Het universum van Dolf Jansen

“Ja, maar als jij dus niet aan het universum laat weten wát je nu precies wilt in dit leven, dan kan het universum natuurlijk niets voor je betekenen. Pas als je duidelijk signalen doorgeeft naar boven, dan weten ze daar wat ze ermee moeten doen en kunnen ze dat voor je regelen.”

Aldus de wijze woorden van een vriend van mij.
Een beetje beduusd kijk ik hem vanaf de keukentafel aan.
Hoewel ik allereerst erg benieuwd ben naar wie ‘ze’ daarboven zijn en hoe ‘ze’ daarboven dingen voor mij kunnen regelen, krijg ik ook bijna het gevoel dat ik excuses aan ‘ze’ verschuldigd ben. Want om heel eerlijk te zeggen, lief universum, heb ik eigenlijk géén idee wat ik precies wil.

Of nou ja, ik weet het wel. Maar dat antwoord lijkt meer op een Sinterklaas-lijstje dat is gemaakt precies nadat de vuistdikke december-catalogus van Bart Smit op de deurmat is gevallen. En net zoals het universum geen Sinterklaas is, zal van mijn huidige grote-wensen-lijst ook vast niet alles in mijn schoentje terecht komen. Al is het maar omdat je als kind al leert dat je niet alles kan hebben en dat als je wat wilt, je toch echt een keuze moet maken. Óf die superrobot óf die roze glitterbarbie.

Maar wat als je die stoere robot nou gewoon echt net zo leuk vindt als die schattige barbie? Mijn middle name mag dan pas sinds enkele jaren ‘Meisje Nooit Genoeg’ zijn, voor zover ik weet ben ik altijd al een schizofrene stuiterbal geweest. Niet dat ik me nooit op één tegelijk kon focussen. Dat kon ik namelijk prima. Maar wel voor maximaal een week of soms een dag.
Mocht het universum wellicht old-skool vriendinnenboekjes gebruiken om mensen naar het juiste pad te leiden. Ik zal ‘ze’ bij deze alvast het advies geven: doe het niet! Vulde ik bij vriendin A. nog in dat ik later actrice wilde worden, bij vriendin B. was dat alweer turnster, bij vriendin C. marinier (aahhh..net als papa!) en bij vriendin Z. leek dolfijnentrainster mij ook wel wat.

Nu is het als kind en bij het maken van Sinterklaas-lijstjes nog niet zo erg dat je nog niet echt kan kiezen tussen wat je nou echt wil. Maar ja, als je eenmaal groot, wijs en verstandig bent en hét Universum je voor dé keuze stelt…Tja, dan wordt het toch echt serious business. Dan komt dat punt dat je verbouwereerd aan de keukentafel zit omdat een vriend tegen je zegt dat als je écht iets wil worden in het leven, je ook voor dat iets moet gaan.

Mijn probleem is echter: ik zie het leven nog steeds als één grote Bart Smit catalogus. Er zijn gewoon téveel dingen leuk om me op één ding te kunnen focussen. Het gaat mij niet eens om het niet dúrven kiezen, maar vooral om het niet wíllen kiezen. Professioneel schrijfster, superblogger, educatiemaakster, geweldig actrice, social media expert, communicatiegoeroe, presentatrice bij het Klokhuis, snelle hardloopster, superchef, leuke dingen bedenker, musicalster, topzwemmer….het liefst ben/word ik alles in één.

Ja, en daar raakt het universum dus een beetje van in de war.
En ik soms ook wel, moet ik eerlijk toegeven. Maar dat komt misschien ook wel door het feit dat de wil van het universum zo heilig lijkt te zijn. Kiezen moet je, kiezen zal je. Wie niet kiest, verliest. En mensen die meerdere dingen tegelijk doen hebben of ‘het’ nog niet gevonden of blazen gewoon te hoog van de toren. Actrices die plotseling gaan zingen of een cultuurmeisje dat solliciteert op een marketingfunctie binnen de sport? Tssss tsss tssss. Schoenmaker blijf toch bij je leest. Alleen dan weet Sinterklaas je schoentje te vinden.

