Gevaarlijk

“Ik heb sinaasappels geperst. Wil je ook een glaasje verse jus?”
“Verse jus? Weet je wel hoe gevaarlijk dat is!”
“Gevaarlijk?”
“Ja, heb je dat niet gelezen? Sinaasappelsap is hartstikke ongezond! Bomvol suikers…Je kan net zo goed een glas cola drinken.”
“Want in cola zit net zoveel vitamine C als in sinaasappelsap?”
“Nee natuurlijk niet! Maar je hebt wel net zoveel kans op diabetes.”
“Nou ok. Geen glaasje sap dan. Wil je dan wel een broodje rosbief? Vers van de slager om de hoek.”
“Rosbief?! Echt?! Wil je dood ofzo?!”
“Eh..nou…niet perse nee.”
“Moet je vooral een broodje darmkanker eten.”
“Pardon?!”
“Ja sorry hoor, maar rood vlees is gewoon echt heel slecht voor je. Dat is toch algemeen bekend?”
“Nou, blijkbaar niet.”
“Dan weet je het bij deze.”
“Broodje kaas dan maar?”
“Want je wil een opgeblazen buik met een plak beleg gemaakt van kalfjesvoeding?”
“Sorry, nu ga je echt even te snel.”
“Granen zijn hartstikke slecht voor je. Ons lijf is niet gemaakt om dat te verteren. Daar raken onze darmen van in de war. En kaas; kaas is gemaakt van melk. Melk van koeien voor kalfjes. Wij blijven als volwassenen toch ook geen borstvoeding drinken? Nee toch? Nou dan. Waarom zou je dan wel de melk van babykoetjes eten?”
“Ik heb nog wel wat sojamelk staan.”
“Soja?! Weet je wel hoe slecht dát is?! Man man man…regenwouden die worden gekapt. En dan heb ik het nog niet eens over alle gezondheidsklachten die het kan veroorzaken. Anti-trypsine, fytinezuur, hypothyreoïdie, anti-amylase…”
“Ik geloof dat ik ineens héél erg behoefte krijg aan een stukje chocola.”
“Wel puur, ‘raw’ en onbewerkt mag ik hopen?”
“Ehm..nou…”
“Minstens 70 procent cacao. Anders heeft het geen zin hoor.”
“En pinda’s? Dat mag toch wel? Dat zijn noten. Die zijn gezond toch?”
“Een pinda is geen noot. Dat is een áárdnoot. Lang niet zo gezond als ongebrande én ongezouten walnoten, paranoten en amandelen.”
“Sorry. Maar ik heb écht even een wijntje nodig nu. Jij ook. Of…?”
“Alleen als het rood is, want wit of rosé dat is dus….”
“Glaasje water dan maar?”
“Lekker.”

Bucketlist

“En, wat heb jij eigenlijk op je bucketlist staan?”
“Bucketlist? Bucketlist? Daar heb ik toch zó’n hekel aan hè!”

Mijn vriend kijkt mij aan met een gezicht dat ik ooit eerder heb gezien toen hij zijn gevoel bij voetbalvelden beschreef (“Voetbal? Dar ruikt naar grás en fríet!”) Hoewel ik niet zo goed begrijp hoe de geur van versgemaaid gras en versgebakken frietjes ook maar iets van walging kan opwekken, spreekt het gezicht van vriend boekdelen. Voetbal is vies en bucketlists zijn wellicht nog erger (dor gras en oud vet, zoiets). De opmerking over iets van een emmer en een druppel slik ik wijselijk maar even in. Een grote slok wijn lijkt me op dit moment beter op zijn plaats. We zijn immers op vakantie en het laatste wat ik wil is de pret bederven.

“Zijn er dan geen dingen die je graag nog wel een keer zou willen doen?”
“Mmm…weet ik niet. Vast wel. Maar waarom moet ik dat op een lijstje zetten?”
“Tja, omdat dat leuk is?”
“Leuk? Waarom is dat leuk?”
“Nou, omdat je je op die dingen zou kunnen verheugen. Een soort voorpret.”
“Want…alles wat op dat lijstje staat ga je ook doen?”
“Neehee! Nou ja, als je geluk hebt wel. Ligt er ook aan wat er allemaal op je lijstje staat natuurlijk.”
“En daarom vind ik het dus vette onzin.”
“Omdat?”
“Omdat het voor veel mensen gewoon een verkapte manier is om stoer te doen met alle dromen die ze nog hebben maar die ze toch niet gaan uitvoeren. En dan achteraf teleurgesteld zijn dat ze het allemaal niet hebben gedaan. Doe toch normaal joh! Als je iets wil moet je het doen. Niet op een lijstje zetten. Het is gewoon een hype. Iets wat blijkbaar moet en daarom doe ik er per definitie niet aan mee.”

