Liefde en haat

Hij hield van haar. Dacht hij.
Hij had van haar gehouden. Dacht zij.
Zij samen waren één. Twee individuen samengesmolten.  Twee karakters met elkaar vervlochten. Zo verschillend als dag en nacht maar juist daarom samen zo perfect. Leek het.
Maar haat en liefde liggen dicht tegen elkaar aan. Daar waar ze zich op het meest uiterlijke puntje van elkaar bevinden, ontmoeten ze elkaar weer om de hoek. De hoek die alles vanuit een ander perspectief laat zien. Waar water vuur is en hitte ijskoud aanvoelt. Van roze bril naar donderwolk. Van lieve woordjes naar harde verwijten. Onbegrijpelijk maar onomkeerbaar. Niet alles wat stuk is kan weer worden gelijmd.

Vechtscheidingen, ruzies, verbroken vriendschappen. Het blijft een vreemde gewaarwording. Met verbazing lees ik, hoor ik, zie ik verhalen van mensen die het ene moment nog alles met elkaar delen en het volgende moment niets meer met elkaar te maken willen hebben. De oorzaken, de redenen; ze zijn er in allerlei soorten en maten. Van logische gevolgen tot onwaarschijnlijke aanleidingen. Want hoe kun je iemand met wie je zoveel hebt gedeeld ineens zoveel pijn aandoen? Hoe kunnen bepaalde karaktertrekken eerst nog ‘leuk en charmant’ zijn en niet veel later ‘onuitstaanbaar en irritant’ zijn? Waar gaat het mis? Wat gaat er mis?

Het is alsof er ineens een ander licht schijnt. Het licht waarin het ‘dopje van de tandpasta’ synoniem staat voor het feit dat ‘hij het nooit zo nauw nam met afspraken’. Of waar haar impulsiviteit eigenlijk voortkomt uit een vorm van bindingsangst en een gebrek aan ruggengraat. Het is het licht waarin dingen worden gedaan en gezegd die je anders nooit voor mogelijk had gehouden. Alsof een schakelaar is omgezet en je in een andere wereld bent beland. Een wereld waarin de taal die jullie samen spraken niet meer is dan onbegrijpelijk gebrabbel. En waarin jullie onvermogen om elkaar te verstaan resulteert in onvermogen elkaar te begrijpen. En een verlies aan geduld om elkaar te willen begrijpen.

Van niet kunnen wachten elkaar weer te kunnen zien tot met een grote boog om elkaar heen. Van dagelijkse gesprekken tot elkaar niets meer te melden hebben. Van aan één woord genoeg hebben tot gewoon de woorden ervoor niet meer te kunnen vinden. Over. Uit. Pijn. Opluchting. Verdriet. Onbegrip.

De wereld staat op zijn kop maar draait ook weer verder. Zonder hem. Zonder haar. Een gekke leegte. Een vreemd gevoel. Hoe het tij zo kan keren. Hoe gevoel zo kan veranderen. Liefde en haat. Een duo dat zorgt voor onverwachte wendingen. Onaangename verrassingen. Maar ook nieuwe kansen. Want hoeveel haat ook. Liefde zal overwinnen. Misschien niet met hem. Misschien niet met haar. Maar de wereld is groot. En dopjes op tubes tandpasta zijn er in vele soorten en maten.

download

Warm

“Warm hè?”
“Pffff…nou!”
“Echt. Heel. Warm.”
“Dat kun je wel stellen ja.”
“Lang geleden dat ik het zo warm heb gehad.”
“Ik kan het me niet herinneren.”
“Heet.”
“Bloedheet!”
“Poeh!”
“Nou!”
“Maar toch, het is niet benauwd.”
“Nee, dat klopt.”
“Het is warm, maar niet klef warm, weet je wel?”
“Zo vies broeierig bedoel je?”
“Ja, zo plakkerig.”
“Ik zweet anders wel behoorlijk.”
“Tja, dat is ook niet zo gek met deze hitte. Het is gewoon echt warm.”
“Als het zelfs binnen 28 graden is, dan is het wel warm ja.”
“28 graden? Echt? Nou, dat is echt warm!”
“En boven al helemaal. Met deze temperaturen slapen is niet te doen joh. Veels te warm!”
“Dat kan ik me voorstellen. Het is bijna overal te warm voor.”
“Ik heb het zelfs te warm om naar het zwembad te gaan.”
“Of een ijsje te halen.”
“Oh! Een ijsje! Dat zou ik met deze warmte wel lusten!”
“Ga jij het halen dan?”
“Nee, ik heb het nu al zo warm!”
“De ijsjes zullen ook wel gesmolten zijn voor je weer thuis bent. Zo warm is het!”
“Ja, zo warm is het zeker.”
“Smelt-ijs-warm.”
“Gekookt-ijs-warm.”
“Gefrituurd-ijs-warm.”
“Lava-ijs-warm.”
“Pfff…alleen al van het woord lava breekt het zweet me uit!”
“Zo heet als lava voelt het anders nu wel.”
“Ja, het is echt warm hè?”
“Nou!”
“Hoe warm zou het zijn eigenlijk?”
“Pfff…geen idee.”
“Warm.”
“Ja, warm.”
“Heel warm.”
“Ontzettend warm.”
“Oneindig warm.”
“Buitenaards warm.”
“Warm.”
“Ja. Warm.”