“Dus, wat wil je nou echt?”
Vanaf de andere kant van de keukentafel kijkt mij universum-vriend mij strak aan in mijn ogen.
En dan, ineens, zomaar, plots, heb ik het.
“Ik weet het!”, schreeuw ik iets te hard. “Ik wil dé vrouwelijke Dolf Jansen worden!”
“?”
“Ja, Dolf Jansen. Supersnelle hardloper, schrijver met humor, goede interviewer én een beest op het podium!”

Dat ik die nou nooit eerder in de Bart Smit catalogus ben tegengekomen!
Als een kind zou blij stop ik mijn superkorte verlanglijstje in mijn schoen.
‘Eénmaal de vrouwelijke genen van Dolf Jansen. Wel graag zonder de looks.’
Dank u Universum.

Dolf Jansen Blog

Werkafspraak

Deze week had ik een afspraak. Nou ja, een afspraak. Of het echt een afspraak was, daar waren de meningen enigszins over verdeeld. Het UWV vond dat ze een afspraak met mij hadden gemaakt. Iets wat ze ook heel netjes aankondigden in hun brief: “Hierbij bevestigen wij met u de afspraak…”.
Het gekke is echter dat ik mij niet kon herinneren dat ik ooit een aanzet had gegeven voor deze overeenkomst. Tenminste, dat is wat volgens mij (en volgens het woordenboek) een afspraak is: een mondelinge of schriftelijke overeenkomst, waar twee of meer partijen bij betrokken zijn. Nu was ik wel bij deze afspraak betrokken, maar pas nadat de overeenkomst al was gemaakt. De brief die mij op de deur viel voelde dus niet echt als een gelijkwaardige overeenstemming. Eerder als een dwangbevel. Niet in de laatste plaats omdat de ‘uitnodiging’ werd afgesloten met de woorden: “U bent verplicht naar deze afspraak te komen. Komt u niet, dan heeft dit consequenties voor uw uitkering.” Aldus en met een vriendelijke groet van mijn werkadviseur.

Vriendelijke groet of niet. Ik vond de uitnodiging niet echt vriendelijk. Vooral ook omdat er zomaar een dag en tijdstip werd geprikt, waardoor het label ‘werkloos kansloos’ wel heel hard op mijn voorhoofd werd gedrukt. Immers, als je niet werkt doe je verder ook niets, toch? Dus alle tijd om op een doordeweekse maandagochtend even naar het werkbedrijf te komen. Uiteraard niet in je eigen woonplaats, maar een stad verderop. Tja, je moet er wat voor over hebben om een persoonlijk evaluatiegesprek te krijgen met een échte werkadviseur. Als er een gouden randje om de brief had gezeten zou ik haast hebben gedacht dat ik als uitverkorene de ww-jackpot had gewonnen.

Maar zo’n feest was het niet. Nee, het was een afspraak. En aangezien ik door mijn ouders ben opgevoed als iemand die zich aan zijn woord houdt (zelfs als ik dat zoals nu niet eens heb gegeven), borg ik de slingers weer op en verruilde mijn feestjurk voor een evaluatiekloffie.
Na 12,5 kilometer op de fiets (want tja, geen auto en ov-technisch slechte verbinding) kon er bij mijn lieve werkadviseur nog geen kopje koffie vanaf. Vragen om een glas water durfde ik niet, bang dat dit wellicht wel eens ‘consequenties voor mijn uitkering’ zou kunnen hebben. Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn bij dit soort instanties.

