Een huis van rijst

“Je hebt wát gedaan?! Zo snel?! Ik bedoel, er zijn mensen die langer nadenken over een paar schoenen.”

Klopt. Er zijn mensen die langer nadenken over het kopen van een paar schoenen. Ik geloof zelfs dat ik in de supermarkt wel eens langer heb staan twijfelen over een pak rijst. (Waar is de tijd gebleven dat je alleen witte en zilvervliesrijst had? Nu moet ik niet alleen kiezen of we rijst of pasta willen eten, maar ook of het dan meergranenrijst, notenrijst, wilde rijst, zwarte rijst, basmatirijst, quinoabulgurrijst of langkorrelige snelkokende maar biologisch verantwoorde fairtrade rijst is).

Afijn. De verbazing van de persoon in kwestie ging niet over het feit dat ik in recordtempo een pak rijst had uitgekozen en gekocht (die dag moet immers nog komen). Nee, we hadden zojuist binnen 24 uur een huis gekocht. Ja, u hoort het goed. Een huis. Zo’n ding waarvan ik me, tot die bewuste vrijdagmiddag toen we het gingen bezichtigen, niet kon voorstellen dat ik daar zomaar even een besluit over zou nemen. Zo’n vierkante constructie met een dak erop kost namelijk wel even iets meer dan het verschil tussen een pak A-merk zilvervliesrijst en een zak Euroshopper basmati.

Het probleem is echter, dat je op een pak rijst niet verliefd kan worden (het is mij tenminste nog nooit gebeurd) maar op een huis wel. Tenminste, dat is de enige verklaring die ik voor deze situatie heb. Ook al vind ik rijst heel lekker, ik heb nog nooit met een pak in de kamer staan dansen toen ik besloot er ‘gewoon voor te gaan’. Bij dit huis daarentegen… Het was alsof ik op koken stond en het deksel er bijna af vloog. De korte momentjes dat de makelaar even met zijn rug naar ons toe stond, playbackte ik met rode konen ‘Ikwilhetikwilhetikwilhetikwilhet!’

Kansloos verliefd. En wie verliefd is, doet domme dingen. Of koopt een huis met een bad met pootjes. Ik herhaal: een bad met póótjes! Heeft u nog meer redenen nodig? Of moet ik de wijnkelder nog even noemen?

Dus ja. We hebben een huis gekocht. Impulsief. Want soms moet je in het leven je tijd niet verdoen met het twijfelen over een pak met rijst. Maar gewoon kiezen voor waar je écht zin in hebt: pizza eten. In bad. Met een fles wijn.

Een eigen huis…

“Wat lach je?”
“Niks.”
“Je wil eigenlijk hard wegrennen hè.”
“Mmmm.”
“Het is gewoon een oriënterend gesprek. We hoeven niks, moeten niks en gaan volgens mij ook gewoon met niks weer naar buiten.”
“Mmmm.”

Maandagochtend, 9:00.
We kunnen het zelf nog niet echt geloven, maar we zitten er. Bij de hypotheekadviseur. Ongemakkelijk. Het voelt alsof we hier niet thuis horen. Ik in mijn fluffy diva-jas van de kringloop en hij in zijn spijkerbroek op zijn gympen. Een hypotheekgesprek. Volwassener kun je het niet krijgen. Leuker ook niet. Denk ik. Maar goed, we willen alle opties open houden. Gewoon eens kijken. Zonder verwachtingen.

“Het voelt bijna alsof we gaan trouwen.”
“Nou, ze zullen vast willen weten of we getrouwd zijn ja.”
“Of kinderen hebben.”
“Oh god ja! Blijf dat altijd een vreemde vraag vinden. Zo van ‘Pardon? Kinderen? Weet u wel hoe oud ik ben?!’ Om er vervolgens direct achter te komen dat we al láng de zeer legitieme leeftijd hebben bereikt om getrouwd te zijn en een kind te hebben. Of twee.”
“En een koophuis.”
“Uiteraard.”