De glazen worden bijgeschonken. Ik denk na over mijn eigen bucketlist maar bedenk me dat ik er eigenlijk ook nooit echt een heb gehad. Niet uit principe. Of vanwege een gebrek aan dromen. Maar meer omdat ik niet zo’n lange termijndenker ben. Later? Ooit? Meestal overkomen mijn dromen mij gewoon net zoals in mijn slaap: onverwachts en plotseling. Te laat om op te schrijven, maar vaak ook te mooi om te beschrijven. Mijn emmer is wat dat betreft eerder een grabbelton dan een nette lijst.

“Geen bucketlist dus.”
“Nee, geen bucketlist. Zwemmen met haaien, alle bergen ter wereld beklimmen, in een iglo slapen, neuspeuteren met panda’s…het zal mij een zorg zijn. Zolang ik het maar niet op een lijstje hoef te zetten.”
“Ik zou er anders niet rouwig om zijn als die pandasnotterbellen in mijn emmer bleven zitten. Heb ik er wel heel stoer mee kunnen pronken, maar bleek mijn leven helaas te saai om deze grote droom te kunnen afstrepen.”
“Dat is trouwens nog zoiets: dat je saai zou zijn als je geen groots en meeslepende dingen doet. Of geen buitenaards geweldige dromen hebt. Wat een onzin! Ik wil gewoon leuke dingen doen met jou. Thuis, hier, in de Achterhoek of van mijn part in Lutjebroek. Kan me niet schelen. Dan maar een saaie lul.”
“Ach, ik heb anders liever een saaie lul dan een omhooggevallen pik. Helemaal als die lul leuke dingen met me wil doen. In Lutjebroek. Klinkt eigenlijk veel spannender dan die Panda’s.”

paper-bin

Flarden

“Maar zit al in de bus hoor! Ik zit er al in! Ja nee, ik zit al in de bus. Ja nu. In de bus!”

Ik hoefde de uitdrukking van haar gezicht niet te zien om de paniek in haar stem te horen. Zenuwachtig schuifelde ze van de ene bil naar de andere. Haar vingers stijf om haar mobiele telefoon geklemd. Zodra de eerste klinkers van haar halte door de mevrouw met overdreven articulerende uitspraak door de speakers galmde, drukte ze op de rode knop. Ze stapte uit, verdween in de regen en liet mij achter. Op weg naar mijn eindbestemming met honderden vragen.

Flarden van gesprekken. Hoeveel zouden we er in ons leven van meekrijgen? Vlagen van conversaties die we (bewust of onbewust) oppikken, oprapen, meenemen en laten vervliegen. Alledaagse koetjes en kalfjes, maar ook intieme conversaties, geheimzinnige boodschappen of momenten van frustratie en paniek. Waar zou de vrouw in de bus zo’n angst voor hebben gehad? Dat ze ergens te vroeg aan zou komen? Of te vroeg was weggegaan? Dat ze een afspraak verkeer had ingelicht? Dat ze op weg was naar het verkeerde eindpunt? Of zou er iets ergers aan de hand zijn? Een lang verloren liefde die haar nog één keer wilde zien, en dat zij nu al net vertrokken was?

Aangekomen op Utrecht Centraal gaat de mengelmoes van geroezemoes verder. Als een stille figurant op doorreis maak ik korte tussenstops bij stationnetjes van gesprekken. Ik leer over een nieuw dieet waarbij het ontbijt bestaat uit twee kiwi’s (“Nee, het vult niet nee, maar je mag de rest van de dag gewoon eten wat je wil.”) Maak deel uit van een discussie over of je beter boven of beneden in een dubbeldekker kan zitten (“Beneden voelt op de een of andere manier altijd zo vies en bedompt. Ik weet niet waarom maar het voelt gewoon zo.”) En krijg de laatste roddels mee van de werkvloer (“Prima dat ze zichzelf omhoog likt, maar laat haar dan in ieder geval….”)

Whoesj!

Een windvlaag op het perron geeft de clou aan de herfstlucht mee. Of het dieet echt werkt zal ik nooit weten. En hoe het met die likkende collega zit blijft wellicht voor altijd een raadsel. Als mijn trein arriveert kies ik voor de zekerheid maar voor een plaats bovenin de dubbeldekker. Ik staar naar buiten en vraag mij af, of de vrouw in de bus haar liefde nog heeft gevonden.

trein