De vreugd van een kinderfeestje

Zaterdagmiddag drie uur. Op het moment dat de voordeur opengaat en we het gekrijs aan het einde van de gang horen weten we het al. We vonden het beiden al een onwennig tijdstip om op de fiets te stappen voor een verjaardag. Een feestelijke aangelegenheid die we normaal voornamelijk associëren met bier, wijn, chips en fietsen in het donker. Maar niet vandaag. Vandaag gaan we een nieuwe fase in. Een fase die bij ons nog een fase too far is, maar waar we via anderen automatisch steeds meer in aanraking mee zullen komen. Het kinderfeestjestijdperk.

“Jullie hoeven niet te komen hoor!”, had mijn vriendin nog lief gezegd. “Ik bedoel, ik zou het natuurlijk heel leuk en gezellig vinden, maar kan me voorstellen dat dit nou niet echt het feestje is waar jullie op zitten te wachten.”

En ja, mijn vriendin heeft gelijk. Soms moet je niet teveel vragen van vrienden. Je kan ook te ver gaan. Toch besloten we, ondanks de waarschuwingen, op de uitnodiging in te gaan. a) Omdat het misschien wel zo sociaal zou zijn om even langs te komen (van een feestje met een vaste eindtijd hoef je niet zoveel te vrezen lijkt me – helemaal als die eindtijd staat om half zes, ’s middags). En b) omdat we eigenlijk stiekem wel erg nieuwsgierig waren naar hoe het er op zo’n kinderverjaardag aan toe zou gaan. Een portie gratis vermaak slaan we immers nooit af!

Inmiddels is het tien over drie en is de voorstelling na overhandiging van onze toegangstickets (lees: het cadeau – pedagogisch verantwoord, uiteraard) onder luidruchtig kindergeggil van start gegaan. Het podium genaamd ‘de huiskamer’ is speciaal voor de gelegenheid helemaal leeg geruimd, zodat de ‘artiesten’ alle ruimte hebben om te kunnen doen waar ze het beste in zijn: chaos scheppen.
Vriendlief en ik besluiten de hoek van de kamer te kiezen als ons uitzicht van vanmiddag. Ver genoeg van de opblaasbare ballenbak verwijderd om slachtoffer te worden van nog slecht gecoördineerd worpen van éénjarigen. Dicht genoeg bij de hapjestafel om het schouwspel van slagroombussen en kleine hagelslagjes in onhandige strooivaatjes niet te hoeven missen.

Met een kop koffie in onze handen geserveerd door een nu al oververhitte moeder, maken wij ons klaar voor de eerste acte. De taart en het uitblazen van de kaarsjes. Uiteraard gefilmd door mama, want ook het nageslacht wil later kunnen zien hoe met je hand in de slagroom dippen veel leuker is dan vier keer verplicht een kaarsje uitblazen omdat dat nou eenmaal het aantal keer is dat het kost om alles goed en scherp in beeld te krijgen.
Ach, het perfecte plaatje is overrated. Dat leer je als ouder wel. Hop, die taart uitdelen dus en de kinderen aan de ‘versier-je-eigen-cake-tafel’ zetten. Daar zijn ze wel even zoet mee.

Cake versieren. Een mooier schouwspel kun je je als kinderloze niet wensen. Dacht je tot een half uur geleden dat een kat en twee cavia’s veel zooi maakten, dit alles lijkt in het niet te vallen zodra er plakjes cake op tafel worden gezet met allerhande bakjes eetbare versiersels en een bus slagroom. We besluiten er dus even goed voor te gaan zitten.
Na nog geen halve minuut is het al raak. Naast de gebruikelijke slagroom op de kleren, heeft er eentje ontdekt dat het strooivaatje met disco-korrels ook heel leuk is om de rest van de woonkamer mee te versieren. Met het vaatje ondersteboven en hevig schuddende armbewegingen lijkt in een mum van tijd de hele woning een eetbaar cakeje geworden. Tja, geen feestje zonder disco. Ik begrijp dat jongetje wel.

