Influence me

“Ja, maar wat is dat dan, zo’n influenza?”
“Nee mam, geen influenzá, een influencér!”
“Ja, weet ik veel hoe je het uitspreekt. Maar ik snap gewoon niet zo goed wat het nou precies betekent.”

Het was dat moment dat ik er eigenlijk eens goed over na ging denken. Want inderdaad, wie of wat zijn influencers eigenlijk? Het moge duidelijk zijn dat ze in ieder geval de hype van de huidige social media wereld zijn. Waar je ook kijkt, op Facebook, Youtube, Instagram of blogs…de influencer is overal. En ze komen in alle soorten en maten. Zo heb je runfluencers, vlogfluencers, blogfluencers, travelfluencers… allemaal mensen die door middel van foto’s, filmpjes en blogs het gedrag en de mening van anderen beïnvloeden.

Dit klinkt natuurlijk als een sterk staaltje social marketing, maar toch kan ik me er niet aan onttrekken dat aan het woord ‘influencer’ toch iets van een negatieve lading kleeft. Want ‘influencen’ betekent in het minder hippe Nederlands namelijk gewoon ‘beïnvloeden’. En beïnvloeden wordt in het woordenboek nog altijd omschreven met termen als: bewerken, manipuleren en mening opdringen.

Negatief of niet. Influencers zijn nog altijd big business. Bedrijven krijgen meer aandacht voor hun producten en de influencers zelf? Die worden betaald om over een potje nivea crème te kletsen of krijgen gratis producten om de hemel in te prijzen. En zeg nou zelf, wie wil dat nou niet? Voor het Asics FrontRunner runfluencers team hadden zich in ieder geval ruim 2500 mensen aangemeld. En als je tegenwoordig een blog hebt, moet je op zijn minst aangeven dat je openstaat voor samenwerkingen, product reviews of andere leuke marketingcampagnes.

Ondertussen stroomt mijn tijdlijn vol. Vol met reclameberichten van ‘echte’ mensen, die op ‘authentieke’ wijze mijn gedrag proberen te ‘fluencen’. Koop die schoenen, doe mee aan dat event, ga daar uit eten, drink hier je cappuccino, smeer dit tegen je rimpels en drink deze wijn om je de rest van je leven gelukkiger te voelen. Je zou bijna denken dat het hele influencers-gebeuren stiekem toch wel een beetje lijkt op een influenza-virus. Eerst een incubatietijd van één tot drie dagen en als je het virus eenmaal te pakken hebt, verspreidt het zich razendsnel.

“Maar het is eigenlijk dus gewoon een soort reclame?”
“Ja, het is eigenlijk gewoon een soort reclame.”
“Maar waarom dan?”
“Nou, omdat die mensen denken dat ze zo iets kunnen betekenen.”
“Maar waarom zou je je op die manier laten beïnvloeden? Ik laat me dan eigenlijk gewoon liever zo door mensen inspireren.”

Inspireren. Ik sla mijn woordenboek er nog eens op na. Aanwakkeren, aanjagen, ingeven…. En ineens valt het kwartje: laat je niet beïnvloeden, laat je inspireren!

Ik voel bij deze een nieuwe hype en hashtag aankomen.
Because, who wants to be an #influencer when you can be an #inspirator?

Als de man van huis is…

Gisteren is meneer voor vier dagen vertrokken op ‘mannenweekend’. Normaal gesproken bevatten dit soort weekenden ingrediënten als iets met veel pizza, bier en ‘alles doen wat de vrouw verboden’ heeft, maar in dit geval gaat het om braaf koffie drinken en stroopwafels uitdelen aan de oma van een oud-studiegenoot in Turkije (tenminste, dat is mij verteld).

Je hebt van die vrouwen die in paniek raken als hun man een weekend van huis is. Alleen in het grote bed, alleen ’s avonds op de bank en niemand om gezellig samen mee te eten.

Maar je hebt ook vrouwen die het stiekem wel fijn vinden. Zo’n weekend alleen thuis. Alleen in het grote bed (overdwars uiteraard), alleen in pyjama op de bank, en dan samen met de kat een bakje van de afhaal Indiër delen.

