Het had zomaar gekund

Ik ben een grote aanhanger van het ‘wat als’ scenario. Of, positiever gezegd, van het ‘stel je eens voor’ scenario. Scenario’s die betrekking hebben op het alledaagse leven waarin de onbegrensde mogelijkheden zegevieren.

Want, stel je toch eens voor, dat je vanochtend niet de deur uit was gestapt om naar werk te gaan, maar – doe es gek – de eerste de beste bus naar Boerenhol had gepakt? En dat je daar je lunch niet doorbracht met kleffe boterhammen met kaas en automatenkoffie, maar ‘blooker tied’ vierde met een heuse papkoek.
Het had zomaar gekund.

Of wat als je op een zwoele zomeravond besloot de nacht niet zwetend, draaiend en starend in een te warme kamer zonder ventilator of airconditioning door te brengen, maar gewoon een slaapzak in de tuin gooide en erachter kwam dat die glow-in-the-dark sterren op je plafond het toch echt niet halen bij de real deal. En dat die echte sterren nog kunnen vallen ook. En dat je dan tenminste een andere wens kon doen dan dat die plakstrips op die plastic sterren nou eindelijk eens bleven zitten.
Het had zomaar gekund.

Het ‘wat als’ / ‘stel je eens voor’ scenario kan overigens ook lugubere vormen aannemen. Want ‘wat als’ je op die bochtige dijk niet netjes af zou remmen voor iedere bocht, maar gewoon vol gas rechtdoor zou blijven rijden? Of ‘wat als’ je die vervelende klant na dat ene telefoontje letterlijk alles zou aandoen wat zich in je hoofd afspeelt (vraagje: zou het lastig zijn om in je eentje iemand naakt vast te binden aan een lantaarnpaal en roze prinsessenvleugeltjes aan te trekken?) Ik bedoel, wie heeft zich nou nooit eens ingebeeld hoe je lichaam de betonnen straatstenen kust als je zojuist van de twaalfde verdieping bent gesprongen?
Ondenkbaar? Wellicht.
Maar het had zomaar gekund.

De aantrekkingskracht van het ‘wat als’ / ‘stel je eens voor’ scenario zit hem dan ook niet in het al dan wel of niet uitvoeren van die gedachte, maar puur in de mogelijkheid dat het kan. Dat het in theorie zomaar zou kunnen. En als die gedachte zich eenmaal in je vastgeroeste brein vol routine heeft ingenesteld, dan blijkt de wereld ineens één groot vat vol mogelijkheden en kun je de deur niet meer uitstappen zonder een constante stroom aan potentiële ‘wat als’ / ‘stel je eens voor’ scenario’s te spotten.

Want, stel je eens voor, dat ik in plaats van het schrijven van deze column in volle vaart over de dijk richting het centraal station van Warffum was gereden om daar in klederdracht de horlepiep te dansen.
Het had zomaar gekund.

 

Het universum van Dolf Jansen

“Ja, maar als jij dus niet aan het universum laat weten wát je nu precies wilt in dit leven, dan kan het universum natuurlijk niets voor je betekenen. Pas als je duidelijk signalen doorgeeft naar boven, dan weten ze daar wat ze ermee moeten doen en kunnen ze dat voor je regelen.”

Aldus de wijze woorden van een vriend van mij.
Een beetje beduusd kijk ik hem vanaf de keukentafel aan.
Hoewel ik allereerst erg benieuwd ben naar wie ‘ze’ daarboven zijn en hoe ‘ze’ daarboven dingen voor mij kunnen regelen, krijg ik ook bijna het gevoel dat ik excuses aan ‘ze’ verschuldigd ben. Want om heel eerlijk te zeggen, lief universum, heb ik eigenlijk géén idee wat ik precies wil.