bright_sun_01

Doe het lekker zelf

“En waar woon je eigenlijk? Wat zeg je? Veenendaal? Is dat niet ehh…heel gelovig enzo. Zwarte kousen. Goh. Had jou wel meer in een grote hippe stad voorgesteld eigenlijk. Niet vervelend bedoeld hoor. Maar tja, Veenendaal…”

Tja, Veenendaal. Ik had het mij als puber ook anders voorgesteld. No way dat ik hier zou blijven. Laat staan terugkeren! Nee, ik zou het allemaal anders doen. Reizen, de wereld verkennen, in een grote stad studeren, in het buitenland studeren…en dus uiteindelijk weer in ’t Veen belanden.

Ik kan er kort en lang over zijn en het excuus is wellicht wat cliché en aan de magere kant, maar goed. Wat kan ik er meer over zeggen dan dat ‘dingen nou soms eenmaal zo lopen’? Iets met een baan, verliefd, een huis en al dat soort ongein. En dan woon je voor je het weet weer groots en meeslepend in het bruisende metropool Veenendaal. Zo spannend kan het leven soms zijn.

En nee, ik zal niet ontkennen dat ik mij ook lang nou niet echt positief heb uitgelaten over mijn woonplaats. Iets met ‘centraal maar saai’ en ‘bereikbaar maar braaf.’ Je hebt er alles, maar het is het nét niet. Iets wat ik overigens in zijn geheel niet erg vond. Ik zou hier immers toch niet blijven. Een tussenstation naar The Big City. Waar maakte me niet zoveel uit. Als er maar meer te beleven viel dan in Veenendaal. Want daar had ik als hippe jonge creatieve meid toch niet zoveel te zoeken.

Fast foward 3,5 jaar later. Mijn trein lijkt wat technische mankementjes te hebben en ik zit nog steeds op dat kleine stationnetje. Het gekke is echter, dat ik mij inmiddels niet eens meer eens zo druk maak om die nog onbekende vertraging. Dacht ik eerst stuck te zijn in the middle of nowhere, nu heb ik het gevoel met een gereedsschapskoffer in een vrijstaat te zijn beland, waar ik zelf mijn eigen metropool kan komen bouwen.

En ja, ok, ok, de woorden vrijstaat en metropool in combinatie met Veenendaal dat is wellicht iets te rooskleurig gedacht. Maar toch. Waarom zou je wat niet is niet gewoon zelf maken? Toen ik terugkwam hoorde ik genoeg mensen klagen over wat er al dan niet mis is met Veenendaal. En hoewel er wellicht vast genoeg te klagen valt, zou je er ook voor kunnen kiezen om voor de verandering je mond eens te houden en je handen uit de mouwen te steken. Zonder machinist geen rijdende trein.

En wat blijkt? Positief zijn helpt! Het moment dat ik besloot dat ik Veenendaal leuker wilde maken, werd het voor mijzelf ook echt leuker. Want hoe tof is het om niet aan anderen over te laten wat er gebeurt, maar hier zelf invloed op te hebben? Door bijvoorbeeld te gaan vrijwilligen bij het filmhuis dat je tof vindt, tegen alle sceptici in een korte filmfestival te organiseren (“Veenendalers? Die maken toch geen filmpjes?”), mee te denken met nieuwe initiatieven, kleine lokale ondernemers en creatievelingen te ondersteunen. En ja, dat zal soms wellicht moeilijker zijn dan in Amsterdam en nee, vast niet alles zal altijd lukken. Maar hé, is dat in een grote stad dan wel altijd het geval? Hangt het echt altijd alleen maar van (de grootte) van een plaats af?

Dream big. Do bigger. Liever iets doen, dan niets doen. Dan bij voorbaat de handdoek al in de ring te gooien door te zeggen “Ja maar hier lukken dit soort dingen nooit.” Met zo’n instelling kun je niet anders dan verwachten dat er niets gebeurt. Iedere plek heeft potentie, zolang je er zelf maar in gelooft. Want hoe je het ook wendt of keert het zijn uiteindelijk de mensen die de plek maken. En hoe meer mensen zich ervoor inzetten dat er iets gebeurt, des te groter de kans is dat het ook zal gebeuren. Wacht dus niet totdat die trein vanzelf weer gaat rijden, maar blaas zelf op het fluitje. Of zorg er in ieder geval samen voor dat jóuw tussenstation óók de moeite waard is. Want mocht die vertraging dan komen en misschien wel langer duren dan verwacht, dan heb je er in ieder geval zelf iets groots een meeslepends van gemaakt!

36557_140912-doe-het-lekker-zelf