Retourtje Polen

“Oh, kijk nou! Je kan gewoon voor 36 euro per persoon retour naar Milaan vliegen! Of nee, nóg beter: voor 24 euro retour naar Warschau!”

Terwijl ik enthousiast op mijn stoel zit te wippen, zie ik tegenover mij met een zucht een paar ogen rollen.

“Je bent nog geen 24 uur terug uit Boedapest. Moet dit echt nu meteen geboekt worden?”
“Ja, waarom niet? Het is nu zo goedkoop, we kunnen dat weekend, dus ik zie geen enkele reden waarom we het niet zouden doen. Het is toch leuk? Gewoon, niet denken, boeken!”

Met mijn vinger al boven de ‘klik en boek- knop kan ik niet wachten tot de e-tickets in mijn mail verschijnen. Over een t-shirt van 24 euro kan ik eeuwig twijfelen, maar impulsief vliegtickets boeken kan ik als de beste. Tot grote ergernis van mijn iets minder reislustige huisgenoot.

“Weet je wel wat dat allemaal kost?”
“Weet je wel wat je deze maand allemaal al aan platen hebt uitgegeven?”
“Honrdzvneuro.”
“Hoeveel?”
“Honderdzeven euro.”
“En de maand is…5 dagen oud?”
“Ehm, ja.”
“Nou, van dat geld had je dus 4 keer op en neer naar Polen kunnen vliegen. Víer keer!”

‘Oh god, ze denkt in vliegtickets’, hoor ik hem denken. Zodra ik in vliegtickets in plaats van geld denk, dan kun je het wel vergeten. Helemaal als die vliegtickets goedkoper zijn dan een retourtje Maastricht.

“Dit is gewoon goedkoper dan een retourtje Maastricht! Ik ga gewoon boeken hoor. Of je wilt of niet, je gaat gewoon mee. En anders is er vast wel iemand anders die Warschau wil zien.Voor dit geld ga ik het niet laten liggen. Hostelletje erbij en klaar!”

Vijf minuten later.

“Ja! We gaan naar Warschau! Leuk hè? Man, toch niet normaal! Voor honderdertig euro met z’n tweeën een heel weekend weg! Dat is toch bizar? Dat is toch veel leuker dan een stapel plaatjes?”
“Nou…”
“Oh, en kijk! Met jouw verjaardag. Dan kunnen we gewoon voor 20 euro per persoon naar Lublin!”
“Naar waar?!”
“Lublin. Polen ofzo. Maakt het uit. Twin-tig eu-ro re-tour! Daarvoor wil ik me wel een weekendje laten verrassen hoor! Zo kom je nog eens ergens.”
“Ja, maar wacht daar nou nog maar even mee hè. Eén spontaan ticket op een avond is wel genoeg.”
“En anders kunnen we nog naar Ljubljana, Niš, Bratislava, Tuzla, Gdansk, Skopje of..Vilnius. Man, dat klinkt toch super leuk allemaal?”
“Ja, hartstikke leuk, maar misschien zijn twee tripjes in het vooruitzicht wel even voldoende.”
“Twee?”
“Of was je al vergeten dat we in januari naar Colombia gaan?”
“Neehee, maar dit is anders! Dit is leuk, gewoon even kort, spontaan, goedkoop, lekker weg.”
“Nou, ik geloof dat je voor iemand die net uit een vliegtuig is gestapt al spontaan genoeg bezig is geweest.”
“Ok. Ok”
….
“Leuk hè Warschau?”
“Ontzettend. Zullen we nu die app maar even afsluiten en rustig op de bank gaan zitten?”
“Alleen als jij zo’n lekker plaatje ter waarde van een retourtje Polen opzet.”

Zucht.

