Lekker romantisch

15:00

Een spontaan romantische bui. Zowaar! Misschien moet ik die opwelling eens benutten. Wat zal ik doen? Lekkere hapjes, kaarsje, wijntje? Mmm…beetje cliché. Maar goed, is romantiek überhaupt niet een onnozele vorm van clichématig handelen? Hij doet het er maar mee. Het is dit of stamppot zonder worst. Bovendien heb ik zin in wijn en dat smaakt nou eenmaal beter bij een toastje dan bij geprakte aardappel.

16:15

Appje van mijn nietsvermoedende wederhelft. ‘We borrelen nog even wat hier op het werk. Ben dus wat later.’

Borrelen op het werk? Sinds wanneer hebben ze dat ingevoerd? Sinds ik het besluit heb genomen eens een wat duurdere fles wijn uit de supermarkt mee te nemen dan de ‘soepele ronde’ huiswijn?

Uiteraard laat ik mij als geëmancipeerde vrouw niet kennen. ‘Leuk! Veel plezier! Ik zie je wel verschijnen!’ Lul.

17:30

Nog geen bericht van het spontane borrelfront. Sinds wanneer heeft hij zulke leuke collega’s dat ‘één biertje doen’ niet meer letterlijk één biertje doen betekent? Had hij het laatst niet over een nieuwe vrouwelijke collega?

Ok. Volgens mij wordt het tijd om die wijn alvast even voor te proeven. ‘This Merlot invites you to enjoy excellent moments’. Fuck excellent moments. Ik heb dorst en de kat ligt op mijn schoot zijn gat te likken. Mag ik?

19:00

Nou, dat is wel een héél gezellige borrel. En daar ben ik blij om. Natuurlijk. Ik bedoel, ik ben echt niet zo’n vrouw die al op knappen staat als haar partner 5 minuten te laat thuis is. Nee joh! Goed juist. Je moet elkaar de ruimte geven. En het plezier gunnen.

‘MAAR WAAROM MOET HIJ ZICH UITGEREKEND VANAVOND KLEM ZUIPEN MET DIE NIEUWE COLLEGA DIE VAST ZULKE DIKKE TIETEN HEEFT DAT ZE HAAR BIERGLAS NIET EENS NEER HOEFT TE ZETTEN?!’

19:30

Honger. Hij bekijkt het maar met zijn ‘ik ben iets later’. Een echte geëmancipeerde vrouw heeft geen partner nodig om het romantisch naar de zin te hebben. Bovendien kan ik nu als eerst de lekkerste dingen opeten. Ha! Dat zal hem leren!

20:00

Oef! Dat waren wel héél veel zalm-roomkaas-rolletjes in 10 minuten. Als ik buikpijn krijg is het zíjn schuld! Dat ie dat maar vast even weet.

Die wijn is wel lekker trouwens. La Gato Negro. Tja. Ik had kunnen weten dat zwarte katten geen goed uitgangspunt zijn voor een geslaagd romantisch avondje. Gelukkig heb ik nog een geile kater op mijn schoot. Krijg ik vanavond in ieder geval nog wat edele delen te zien.

21:15

‘Ha lievelievelievu liefie! Sorry! Het is wayjj past curfew. Ik kom nu naar huis dusben er rond half 10 xxxxxxxxxxxxxxxx’

Ok. Die is dronken. Dat ie dan in ieder geval nog maar honger heeft. Met zijn bier en tieten. En bitterballen.

21:40

‘Sooooorrrryyyyyyyyy liefjuuuuuhhhh!’

Fuck! Ik kan mijn lachen bijna niet inhouden. Hij is écht dronken! En ik had me nog wel zo voorgenomen boos te zijn. Zoals een echte romantisch aangelegde vrouw betaamt. Shit! Ik kan dit ook echt niet hè!

‘Ohw…wat lief! Allemaal lekkere hapjes! En jij bent natuurlijk ook een lekker hapje liefjuh!’

Gelukzalig ploft hij op de bank. Propt een koud geworden gevulde champignon in zijn mond, en laat een harde boer terwijl de kat het bakje roomkaas leeg likt.

Romantiek? My ass. Maar ik koop nooit meer huiswijn.

De andere kant van het tuinhek

Er schijnt één foto te zijn waarop je het al kon zien. Ik ben een jaar of twee en sta met mijn vaders schoenen aan driftig voor het hekje van onze achtertuin. Boos dat ik niet naar buiten mag. Naar de grote weidse wereld. Daar waar alle grote avonturen en verre horizonnen verborgen liggen.

Op mijn elfde riep ik dat ik later in het buitenland wilde studeren. Op mijn achttiende vertrok ik met het vliegtuig voor een jaar naar de andere kant van de wereld. Groen als gras. Maar het enige dat ik zag, was eindelijk dat gras van de buren. En ja, dat was groener. Misschien nog wel groener dan dat ik me driftig op die ene foto had voorgesteld.