Of nou ja, ik weet het wel. Maar dat antwoord lijkt meer op een Sinterklaas-lijstje dat is gemaakt precies nadat de vuistdikke december-catalogus van Bart Smit op de deurmat is gevallen. En net zoals het universum geen Sinterklaas is, zal van mijn huidige grote-wensen-lijst ook vast niet alles in mijn schoentje terecht komen. Al is het maar omdat je als kind al leert dat je niet alles kan hebben en dat als je wat wilt, je toch echt een keuze moet maken. Óf die superrobot óf die roze glitterbarbie.

Maar wat als je die stoere robot nou gewoon echt net zo leuk vindt als die schattige barbie? Mijn middle name mag dan pas sinds enkele jaren ‘Meisje Nooit Genoeg’ zijn, voor zover ik weet ben ik altijd al een schizofrene stuiterbal geweest. Niet dat ik me nooit op één tegelijk kon focussen. Dat kon ik namelijk prima. Maar wel voor maximaal een week of soms een dag.
Mocht het universum wellicht old-skool vriendinnenboekjes gebruiken om mensen naar het juiste pad te leiden. Ik zal ‘ze’ bij deze alvast het advies geven: doe het niet! Vulde ik bij vriendin A. nog in dat ik later actrice wilde worden, bij vriendin B. was dat alweer turnster, bij vriendin C. marinier (aahhh..net als papa!) en bij vriendin Z. leek dolfijnentrainster mij ook wel wat.

Nu is het als kind en bij het maken van Sinterklaas-lijstjes nog niet zo erg dat je nog niet echt kan kiezen tussen wat je nou echt wil. Maar ja, als je eenmaal groot, wijs en verstandig bent en hét Universum je voor dé keuze stelt…Tja, dan wordt het toch echt serious business. Dan komt dat punt dat je verbouwereerd aan de keukentafel zit omdat een vriend tegen je zegt dat als je écht iets wil worden in het leven, je ook voor dat iets moet gaan.

Mijn probleem is echter: ik zie het leven nog steeds als één grote Bart Smit catalogus. Er zijn gewoon téveel dingen leuk om me op één ding te kunnen focussen. Het gaat mij niet eens om het niet dúrven kiezen, maar vooral om het niet wíllen kiezen. Professioneel schrijfster, superblogger, educatiemaakster, geweldig actrice, social media expert, communicatiegoeroe, presentatrice bij het Klokhuis, snelle hardloopster, superchef, leuke dingen bedenker, musicalster, topzwemmer….het liefst ben/word ik alles in één.

Ja, en daar raakt het universum dus een beetje van in de war.
En ik soms ook wel, moet ik eerlijk toegeven. Maar dat komt misschien ook wel door het feit dat de wil van het universum zo heilig lijkt te zijn. Kiezen moet je, kiezen zal je. Wie niet kiest, verliest. En mensen die meerdere dingen tegelijk doen hebben of ‘het’ nog niet gevonden of blazen gewoon te hoog van de toren. Actrices die plotseling gaan zingen of een cultuurmeisje dat solliciteert op een marketingfunctie binnen de sport? Tssss tsss tssss. Schoenmaker blijf toch bij je leest. Alleen dan weet Sinterklaas je schoentje te vinden.

“Dus, wat wil je nou echt?”
Vanaf de andere kant van de keukentafel kijkt mij universum-vriend mij strak aan in mijn ogen.
En dan, ineens, zomaar, plots, heb ik het.
“Ik weet het!”, schreeuw ik iets te hard. “Ik wil dé vrouwelijke Dolf Jansen worden!”
“?”
“Ja, Dolf Jansen. Supersnelle hardloper, schrijver met humor, goede interviewer én een beest op het podium!”

Dat ik die nou nooit eerder in de Bart Smit catalogus ben tegengekomen!
Als een kind zou blij stop ik mijn superkorte verlanglijstje in mijn schoen.
‘Eénmaal de vrouwelijke genen van Dolf Jansen. Wel graag zonder de looks.’
Dank u Universum.

Dolf Jansen Blog