Typisch Frans

‘Ok, dat zijn dus echt overduidelijk Fransen.’
‘Weet je het zeker?’
‘Honderd procent. Kijk maar naar de licht chagrijnige, ietwat verveelde en verwaande blik. Fransen hebben, excusez le mot, altijd zo’n flair van dat het ze allemaal niet zoveel kan schelen.’
‘Ik vind Fransen altijd zo’n typisch volk dat op reis altijd wenst dat ze terug waren in Frankrijk. Daar is immers alles beter.’
‘En spreken ze Frans. Wat ik overigens echt een afknapper vind.’
‘Zoals bij die mooie jongen in het vliegtuig naast je?’
‘Oh ja, brrr! Ik snap best dat mensen het een mooie taal vinden, maar Franse mannen? Ik geloof dat ik dan nog liever een Duitser heb.’
‘Over Duitsers gesproken. Niet meteen kijken, maar rechts achter je, Duitse degelijkheid in beige broeken.’
‘Oh god ja! Ze zijn óf degelijk in fletse kleuren óf slonzig als in mislukte hippies waarbij de wens om er alternatief uit te zien vooral uitmondt in een look waar een zwerver jaloers op zou zijn geweest.’
‘Toch typisch hè, dat je ze er zo uitpikt.’
‘Zij zien aan ons vast ook meteen dat wij Nederlanders zijn.’
‘Dat is waar. Terwijl ik mijn afritsbroek en Teva sandalen nog wel thuis heb gelaten. En blond haar heb ik ook al niet.’
‘Ze zeggen dat Nederlanders lang zijn. Nou, ik geloof dat ik dan alsnog degradeer tot Duitser.’
‘Maar sowieso zijn we allemaal verschillend. Fransen zijn ook niet allemaal hetzelfde, Duitsers ook niet. En toch…je ziet het gewoon.’
‘Volgens Aziaten lijken wij Europeanen anders allemaal op elkaar.’
‘Moeten zij zeggen! Zie jij het verschil tussen een Japanner en een Chinees?’
‘Ja, een Japanner heeft altijd een camera bij.’
‘Om die Engelse meiden in te korte jurkjes te fotograferen zeker.’
‘Oh my….Als er één volk is dat je er op reis tijdens het uitgaan uitpikt…’
‘Nou, niet alleen tijdens het uitgaan hoor.’
‘Weet je wat ik na drie dagen Boedapest alleen nog steeds niet zie?’
‘Nou..’
‘Hoe de typische Hongaar er eigenlijk uitziet.’
‘Verrek! Nu je het zegt!’
‘Blond, donker, kort, lang…ik weet het gewoon echt niet.’
‘Ze zijn de goulash onder de Europeanen!’
‘Een kruising tussen degelijk Duits, ordi Russisch en…’
‘Onbekend Belgisch?’
‘Ja, wat die Belgen hier ineens allemaal doen is me ook een raadsel.’
‘Maar voordat je die hebt opgelost: kijk eerst maar even naar links. Italiaanse schoonheid in volle glorie.’
‘Italiaans? Nee joh! Dat is die Franse jongen die op de heenweg naast je zat!’
‘Nee, echt?’
‘Honderd procent.’
‘Merde!’

Blije autist

‘Wat ben je aan het doen?’
‘Mmm…niks.’
‘Je bent de boeken weer recht aan het leggen hè?’
‘Niet.’
‘Wel.’
‘Niet.’
‘Jawel, ik zag het.’
‘Nie..Ja, ok ok! Maar ik snap dan ook niet waarom waarom jij die boeken zo op één grote stapel schots en scheef neer kwakt op die tafel. Het is toch een kleine moeite om ze even over twee gelijke stapels te verdelen en netjes recht te leggen?’
‘En dan het liefst van groot naar klein?’
‘Nou, als het even kan wel ja.’
‘En als het niet kan?’
‘Hoezo?’
‘Neuh, niks.’
‘Ja ja, vast. Ik weet heus wel dat je mij een tikje autistisch vind, maar ik kan gewoon niet begrijpen hoe jij sommige dingen gewoon níet kunt zien!’
‘Zoals wat?’
‘Nou, zoals jij je afwas op het aanrecht zet bijvoorbeeld.’
‘Wat is daar mis mee dan?’
‘Wat is daar mis mee?! Alles! Iedere ochtend opnieuw sta ik jouw compositie van zwervende vaatstukken verdeeld over het gehele aanrecht op te stapelen, zodat er aan het einde van de dag in ieder geval nog iets van ruimte is om eten klaar te maken.’
‘Nou ja. Ik ruim altijd alles netjes op!’
‘Niet waar.’
‘Je bedoelt: Niet waar volgens jouw manier.’
‘Das toevallig anders wel de meest efficiënte manier.’
‘Sinds wanneer is bordjes voor de afwas op grootte sorteren efficiënt?’
‘Nou, sinds ik dat zeg.’
‘…’
‘Ja, sorry. Ik vind dat gewoon fijn. Ik word er gewoon blij van als het allemaal zo netjes opgeruimd staat.’
‘Nou, gelukkig maar. Heb ik in ieder geval een blije autist in huis.’
‘Als je het netjes opstapelt wel ja.’
‘Wees maar niet bang. Ik zal mijn leven als vuile vaatkunstenaar beteren.’
‘Fijn! Enne…zou je me in dat geval nog één klein plezier kunnen doen?’
‘Wat dan?’
‘Even dat theekopje een kwart slag draaien ?’
‘Zodat het label netjes naar voren staat?’
‘Ja. Dank je.’