het zijn vragen die me soms best wel kunnen fascineren. Op papier zijn mijn vriendin en ik namelijk totaal geen materiaal waar je samen een huis mee zou bouwen. We zijn stukjes van een verschillende puzzel en toch passen we blijkbaar bij elkaar.

Alhoewel ik eerlijk moet toegeven dat dit niet altijd zo is geweest. Toen ik op mijn elfde als nieuweling in de klas kwam, werd ik door diezelfde vriendin verre van beschouwd als potentieel vriendschapsmateriaal. Een strebertje, iets te vrolijk en kleurrijk, met ook nog eens een voorliefde voor toneelstukjes. Moet je aankomen in een klas waar het motto ‘doe maar gewoon dan doe je gek genoeg’ hoogtij vierde en het merendeel het liefst decorstuk wilde spelen in de schoolmusical.

En toch kwam het drie jaar later goed. Zelfs toen dat kleurrijke meisje wegens een puberale fase van alternatiefheid paarse wijde broeken begon te dragen (what was I thinking?) en de vriendin het liefst zo onopvallend mogelijk haar liefdes uit de hogere klassen probeerde te bespioneren. Er bleek, onder die laag verschil, warempel ook nog ergens een klik te zitten. Een goede zelfs. Misschien een ietwat ongewone, maar wellicht juist daardoor extra sterk.

En daar waar sommige vriendschappen vervagen, mensen uit elkaar groeien of soms zelfs ruzie ontstaat, bleek onze band ‘de tand des tijds’ steeds maar weer te doorstaan. Zelfs toen ik op reis ging, jij thuis bleef, ik in een andere stad ging studeren, jij je huidige man leerde kennen, ik weer op reis ging, jij trouwde, ik nog één keer op reis ging, jij een kind kreeg, ik ging samenwonen… We zagen elkaar niet altijd even vaak, maar als we elkaar zagen was het goed. En was er verder geen uitleg nodig.

En toch blijft het me verbazen. Verwonder ik me soms. Ben ik benieuwd waar het hem nou in zit. Waarom die ene vriendschap stand kan houden en die ander niet. Zelfs al veranderen dingen, of blijven ze juist hetzelfde. Wat zijn de voorwaarden voor een klik? Of zijn die voorwaarden ook steeds weer variabel? Als ik naar een aantal van mijn vriendinnen kijk zou ik zeggen van wel. Die zijn namelijk – net zoals die ene vriendin en ik – zo verschillend als wat. Ben ik nou zo schizofreen of heb ik gewoon graag ‘in ieder stadje een ander schatje’?

Hoe langer ik erover nadenk hoe verder ik mij van het antwoord lijk te verwijderen. Misschien moet je de magie van ‘de klik’ gewoon helemaal niet willen doorgronden. Is het iets moois dat soms zomaar ontstaat, soms langzaam groeit en soms uit een verrassende hoek komt. En maakt het helemaal niet uit hoeveel hetzelfde of anders je bent. Zolang je die gelijkheid of dat verschil gewoon accepteert zoals deze is. Dat is de magie waar je zelf aan kunt werken.

En dus zitten wij. Samen. Aan de keukentafel. Thee, koffie, chocola. Ik aandachtig luisterend naar haar verhalen over de verloskundige. Zij meelevend met mijn aankomend debuut als kleurrijk triatleet. Verschillend zijn we nog steeds. Bevriend ook.

puzzle-pieces

Sorry

“Gloeiendegloeiendego…&^%$#”

Sorry. Sorry voor mijn taalgebruik en sorry voor deze deuk in jullie perceptie van mijn imago. Maar soms moet het even. Of, nou ja, moet. Laat ik het zo zeggen: het kan dan even niet anders. Het is gewoon een lijntje dat knapt. Een lijntje dat al een tijdje onder spanning staat en bij het rinkelen van een porseleinen kom en een bierglas spontaan besluit doormidden te breken. Ja, ik weet: scherven brengen geluk. Maar geloof mij, deze week brachten scherven vooral een hoop gevloek. Op mezelf welteverstaan. Want hoewel ik van nature geen kwaadaardig persoon ben, gaat ruziemaken met mijn spiegelbeeld me bij tijd en wijle verrassend goed af.