Met een droge mond schoof ik dus precies volgens afspraak om 12:00 aan tafel, waar het het Grote Persoonlijke Evaluatiegesprek kon beginnen. Maar niet voordat eerst mijn identiteit werd gecheckt (ook hij UWV kan niet voorzichtig genoeg zijn tegenwoordig). Je hebt een persoonlijk gesprek of je hebt een persoonlijk gesprek. Hoewel ‘persoonlijk’ in dit geval ook opgevat kan worden als een uniek nummer in een online dossiermap, waar in korte tijd veel standaard vragen op afgevuurd kunnen worden om te onderzoeken wat er mis is met jou. Dat is immers waarom deze afspraak met je is gemaakt: om uit te vogelen waarom je nog steeds geen baan hebt. Dat feit ligt namelijk geheel bij jou. Een persoonlijk probleem waar het UWV je graag vanaf wil helpen.

Maar dan moet je wel alles netjes doen zoals het UWV dat voorschrijft. Dus braaf je e-mail notificatie aanzetten ook al zijn de enige mails die je dat oplevert de mails met het bericht: “Er zijn geen passende vacatures gevonden bij uw cv” (best vreemd als je zelf gemiddeld zo’n 2 brieven per week stuurt). Oh, en uiteraard géén vrijwilligerswerk doen! Je zal jezelf in je kostbare sollicitatietijd immers maar nuttig maken met zaken waar je toch geen geld mee verdient. Of waarmee je misschien wel betaalde plekken van anderen inpikt. Dat mijn vrijwilligerswerk bestaat uit functies waar überhaupt niemand geld mee verdient, of die overblijfselen zijn van al weg bezuinigde banen, daar heeft mijn werkadviseur geen oren naar. Met genoeg rotte appels aan de bomen is er geen plaats voor een lekkere appeltaart. Streng moeten ze zijn, want onbetaald bezig zijn, daar hebben ze niets aan.

Een cv-check dan maar. Daar moet vast wel een aanwijzing van persoonlijk falen te vinden zijn. Maar nee, prima in orde. Meneer de werkadviseur is er zelf verbaasd van. Goede opmaak, strakke structuur. Leuke persoonlijke touch met foto en korte profielschets. Zelfs de functies zijn netjes anti-chronologisch op papier gezet! Nou, dat is me wat! Dat komt hij niet zo vaak tegen. Driewerf hoera en een sticker voor mij. Zou ik dan toch door mogen voor die jackpot?

Helaas. Ondanks een gebrek aan persoonlijk falen bij het vinden van een baan, gaat de gouden werkeloos-kneus-trofee aan mij voorbij. Mijn uitkering mag ik nog een kleine twee maand houden. Dat dat dan weer wel. Er zit zowaar zelfs nog een troostprijs aan verbonden! Twee folders met tips en informatie die ik echt nog nooit eerder heb gehad: ‘Op zoek naar een baan en aan de slag’ (hoe moet je solliciteren) en ‘Een WW-uitkering, en nu?’ (rechten en plichten als werkloze). Dat gemiste kopje koffie ben ik op slag vergeten. Wat een handigheden! Nu weet ik eindelijk hoe ik die behulpzame e-mail notificaties aan moet zetten en een perfect cv kan maken. Ehm…ja…dus.

Na 15 minuten van de geplande 60 minuten voor het gesprek sta ik weer buiten. Dat dit niet helemaal volgens afspraak is, zie ik voor deze ene keer maar door de vingers. Houd ik tenminste nog eens tijd over voor nuttige zaken. Die sollicitatiebrief afschrijven die voor morgen de deur uit moet bijvoorbeeld. Eens kijken of dat nog positieve consequenties voor mijn uitkering oplevert.

20141029_160757

Airbags, eieren en zweetoksels

“En dan nog één vraag: Heb je ook een auto?”
“Ehm nee, niet echt nodig gehad tot nu toe eigenlijk. Maar die zijn we wel van plan er een aan te schaffen mocht dat nodig zijn.”
“Mooi, fijn. Dat bedank ik je bij deze voor het gesprek en je hoort volgende week meer van ons.”

Met zweetoksels verlaat ik het pand. Niet vanwege het sollicitatiegesprek dat ik zojuist heb gehad. Maar vanwege die auto. Of eerder: vanwege de persoon die die auto moet gaan besturen. Ik.