Eenmaal het tuinhek door had ik de smaak te pakken. Ik ontdekte dat er niet één nieuwe weg buiten op mij lag te wachten, maar wel honderden, duizenden nieuwe wegen en avonturen. Spannend, nieuw en soms misschien een beetje eng, maar mijn nieuwsgierigheid was groter dan mijn angst en mijn wil om te ontdekken groter dan de veiligheid om te blijven.

Zelfs wanneer het niet altijd leuk was. Zelfs als ik eens huilend aan de telefoon hing omdat ik me eenzaam voelde. Of kotsend boven de wc hing van een verkeerd gevallen curry. Of gewoon een rotdag had en een fatsoenlijker gesprek wenste dan de standaard oppervlakkige ‘Hey hello, where are you from, where have you been’ gesprekken. Hoe shit ik me op zo’n moment ook voelde, geen vezel in mijn lijf die eraan dacht om mijn vaders schoenen uit te trekken en op comfortabele sloffen huiswaarts te keren.

Als je me vraagt waarom, kan ik je geen antwoord geven. Is het een manier van vluchten? Een hang naar avontuur? Nieuwsgierigheid naar nieuwe werelden? Rebelleren tegen de comfortzone? Waarschijnlijk een mengelmoes van allemaal. Maar waarom mijn zusje op haar verlanglijstje een babypop zette hebben en ik voor mijn verjaardag een lichtgevende wereldbol te wilde hebben, dat is iets dat wellicht niet in woorden is uit te leggen, maar een voldongen feit is dat ergens in je lijf verstopt zit. Noem het rugzak-dna versus trolley-dna. Het een niet beter of slechter dan het ander. Gewoon een andere connectie die ervoor zorgt dat vieze hurktoiletten je doen denken aan avontuur in plaats van aan de hel op aarde.

Het is als een kriebel die ontwaakt zodra je overkant van het hek kunt ruiken en een jeuk die pas gestild wordt als je een stap buiten het hek hebt kunnen zetten. Om er vervolgens achter te komen dat krabben vraagt om meer krabben en dat één stap onvermijdelijk leidt tot meer stappen.

Het is niet dat het aan deze kant van het hek niet mooi is. Dat is het zeker. Het is alleen dat de wereld aan de andere kant van het hek zo groot is. En dat het als een klein kind vraagt om aanschouwd, bewonderd en ontdekt te worden. Op slippers, comfortabele sloffen, of – als het even kan – in je vaders grote schoenen.

Bananenhippie

“Jij bent echt een beetje een hippie hè!”

Mijn zusje kijkt mij, maar vooral het waszakje gevuld met bananen, vol geamuseerde verbazing aan. We zijn samen boodschappen aan het doen (iets wat net zo sporadisch voorkomt als dat mijn zusje bananen in een wasnetje ziet), en het blijkt dat we er qua boodschappen-etiquette nogal verschillende gewoontes op na houden. Daar waar ik het vreemd vind dat zij twee avocado’s in een plastic tasje stopt (“Die worden gewoon per stuk afgerekend!”), snapt zij niet waarom ik zo nodig eenzame bananen moet redden.

Want dat doe ik. Zielige banen rapen en ze behoeden voor een ondergang in de afvalbak. Sinds ik een keer een interview heb gehad met iemand over voedselverspilling en te horen kreeg dat als je ook maar één klein ding goed wil doen, dit eenzame bananen redden is (“Iedereen wil een mooie tros, maar die losse bananen wil niemand. Die worden aan het einde van de dag dus gewoon weggegooid”), ben ik een ware Chiquita-activiste geworden.

En alsof het redden van die gele stakkers nog niet genoeg is, gaan ze dus ook nog eens netjes in een stoffen waszakje. Net zoals de tomaten, de appels, de kiwi’s en de peren. Alles om de plastic soep te voorkomen. En door je zusje bestempeld te worden als hippie.

Ruzie hebben we niet vaak, maar eenmaal bij de kassa lijkt onze love, peace and happiness toch bijna even in duigen te vallen. Daar waar ik gewend ben een hele riedel aan nee’s af te werken (Bon? Nee. Zegels? Nee. Punten voor de bestekset? Nee.), zegt mijn zusje volmondig op alles ja. We zien de kassière even vertwijfeld kijken, maar dan toch de bon, de zegels en de besteksetpunten aan mijn zusje overhandigen. “Ja hallo, jij kan dan wel leuk bananen redden, maar ík wil graag zien of ze de bonus op die bananen wel hebben verrekend. Iemand zal ook onze portemonnee moeten redden hè!”

Gezamenlijk lopen we met de winkelwagen naar de uitgang. De koopjesjager en de hippie. We gaan zo een heel verantwoord bananenbrood maken. En dat voor maar 99 cent per kilo!