Het feestvarken zelf heeft ondertussen een duidelijke voorkeur voor een speelkameraadje. Luidkeels ‘Liiiiisa! Liiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiisa!’ roepend rent hij achter zijn nichtje aan. Het hele feestje lang. Lisa lijkt het niet zoveel te deren. Ik hoor de hoge keelklanken ’s avonds in mijn bed nog steeds nagalmen.

Een andere genodigde (lees: een jaar of anderhalf, blond, schattige staartjes) houdt er hele andere manieren van vrienden maken op na. Of, nou ja, vrienden maken….Laten we het erop houden dat mevrouw op haar jonge leeftijd al een duidelijke voorkeur heeft van wie ze wel of niet mag en die voorkeur ook duidelijk laat merken. Met een duw bijvoorbeeld. Of een klap. Veel ingewikkelder hoeft het op die leeftijd niet te zijn. Als ik jou lief vind krijg je een chippie. Als ik jou stom vind pak ik je speelgoed af en geef ik je nog een kleine trap na. Ja, en dan kan je wel languit op de grond gaan liggen huilen. Maar that’s life kerel. Als je later een groet stoere vent wil worden, kun je je beter niet nu al onderuit laten schoppen door een meisje met roze strikjes in het haar.

Inmiddels zijn we aangekomen bij de laatste toegift. Die we zowaar onder het genot van een biertje mogen aanschouwen. Of, nou ja, genot… We aanschouwen weinig, maar ruiken wel wat het klapstuk van de middag is. Dat is dan weer het nadeel van al die slagroom en bakjes zoete discokorrels. Je krijgt er van die sterk geurende spetterpoep van. En als één kind over de dam is, dan kunnen de verschillende merken luiers laten zien wat ze aan absorbtievermogen hebben.

Een toegift blijft dus uit, maar het is inmiddels dan ook half zes. De voorstelling is voorbij en ik moet zeggen: a-dem-loos. Wat een vermaak, wat een rasartiesten! Ze hebben alles gegeven wat ze in zich hadden (en meer). Geweldige show! Echt, ik kan het iedereen aanraden. Of, in ieder geval, kinderlozen. Geloof mij; Bezoek eens een kinderfeestje en je zult verlicht thuis komen. Of je op zijn minst realiseren dat chaos een begrip is dat op vele manieren geïnterpreteerd kan worden. En dat jouw interpretatie lang zo chaotisch niet is als dat je tot nu toe altijd hebt gedacht! Hieperdepiep….hoera!

brandende-kaarsjes-op-een-verjaardagstaart-hd-verjaardag-achtergrond

En de klok sloeg twee

“Hmmm, hmmm, pomtiedom, pomtiedom.”

Twee uur. Ik hoef niet eens op de klok te kijken om te weten hoe laat het is. Twee uur. Exact. Geen twijfel. Het is als een wekker die afgaat. Een mechanisme dat in gang wordt gezet. Ik schuif mijn spullen wat aan de kant zodat het ‘gehmmm’ en ‘gepomtiedom’ rustig gepaard kan kan met het geritsel en openslaan van de krant.

“Goedemiddag”
“Goedemiddag”
Het duurt niet lang voordat meneer Pomtiedom wordt vergezeld door meneer Puzzel. Netjes met een potlood – uiteraard. Er zijn immers “ook nog andere mensen die graag de puzzels willen maken”, aldus zijn vrouw die na een half uurtje altijd even komt controleren of hij er nog zit. “Ik kijk nog even bij de romans”, zegt ze. Meneer Puzzel glimlacht en neemt nog maar een kopje thee. Mét suiker – uiteraard. Want die verrekte sudoku’s kosten me een partij concentratie en energie, daar mogen best wat snelle koolhydraten tegenover staan.