Zeven jaar heb ik nu mijn rijbewijs. Zeven jaar waarvan het roze pasje voor zeker zes jaar heerlijk veilig verscholen zit in een zijvakje van mijn portemonnee. Heel af en toe haal ik hem eruit. Als ik mij moet legitimeren bijvoorbeeld. Of moet kunnen aantonen dat ik kan rijden. Wat ik – volgens de rij-instructeur – dus wel kan. Maar – tot mijn grote schaamte – niet durf.

“Niet durven? Maarre Sanne, jij bent toch helemaal niet bang aangelegd?”
Klopt. Bungeejumpen, parachutespringen, duiken, achtbanen, van de hoge duikplank…you name it, I did it. Maar zodra de veiligsheidsbeugels zich verwisselen voor veiligheidsgordels en de safety rope een airbag wordt genoemd, dan breekt het koude zweet mij spontaan uit.

En nee, dat is niet omdat ik een keer een auto-ongeluk heb gehad of een andere traumatische ervaring met een bumper heb meegemaakt. Sterker nog, was het maar waar (nouja…). Dan had ik wellicht nog een reden om het mietje in mij goed te praten. Immers, na een ongeluk niet meer in een auto durven stappen, daar is nog wel begrip voor op te brengen. Maar een jonge vlotte meid die knikkende knieën krijgt van alleen al het omdraaien van het contactsleuteltje? Tja, daar zakt je imago toch gewoon meteen van in je natte zweetsokken. Hoe stoer ik mijzelf dus ook voordoe, ik ben uiteindelijk niet meer dan ‘zo’n vrouw die niet durft te rijden’.

En dat mag ik weten ook. In mijn familie heb ik alle grappen over Sanne en haar rij-kunsten inmiddels al meerdere malen voorbij horen komen. “Wie rijdt er terug na het feestje? Oh, dat doet Sanne wel! Dat is even gevaarlijk als met 5 bier achter het stuur.” Of “Wat zeg je? Ga je een stukje rijden? Vergeet dan niet te bellen zodat ik weet wanneer ik beter even binnen kan blijven!” Ha ha ha.

Hoewel de grapjes het niveau van mijn rij-capaciteiten niet overstijgen, weet ik ook dat de grappenmakers stiekem wel gelijk hebben. Het is natuurlijk niet helemaal normaal dat de meeste kilometers die ik zelf in een auto heb afgelegd, aan de linkerkant van de weg waren en in een automaat. En voordat jullie nu denken dat ik levensgevaarlijke spookrijder ben: Nee, die kilometers waren geheel legaal links in Nieuw Zeeland. Ja hallo! Ik mag dan drie keer over mijn rijbewijs hebben gedaan, helemaal achterlijk ben ik niet.

Of toch wel?
Als het aan de vreemde blikken ligt die ik krijg als ik zeg dat ik eigenlijk het liefst een automaat zou willen, dan ben ik knettergek. Een automaat? Dat is pas echt voor watjes! Schakelen moet je in een auto. Scheuren. Hard optrekken! Fastfastfast! Wie rijdt, die schakelt. Punt. En mijn mening dat je in een automaat veel beter op de weg kan letten omdat er geen andere afleiding (lees: ingewikkelde schakelmanoeuvres) zijn, dat is gewoon een non-argument. Was ik al een watje. Nu ben ik een heel dekbed vol met donsveren. Zachter dan een zachtgekookt ei.

But I need to toughen up. Het is natuurlijk heel makkelijk om je te verschuilen achter het feit dat je geen auto hebt en deze ook niet nodig hebt. Maar wat als ik straks die baan krijg en ze liever een hardgekookt ei hebben als ontbijt dan een boterham met ‘zwoksel’? Dan moet ik toch echt een beetje over mijn airbagangst heen stappen, ben ik bang.

Dus wacht ik morgen. Met klamme handjes bij de telefoon. Wordt het een baan met gaspedaal of toch nog even werkloos op de fiets? Ik denk dat ik vandaag maar gewoon voor een omeletje ga.

egg_cup_car_classic_small_16300302