Nee, ik vind het geen straf, zo’n weekendje me, myself and I. Pizza in de oven en ABBA op de platenspeler. Maar ergens bekruipt me ook het gevoel dat ik er toch niet helemaal het maximale uithaal. Sterker nog, in plaats van dat ik ‘oh, dat waren net 3 biertjes te veel’ avonden plan, blijf ik ’s avonds net dat beetje langer aan het werk. En het allerergst is misschien wel, dat de afwezigheid van een man bij mij een soort nesteldrang oproept waardoor ik ineens uit vrije wil het huis ga schoonmaken. Waarom?!

Terwijl ik al liggend in joggingsbroek met laptop en kat op mijn schoot naar mijn blinkend schone huis staar, zie ik het beeld ineens voor me: als ik later alleen overblijf word ik een slofsokken kattenvrouwtje met een poetsmanie, die ’s avonds altijd nog ‘even’ een paar werkmailtjes wegtikt op de klanken van ‘Mama Mia’, om vervolgens met diezelfde sokken in bed te kruipen omdat er niemand is waar ik mijn koude tenen tegenaan kan drukken. Dit kan toch niet de bedoeling zijn van een weekend lang alleen?

Terwijl ik naar de pizza in mijn winkelmandje staar en me er stiekem al op verheug om bij thuiskomst mijn glittertruitje en panty meteen te verruilen voor slobbervest en trainingsbroek, besluit ik als zelfstandige ondernemende en sophisticated vrouw het ditmaal anders aan te pakken. Ik laat mijn plannen om de vloer te dweilen varen, stift mijn lippen knalroze, plan een koffiedate met een vriendin en verruil mijn danspasjes in de woonkamer voor een dronken avond in de kroeg.

Ok, dat laatste is gelogen. En die pizza heb ik toch meegenomen. Maar ik beloof hem ditmaal niet in pyjama op de bank op te eten. Want als de man van huis is…eet de vrouw ook gewoon netjes aan tafel.

Een kind kan de was doen

“Maar de badkamer schoonmaken vind ik gewoon helemaal niet leuk.”

Mijn vader neemt een slok van zijn bier.
Stilte.

Mijn moeder kijkt mijn vader aan en als blikken konden doden, dan hadden we de uitvaart vast kunnen regelen.

“Nee, gelukkig sta ik wel te juichen als er weer haren uit het putje getrokken moeten worden.”
“Nou, dat zijn toch echt je eigen haren.”
“Oja?!”
“Ja. Heb je wel eens naar mijn hoofd gekeken? Die is toch echt helemaal kaal.”
“Ja, en als het nou beneden net zo kaal was, dan hoefde ik die vieze haren tenminste ook niet iedere week te verwijderen.”

Mijn vader weet dat hij fout zit, maar probeert zich alsnog als een kat in het nauw uit deze discussie te redden.

“Maar ik haal toch boodschappen en ik kook? Dat vind ik leuk.”
“Oja? En wie heeft er vandaag gekookt?”
“…”
“En wie pakt de stofzuiger en wie doet de was en wie poetst de wc en wie onderhoudt de tuin en…”
“Ja, ja, ja….ik weet het, ik weet het! Ik doe te weinig. Maar ik vind het gewoon niet leuk en ik weet ook niet hoe de wasmachine werkt.”
“Gelukkig vind ik het huishouden naast mijn nachtdiensten wel een feest en is er niet voor niets een spreekwoord dat ‘een kind kan de was doen’ heet.”

Met een hulpeloze blik probeert mijn vader oogcontact te maken met zijn schoonzoon aan de overkant van de tafel. Niet wetende dat schoonzoon thuis altijd de was doet. En de tuin. En een meester is in het verwijderen van vieze haren uit een doucheputje.

“Kijk”, zegt mijn moeder, “dat ik vroeger het overgrote deel in het huis deed omdat jij veel werkte en ik meer thuis was, à la. Maar nu jij met pensioen bent en ik nog steeds werk, zou het heel fijn zijn als je ook eens het initiatief tot iets van stofzuigen nam.”
“Maar het voelt gewoon niet als iets waar ik voldoening uit haal. Dan ga ik liever sporten ofzo.”
“En ik niet dan? Wat denk je van mij? Dat ik poets voor de lol?! Nee, je poetst voor een schoon huis, voor schone kleren, voor een schone douche, voor een putje dat fatsoenlijk doorloopt. Maar misschien zit jouw eigen putje nog wel een beetje te verstopt, want het kwartje lijkt nog niet helemaal te vallen.”

Zwijgend neemt mijn vader de laatste slok van zijn bier.
Morgen gaat hij de badkamer poetsen.
Misschien.