Ik vertrouw ze niet zo, die mannen in pakken. Die snelle babbels met woorden en termen waar ik geen idee van heb. Waarom moeten ‘volwassen’ dingen altijd zo ingewikkeld zijn? Ik haak al af bij het verschil tussen lineair en annuïteit. Laat staan dat ik begrijp hoe het zit met aflossingspotjes en spaarpotjes. Ik bedoel, we hebben wel een spaarpotje. Maar die is leeg. Sterker nog, er zit een gat in. Niet bovenaan om wat in te stoppen, maar onderaan waar alles er weer direct uitloopt. Het is maar goed dat we geen kinderen hebben. Hoe zouden we die ooit moeten laten studeren?

“Dus mevrouw, ik begrijp dat u een baan heeft van 14 uur, een studieschuld, een creditcard en een mogelijkheid tot roodstand bij de bank?”
“Eh ja. Maar ik ben ook startend met een eigen onderneming. En die studieschuld daar helpen mijn ouders aan mee. En die creditcard, wat is daar nou mis mee? Daar heb ik echt niets op open staan hoor. Die is gewoon om reisjes mee te boeken. En ik mag dan niet veel verdienen, rood sta ik nooit.”
“Ja, dat geloof ik allemaal best mevrouw. Maar de banken zijn gewoon heel streng tegenwoordig en een openstaand krediet is een openstaand krediet. Uw partner mag dan wel een mooi salaris hebben en een vast contract. Deze ‘schulden’ zo te zeggen, maken het gewoon een stuk lastiger. Net als het feit dat u maar zo weinig werkt.”

Tweeverdieners. Het zijn tweeverdieners die tegenwoordig een huis kopen. Of beter gezegd, kúnnen kopen. Volwassen mensen. Met een huisje, een boompje en een beestje. En een goede baan. Nu ben ik als huurder ook gezegend met een leuk huisje, een aardige tuin en een gezellige beestenboel, maar beschik ik tevens over een studie waarbij je naast je diploma ook een abonnement op de WW cadeau krijgt. Niet dat ik dat abonnement veel heb gebruikt. Maar goed, de bank ziet alles. Blijkbaar.

“Maar kijk, als we dan bijvoorbeeld toch zouden willen kopen. Gewoon even hypothetisch. Ik begrijp dat het geen slimme stap is, maar stel: we kopen een huis van een ton, wat zouden dan onze maandlasten zijn?”
“Een ton zegt u? Eens even kijken. Als u dat op basis van de gegevens zou doen die we nu hebben, dan zou u uitkomen op een bedrag tussen de vier en vijfhonderd euro.”
“Maar dat is dus minstens tweehonderd euro mínder dan dat we nu betalen. Dat is toch krom? Ik mag dan geen ster in wiskunde zijn, maar u moet het toch ook met mijn eens zijn dat dit heel vreemd is? Hoe kan het, dat als we nu met sociale huur iedere maand zoveel kunnen betalen, dat de bank zegt dat we een huis met lagere lasten niet kunnen financieren? Dat begrijp ik dus echt niet.”
“Dat begrijp ik mevrouw, maar helaas zit de markt nou eenmaal zo in elkaar. En uw uiteindelijke lasten mogen met een koophuis dan wel lager zijn, u moet wel beseffen dat het afsluiten van een hypotheek, verzekeringen en de verhuizing zelf ook geld kosten. Een huis kopen is niet zomaar iets. Daar moeten dingen goed voor geregeld zijn. Heeft u bijvoorbeeld een samenlevingscontract? Of bent u wellicht…”
“Getrouwd? Nee hoor, we zijn niet getrouwd.”

Als een stelletje pubers verlaten we om 10:00 het kantoor der grote volwassenheid weer. Een illusie armer en een verjongingskuur rijker. Who needs a mortgage when you can get a facelift? Ik ben in ieder geval blij dat ik mij geen rimpels in mijn hoofd hoef te rekenen over nationale hypotheekgaranties en duizelingwekkende percentages. Blijkbaar moet je daarvoor toch echt je studententijd (en lening) achter je hebben gelaten. Voorlopig dus nog geen aanzoek, geen kind of een ring. Maar mocht iemand nog een leuk anti-kraakpand weten, dan houden wij ons van harte aanbevolen.

6017_raamgedicht_het_huiselijk_geluk