Schuldgevoel

“Hé hoi! Hoe is het me je?”
“Ja, goed. Druk druk druk. En met jou dan?”
“Ja ook lekker druk. Rennen, vliegen, je kent het wel.”

Druk, druk, druk. Als er drie woorden zijn die onze maatschappij van tegenwoordig omschrijven dan zijn het deze wel. Zijn we niet druk met ons werk, dan zijn we wel druk met ons gezin, onze hobby’s, onze sport of… Tja, waar zijn we eigenlijk allemaal nou zo druk mee?

Druk zijn is een standaard geworden. Een ‘way of life’. Als je niet druk bent tel je niet mee. Of moet je op zijn minst wel een héél saai leven hebben. Want, zeg nou zelf, er is toch veel te veel te doen om überhaupt níks te doen te hebben? Niks doen is voor niksnutten. Tenzij, je een goed excuus hebt.

En ons verontschuldigen, dat doen we maar al te graag. Uiteraard met het feit dat we zo ‘druk, druk, druk’ zijn. Want toegeven dat we in plaats van naar dat feestje, die afspraak of dat festival gewoon even languit in trainingsbroek op de bank willen ploffen met een boek of – nóg erger – een dom tv programma, dát zullen we nooit zomaar toegeven. Tenzij we vinden dat we dat na een lange drukke dag echt hebben ‘verdiend’. Want dat is de enige manier waarop we tegenwoordig nog zonder schuldgevoel ‘effe niks’ mogen doen: als we er eerst écht iets voor hebben gedaan.

En zelfs dan lijken we dat niet te kunnen zonder er eerst een horde excuses voor te hebben gemaakt. Want immers, wie ‘druk, druk, druk’ is, heeft geen tijd om zich zomaar midden op de dag een ‘billen op de bank’ moment te permitteren of ’s avonds de beslommeringen te volgen van ‘de Meerdijkjes’. Laat staan dat je in het weekend ongegeneerd lang uitslaapt en na het ontbijt in plaats van met je sportkleren naar de atletiekbaan, met je pyjama en een boek nog even terug het bed instapt.

Drukte doet de haast regeren en in al die haast vergeten we dat het ‘verdrukken’ van pure ontspanning net zoiets is als een kikker koken in ene pan met water. Je hebt het pas door als het te laat is.

En waarom is het zo erg om even niet druk te zijn? Of om zonder excuses of schuldgevoel bewust te kiezen voor ‘even niks’? Hang succes af van degenen die 24 uur per dag doorgaan? Wordt een gelukkig leven bepaald door dagen die gevuld zijn met spannende, nieuwe, gekke, bruisende activiteiten?

Ik verexcuseer me een ongeluk. Als ik me al durf te verontschuldigen. Als gedeeltelijk zelfstandig ondernemer word ik immers geacht (door wie eigenlijk?) om al mijn ‘schaarse’ vrije uren te besteden aan het werken en opbouwen van mijn bedrijf. Maar in plaats van hip, happening en succesvol te zijn zit ik nu op de bank in een versleten joggingsbroek dit blog te typen. Tja, het was dit of een random programma op uitzending gemist. Maar aangezien het eerste nog op mijn to-do-lijst stond (waarom eigenlijk?) en ik voor het tweede geen meer legitieme reden kon bedenken dan volstrekte luiheid, gooi ik alsnog de kikker in de pan. Want echt helemaal niks doen? Dat is alleen voorbehouden aan drukke mensen zonder schuldgevoel.

k3hnkj6ca0bcxoagd686how-to-stop-being-lazy

De swingende kers van Lucie

Bij ons in het dorp woont Lucie. Ook als je haar niet kent, dan weet je wie ze is. Je hebt haar vast wel eens gezien. Of gehoord. Lucie is namelijk niet alleen te herkennen aan haar gulle lach of het feit dat ze altijd wel met iemand staat te praten. Ze valt vooral op door haar uiterlijk. En dan met de name de manier waarop ze zich kleed. Hoe oud Lucie is weet ik niet, maar dat je je op een bepaalde leeftijd ook op een bepaalde manier moet kleden, daar wil Lucie niks van weten. Geen stralende dag zonder een gekleurde bloem in je haar. En een leven zonder petticoats is toch ook maar gewoon zoals slagroom zonder kers.

Anderen zouden Lucie bestempelen als excentriek. Een leuke maar aparte vrouw die je nooit zult spotten zonder haar handtas met tientallen knuffelsleutelhangers eraan. En die je kunt uittekenen in jurken waar de dames uit Grease jaloers op zouden zijn. En ik stiekem ook wel een beetje.

