Kort geel rokje

“Wat zal ik aantrekken vandaag?”
“Dat gele jurkje?”
“Je bedoelt dat gele rókje?”
“Rokje, jurkje…wat maakt het uit. Het is kort en het is geel.”

Het is kort en het is geel.
Tot zover het maximale bereik van de mannelijke analyse als je hem vraagt om je te helpen bij je kledingkeuze. Iets wat ik uiteraard had kunnen weten natuurlijk. Want wat kan het een man nou schelen hoe zo’n lapje stof heet als de onderkant in beide gevallen gewoon hetzelfde is?

Nu zullen er vast mannen zijn die heel goed weten wat het verschil tussen een rok en een jurk is. Er zullen zelfs mannen zijn die een A-lijn rok van een kokerrok weten te onderscheiden of je zonder blikken of blozen kunnen vertellen wat een blousejurk of een Jersey-dress is. Die van mij is echter al lang blij dat hij nu weet dat er blijkbaar zoiets als een verschil tussen rokken én jurken bestaat en dat je met begrippen als ‘kort’ of ‘lang’ ook ingewikkelde termen als ‘maxi dress’ kan vermijden.

Op zich niet zo vreemd ook natuurlijk als je bent opgegroeid in een mannengezin met twee broers waar niet dagelijks over de laatste trends in plooirokken wordt gesproken. Dan begrijp ik heel goed dat het moeilijk is om een bh van een bikini te onderscheiden en dat strapless meer klinkt als bepaalde vorm van striptease dan als een topje zonder bandjes aan de bovenkant.

Maar ik geef het ze ook te doen hoor. Die mannen. Daar waar zij zich slechts vertrouwd hoeven te maken met begrippen als broek, t-shirt- trui en overhemd, hebben wij alleen al in de categorie ‘beenmode’ afdelingen als panty’s, maillots, sokken, hold-ups, leggings, kniekousen, overknees en voetjes. Om nog maar te zwijgen over pumps, sleehakken, muiltjes, ballerina’s, stiletto’s, blokhakken en enkellaarsjes.

Het was dan ook tijdens een aflevering van Roy Donders dat meneer ooit de openbaring kreeg dat pailletjes geen mini houten vlonders zijn, maar glitters die je op je kleding kan bevestigen. Dat een huispak, een jumpsuit en een onesie overigens wel drie termen zijn die in principe hetzelfde aanduiden, maar vrouwen liever níet hebben dat je hun fancy jumpsuit afdoet met de naam hobbezak, dat is weer een heel andere discussie. Wat dat betreft hebben mannen toch ook wel aardig wat met ons te stellen.

Maar gelukkig is er dan altijd nog de redding van een simpel compliment.

“Staat je leuk. Zo kort en geel.”
“Dat rokje bedoel je?”
“Eh…dat ja. Leuk.”

Mijn naam is haas

“Maar zijn we niet eigenlijk allemaal bange konijnen die met angstige ogen de koplampen inkijken?”

Ik neem een slokje van mijn bier en probeer onopvallend op mijn hoofd te voelen of er niet toevallig lange oren groeien. Want ja, ook mijn naam is haas. Angsthaas. En ik heb soms het gevoel dat ik ergens in het bos de verkeerde afslag heb genomen en nu langs de grote weg sta waar alsmaar auto’s voorbij blijven razen. Koplamp na koplamp na koplamp.

Wij mensen zijn niet zozeer bang om te leven, maar wel bang om te falen. Bang om te falen in ogen van anderen, terwijl die ogen wellicht niet eens onze kant op zijn gericht. Maar ja, dat willen we zelf niet zien. Invullen voor een ander en doorgaan. Net zolang tot we onszelf voorbij rennen en onszelf verliezen. Daar aan de rand van het bos.

Van het verhelderende biertje in het café beland ik op de bank bij het programma ‘Sophie in de kreukels’. Daar hoor ik dat een burn-out niet zozeer te maken heeft met hard werken, maar vooral met een verwachtingspatroon. De verwachtingen van anderen waar we onszelf aan committeren, zonder dat we luisteren naar wat we zelf echt willen. Want helemaal jezelf zijn, is dat niet alleen de beste versie van jezelf zijn, maar ook de meest beangstigende?

Terwijl ik mijn konijnenoren probeer te verstoppen, lijkt het alsof iemand een pad met kwartjes heeft laten vallen. Nee, ik heb nooit een burn-out gehad, maar als zelfs je moeder zegt dat je wel een burn-out-typetje bent, dan kun je nog zo diep wegduiken in je holletje, maar kom je jezelf aan het einde van die gang alsnog tegen.