Graag had ik de schuld willen geven aan de tijd van de maand. Heel on-emancipatorisch, maar daarom ben ik ook een wijf dat na het laten vallen van een porseleinen schaaltje na het vloeken in janken uitbarst. Multitasken noemen we dat. Iets wat bejaarden op elektrische fietsen de afgelopen week niet leken te kunnen. Sjongejongejonge. Het is dat ik van nature een vredelievend persoon ben, maar op sommige momenten… En maar zeuren over al die jongeren die in groepjes van minstens 3 naast elkaar fietsen. Of dachten ze misschien ‘Wat zij kunnen, dat kunnen wij ook!’ Maar dat is dus niet zo. Groepjes jongeren gaan in ieder geval nog morrend een beetje aan de kant. Bejaarden daarentegen kijken eerst verschrikt en verbaasd op, om vervolgens in totale paniek nog meer in het midden van de weg te gaan fietsen, want aan de snelheid van het motortje zijn ze nog niet helemaal gewend, dus doorkarren een betere optie dan gewoon netjes aan de kant gaan.

Maar niks tegen bejaarden verder. Die vloek die ik per ongeluk liet ontsnappen hebben ze (hopelijk) niet gehoord. En het was niet hun schuld. Ok, een beetje wel, maar ook zij konden er uiteindelijk niets aan doen dat ik boos was op mijn lijntje en de scherven van die ochtend.

Net zoals poes die bij mij echt op heel veel momenten om aandacht mag vragen, behalve op het moment dat ik net nog even snel een werkmailtje wil tikken en hij besluit dat het toetsenbord van mijn laptop wel een goede plek is voor een ‘kijk-mij-sexy-liggen-dus-knuffel-mij’-pose. Het is dat ik nature een grote dierenvriend ben, maar het moge duidelijk zijn dat het van een knuffelsessie niet is gekomen. Wel van een snauw en een (zachtaardige doch dwingende) duw, waarna poes – uiteraard – uithaalt en mijn net weer opgehangen lijntje in één keer naar beneden dendert. “Gloeiendegloeiendego…&^%$#”

Sorry. Sorry.
Maar kom op. Die vrouw voor mij had zich toch ook wel kunnen bedenken dat die bananen vóór het afrekenen bij de kassa afgewogen hadden moeten worden? En hoe moeilijk kan het zijn om een wekelijkse vergadering te onthouden? Vertraging? Maar natuurlijk! Dat kan er ook nog wel bij. Het is dat ik van nature een geduldig persoon bent, maar….Nee, ik ga niet nóg een keer uitleggen hoe laat vanmiddag we afgesproken hebben. Stuur zelf maar een mail. Waarom moet ik altijd alles regelen? Wat zeg je? Ontspannen? Hoezo, ik moet wat meer ontspannen? Lekker makkelijk praten heb jij! Ga zelf lekker ontspannen! Naar wolken en beestjes kijken, pfff, ik heb wel wat beters te doen! Wat nou morgen? Niks morgen, dit moet gewoon nu af. Ja, nu. En nee, niet alles komt vanzelf wel goed. Soms moet je er iets voor doen. Wil jij anders mijn hoofd een dagje lenen? Nee? Nou dan. En ga nou eens even aan de kant want ik moet dat bord pa….TS! “Gloeiendegloeiendego…&^%$#”

Scherven, tranen en een gebroken lijntje op de vloer.
Sorry. Sorry.Het is dat ik van nature een persoon ben die graag de touwtjes in handen heeft…
Morgen span ik de boel wat minder strak. En zal ik mijn spiegelbeeld voor verdere scherven behoeden.

broken-glass

Een eigen huis…

“Wat lach je?”
“Niks.”
“Je wil eigenlijk hard wegrennen hè.”
“Mmmm.”
“Het is gewoon een oriënterend gesprek. We hoeven niks, moeten niks en gaan volgens mij ook gewoon met niks weer naar buiten.”
“Mmmm.”

Maandagochtend, 9:00.
We kunnen het zelf nog niet echt geloven, maar we zitten er. Bij de hypotheekadviseur. Ongemakkelijk. Het voelt alsof we hier niet thuis horen. Ik in mijn fluffy diva-jas van de kringloop en hij in zijn spijkerbroek op zijn gympen. Een hypotheekgesprek. Volwassener kun je het niet krijgen. Leuker ook niet. Denk ik. Maar goed, we willen alle opties open houden. Gewoon eens kijken. Zonder verwachtingen.

“Het voelt bijna alsof we gaan trouwen.”
“Nou, ze zullen vast willen weten of we getrouwd zijn ja.”
“Of kinderen hebben.”
“Oh god ja! Blijf dat altijd een vreemde vraag vinden. Zo van ‘Pardon? Kinderen? Weet u wel hoe oud ik ben?!’ Om er vervolgens direct achter te komen dat we al láng de zeer legitieme leeftijd hebben bereikt om getrouwd te zijn en een kind te hebben. Of twee.”
“En een koophuis.”
“Uiteraard.”