Want je kunt Lucie noemen wat je wil – gek, raar, apart, vreemd, flamboyant – je kan niet zeggen dat ze een grijze muis is. En daar houd ik wel van. Grijze muizen hebben we immers wel genoeg. Je hoeft maar een half uurtje mensen te kijken op straat en je weet precies wat er op dit moment in de mode is (en wat dus iedereen draagt). Als kippen zonder kop voegen we ons in een plaatje, zelfs als datzelfde plaatje een jaar geleden nog helemáál niet kon of vijf jaar geleden nog bestempeld werd als oerlelijk. Wat in is, is in en uit de toon vallen, dat wil je immers niet.

Behalve Lucie dan. Die doet niet aan toonladders. Die schrijft gewoon zelf haar eigen melodieën. En maakt daar nog een dansje op ook. Tegen de maat in. Maar wat maakt het uit? Misschien is haar maat wel de juiste. Het ziet er in ieder geval swingender uit. Ik krijg er zowaar zin van om ook te dansen.

En stiekem probeer ik het ook wel een beetje. Met mijn ‘divajas’ en Brigitte Bardot kapsel. Met af en toe een hoedje, een strik in mijn haar of een bloem op mijn vest. Doe maar gek, dan ben je nog niet gewoon genoeg. En eerlijk? Het mag van mij nog wel wat aparter, wat gekker, wat anders. Wat meer ‘ik’ in plaats van ‘de rest’. Maar dan moet je wel durven te dansen. Jezelf gewoon te laten gaan.

Voorlopig doe ik het dus nog even met slagroom. En kijk ik glimlachend naar de kers op de taart van Lucie. En als iemand mij vraagt wat ik later wil worden. Dan zeg ik: ‘Oh, gewoon, excentriek’.

1347553810Iris-1-540x359

 

 

 

Mannetjes

Daar staan ze weer. De mannetjes. Pretlichtjes in de ogen. Fiets in de hand of handen in de zakken. Kin omhoog, buik naar voren. Gefascineerd kijken ze naar het schouwspel voor zich. Een stille glimlach om de mond. Gesproken wordt er niet. Dat leidt slechts af van de activiteit die hen woordeloos en sprakeloos met elkaar verbindt. Een stil verbond die hen van individu tot een groepje maakt waar grote mannen weer even klein lijken. Waar vervlogen jongensdromen tot leven komen. Hunkerend staan ze achter het hek. Als aannemers van hun eigen Lego-toren.

Een stukje verderop sta ik. Pretlichtjes in mijn ogen. Fiets in mijn hand. Verbaasde blik. Gefascineerd kijk ik naar het schouwspel voor mij. Een stille glimlach om mijn mond. Ik spreek niet, maar denk slechts: ‘Wat is dat toch met mannetjes en bouwplaatsen?’ Wat is dat toch met die fascinatie voor steen, beton, machines en werktuig? Uren kunnen de mannetjes daar staan. Niets zeggend, slechts verwonderend. Kijkend naar de werklui die al zwoegend steen voor steen de hoofdrollen spelen in hun natte droom. Op deze leeftijd werkt cement beter dan viagra. De opwinding die dit schouwspel hen brengt houdt ze in ieder geval langer in extase dan hun vrouwen ooit hebben mogen meemaken.

Ik zie ik zie wat jij niet ziet. Hoe goed ik echter ook mijn best doe en probeer te zien wat zij zien, de opwinding van de bouwplaats reikt bij mij niet verder dan de aanblik van die ene mooie bouwvakker.

Terwijl ik de fascinatie heus wel begrijp. De kunst van het bouwen. Het is net zoals bij Lego. Geen huis, kantoor, appartement of flat zonder eerst een gedegen plan. Maar is het alleen dat? Is het echt alleen de hang naar instructie, de droom van constructie en de voldoening van productie die de opwinding in de oude mannenbroeken teweeg brengt? Ik geloof het niet. Het geheim ligt dieper en het verlangen is groter.

Verlangen naar vervlogen tijden. Naar de tijd dat de bouwplaats nog hún wereld was: jong, sterk en vitaal. Waar dromen in opbouw waren en the sky the limit was. Progressie die met iedere steen sterker werd. Klimmend naar de top. Niet wetende dat dat niet alleen het hoogtepunt, maar ook het eindpunt zou zijn. En dat destructie niet lang meer op zich zou laten wachten. Net zoals dat potje viagra.

Het hek markeert de grens tussen nu en toen. Tussen wat is en wat is geweest. Maar de mannetjes treuren niet. Ze zijn al lang blij dat het hek geen muur is. Dus staan ze daar. Kijkend. De aanwezigheid van hun ouderdom als stilzwijgend verbond. Het cement wordt gestort. De handen gaan nog wat dieper in de zakken. En de pretlichtjes branden als nooit tevoren.

dsc03546