En zo leidt het pad met kwartjes naar de voorstelling ‘Molman’. En wordt mij in het diepste donker de vraag gesteld: ‘Waar ben jij eigenlijk bang voor?’. Ik voel de oren op mijn hoofd groeien. Angst mag dan misschien een slechte raadgever zijn, soms is het goed deze toch te ervaren zodat je weet dat je de verkeerde richting op gaat. Je moet niet verder de weg op. Je moet terug het bos in. Terug naar de kern.

“Kijk, en nu komen we volgens mij bij de kern.”

Ik kijk op van mijn kopje koffie. Een kwartje valt tussen mijn oren.
Waar de vraag ‘Wat doe jij nou eigenlijk allemaal?’ wel niet toe kan leiden.
In mijn hoofd echoën de woorden na die ik er net allemaal uit heb gegooid. Een brei aan activiteiten, taken, opdrachten en verwachtingen, met daaronder een verlangen. Een doosje vol angst en hoop. Een droom om na te jagen en een vat aan twijfels, ‘ja maars’, en invuloefeningen voor anderen.

Hoe erg is het om ‘nee’ te zeggen? Om te besluiten niet over te steken? Om als kuddedier niet mee te gaan met de rest, maar je eigen pad te kiezen? Ook al weet je niet zo goed waar het toe leidt? Kies je de snelweg en het rechte pad, of ga je terug naar het bos? Naar de plek waar jij zelf bepaalt of je links of rechts gaat.

Terwijl de koplampen nog steeds aan mij voorbij razen,  probeer ik mij los te rukken van het licht. Ik mag dan grote oren hebben, ik heb ook een goede neus. Terwijl ik diep in en uit adem, ruik ik in de verte het bos. En dan zie ik voor mijn voeten kwartjes glinsteren. Voorzichtig draai ik mij om. Zou ik het durven?

“Het is niet goed altijd bang te zijn”, zei de molman onder de grond.
“Waarom voldoen we niet gewoon lekker aan onze eigen voorwaarden”, zei mijn vriendin in het café.
“Waarom kies je niet gewoon voor je eigen creativiteit?”, zei de coach bij de koffie.

Mijn naam is haas. En ik besluit niet langer een bang konijn te zijn.

Mensen zoals André

Je hebt mensen die liever niet in je blogs terecht komen. Die soms uit voorzorg bepaalde uitspraken voor zich houden, omdat ze bang zijn dat deze anders ‘verblogt’ worden. Mensen die roepen ‘als je dat maar niet opschrijft hoor!’ Of die zo paranoïde zijn, dat ze in ieder blog wel een stukje van zichzelf herkennen. Of van de buurman. Of van het kassameisje. (‘Zie je, ze schrijft ook over álles!’)

En dan heb je mensen zoals André. Mensen die stiekem niets liever willen dan eindelijk een keer in een van je stukjes genoemd worden. En iedere aanleiding aangrijpen om een situatie te creëren die zo van gebeurtenis naar papier vertaald kan worden. Waarna het tot hun grote teleurstelling helaas nooit gebeurd. Want ik ben een blogger. Een columnist voor mijn part. Geen ghostwriter. En kinderen die vragen…

Maar nu is het dan eindelijk zover. Het blog voor André. Wat André echter niet weet is dat dit blog dan wellicht vóór hem is, maar wel ook nog steeds ván mij. Want wie schrijft, die bepaalt. Zo is het nu eenmaal geregeld in de wereld van vrijeschrijverlarij.

Hier dus geen epistel over hoe André op ludieke wijze de huisraad van zijn bedrijf sleet aan stagiaires die na een lange werkdag niet alleen nieuwe indrukken mee naar huis namen, maar ook een volledig poppenservies. Ook zal ik het niet hebben over het feit dat zijn baard de enige reden is dat er binnenkort eindelijk een barbershop in ons dorp geopend wordt. Laat staan dat ik woorden ga vuilmaken aan zijn aandeel in het opruien van de kipfilet-gate, wat op zich al een heel blog waard is, maar waar ik u de details van zal besparen (tip voor André: Heb je al een kippiepan besteld voor de eerstvolgende bedrijfsborrel?)

Nee, mensen zoals André, die moet je niet gelijk geven wat ze willen. Die moet je observeren, bestuderen. De mooiste blogs liggen immers verscholen in de kleinste details. In die ene uitspraak, of dat onverhoedse moment waarin je als schrijver het verhaal als vanzelf voor je ziet verschijnen.

En als de baard dan getrimd, de kipfilet op en het poppenservies zonder brokken bij de stagiaires thuis is aanbeland…dan bedenk ik in de rij bij het kassameisje dat mensen zoals André voor één keer ook hun eigen podium verdienen. Niet op het moment dat ze het vragen, maar op het moment dat ze dit het minst verwachten. Op een zondagochtend bij het ontbijt.