Ik vertrouw ze niet zo, die mannen in pakken. Die snelle babbels met woorden en termen waar ik geen idee van heb. Waarom moeten ‘volwassen’ dingen altijd zo ingewikkeld zijn? Ik haak al af bij het verschil tussen lineair en annuïteit. Laat staan dat ik begrijp hoe het zit met aflossingspotjes en spaarpotjes. Ik bedoel, we hebben wel een spaarpotje. Maar die is leeg. Sterker nog, er zit een gat in. Niet bovenaan om wat in te stoppen, maar onderaan waar alles er weer direct uitloopt. Het is maar goed dat we geen kinderen hebben. Hoe zouden we die ooit moeten laten studeren?

“Dus mevrouw, ik begrijp dat u een baan heeft van 14 uur, een studieschuld, een creditcard en een mogelijkheid tot roodstand bij de bank?”
“Eh ja. Maar ik ben ook startend met een eigen onderneming. En die studieschuld daar helpen mijn ouders aan mee. En die creditcard, wat is daar nou mis mee? Daar heb ik echt niets op open staan hoor. Die is gewoon om reisjes mee te boeken. En ik mag dan niet veel verdienen, rood sta ik nooit.”
“Ja, dat geloof ik allemaal best mevrouw. Maar de banken zijn gewoon heel streng tegenwoordig en een openstaand krediet is een openstaand krediet. Uw partner mag dan wel een mooi salaris hebben en een vast contract. Deze ‘schulden’ zo te zeggen, maken het gewoon een stuk lastiger. Net als het feit dat u maar zo weinig werkt.”

Tweeverdieners. Het zijn tweeverdieners die tegenwoordig een huis kopen. Of beter gezegd, kúnnen kopen. Volwassen mensen. Met een huisje, een boompje en een beestje. En een goede baan. Nu ben ik als huurder ook gezegend met een leuk huisje, een aardige tuin en een gezellige beestenboel, maar beschik ik tevens over een studie waarbij je naast je diploma ook een abonnement op de WW cadeau krijgt. Niet dat ik dat abonnement veel heb gebruikt. Maar goed, de bank ziet alles. Blijkbaar.

“Maar kijk, als we dan bijvoorbeeld toch zouden willen kopen. Gewoon even hypothetisch. Ik begrijp dat het geen slimme stap is, maar stel: we kopen een huis van een ton, wat zouden dan onze maandlasten zijn?”
“Een ton zegt u? Eens even kijken. Als u dat op basis van de gegevens zou doen die we nu hebben, dan zou u uitkomen op een bedrag tussen de vier en vijfhonderd euro.”
“Maar dat is dus minstens tweehonderd euro mínder dan dat we nu betalen. Dat is toch krom? Ik mag dan geen ster in wiskunde zijn, maar u moet het toch ook met mijn eens zijn dat dit heel vreemd is? Hoe kan het, dat als we nu met sociale huur iedere maand zoveel kunnen betalen, dat de bank zegt dat we een huis met lagere lasten niet kunnen financieren? Dat begrijp ik dus echt niet.”
“Dat begrijp ik mevrouw, maar helaas zit de markt nou eenmaal zo in elkaar. En uw uiteindelijke lasten mogen met een koophuis dan wel lager zijn, u moet wel beseffen dat het afsluiten van een hypotheek, verzekeringen en de verhuizing zelf ook geld kosten. Een huis kopen is niet zomaar iets. Daar moeten dingen goed voor geregeld zijn. Heeft u bijvoorbeeld een samenlevingscontract? Of bent u wellicht…”
“Getrouwd? Nee hoor, we zijn niet getrouwd.”

Als een stelletje pubers verlaten we om 10:00 het kantoor der grote volwassenheid weer. Een illusie armer en een verjongingskuur rijker. Who needs a mortgage when you can get a facelift? Ik ben in ieder geval blij dat ik mij geen rimpels in mijn hoofd hoef te rekenen over nationale hypotheekgaranties en duizelingwekkende percentages. Blijkbaar moet je daarvoor toch echt je studententijd (en lening) achter je hebben gelaten. Voorlopig dus nog geen aanzoek, geen kind of een ring. Maar mocht iemand nog een leuk anti-kraakpand weten, dan houden wij ons van harte aanbevolen.

6017_raamgedicht_het_huiselijk_geluk