Meneer Pomptiedom heeft zijn gehum wat getemperd. Twee dingen tegelijk doen blijft een dingetje en op dit moment heeft hij al zijn aandacht bij het lezen van de krant nodig. Het is stil. Op wat gekuch, het tikken van mijn vingers op het toetsenbord en het geklinkel van het lepeltje in het theeglas van meneer Puzzel na. Het geklinkel is bijna een soort ritueel. Automatisch geroer van de rechterhand terwijl de ogen op de puzzel gefocust blijven. Altijd aan de kop van de tafel. Altijd met een theeglas én een kartonnen bekertje. Voor het theezakje. En de restjes papier van het suikerstaafje. Een stuk of drie per middag. Gelijk aan de drie koppen thee die het hem kost om de puzzel op te lossen.

“Goedemiddag”
“Goedemiddag”
Ik hoef niet op te kijken van mijn beeldscherm om te weten welke vraag er nu gaat komen. “Heeft u de Volkskrant al uit?”
Meneer Volkskrant. Komt vaak binnen rond een uur of drie en heeft die middag slechts één doel: de laatste Volkskrant te pakken krijgen. Niet de minste taak en zeker niet een die je moet onderschatten. De Volkskrant is namelijk nogal geliefd aan deze bewuste tafel. Het is dus iedere keer weer de vraag wie nu weer de gelukkige is die hem al eerste in het bezit heeft. Of hem stiekem ergens heeft verstopt onder een eigen ‘leesstapeltje’. Het is als handdoekje neerleggen op de stoelen bij het zwembad van een resort in Turkije. Zo snel mogelijk pakken wat je pakken kan en zorgen dat de tijdschriften en boeken die jij graag wil lezen op een mooi stapeltje voor jouw neus liggen.

Gelukkig zijn de stapeltjeshouders wel altijd iets coulantere mensen dan de handdoekbrigade aan de rand van het zwembad. Nadat meneer Volkskrant zijn standaard vraag van de dag heeft gesteld, komt de krant vanzelf onder een stapeltje vandaan. Met een vriendelijke “Dit is die van gisteren, maar ik heb die van vandaag bijna uit. Die zal ik zo dus aan u geven”, wordt de krant met een glimlach overgegeven. En met een knikje ontvangen.

Hmm, hmmm, pomtiedom, pomtiedom. Tiktiktiktiktik. Ritselritsels. Klinkel. Stilte.

De tijd verstrijkt zoals de vertrouwde geluiden over de tafel zweven. Geruisloos en toch weer niet. Dan, als bij klokslag, wordt de betovering rond half vijf weer langzaam verbroken. Kranten worden dichtgeslagen, klinkelende kopjes opgeruimd. De puzzel is klaar, de Volkskrant uit en de persoonlijk verzamelde stapeltjes (waarvan de helft nog niet gelezen is) worden weer netjes over de tafel verspreid. “Kom je?”, vraagt de vrouw van meneer Puzzel en reikt hem de hand. In de verte hoor ik het gehum van meneer Pomtiedom in de straten verdwijnen.

Alleen aan de leestafel blijf ik achter. De klok slaat vijf. Het ritueel is nu echt voorbij. Met een glimlach klap ik mijn laptop dicht. Wetende dat het ook volgende week weer vanzelf twee uur wordt.

Leestafel

Van begin tot einde

“Ja kijk, dat vind ik nou altijd zo mooi als je weer aan een nieuw boek begint. Je weet nooit wat er nu weer gaat gebeuren. Je stapt een nieuw avontuur, een nieuw verhaal in en dan is het maar afwachten hoe het einde op de laatste pagina zal zijn. Ja, het is echt een proces waar je doorheen gaat. Hoe ontwikkelen de personages zich, welke stappen zullen ze zetten. Allemaal vragen die ik ook heb en waar ik van tevoren het antwoord niet van weet. Dat maakt het ook zo spannend. Ook ik weet niet hoe mijn boek er uiteindelijk uit komt te zien.”

Aldus de willekeurige artistieke woorden van eenieder die zich ook maar schrijver noemt of ooit een boek heeft gepubliceerd. Of ze nou hebben gewerkt aan een roman, een thriller of bouquetreeks, vrijwel allemaal beschrijven ze het proces van totstandkoming met de volgende woorden: “Ik ben niet de schrijver van het verhaal, maar de regisseur van een verhaal dat zichzelf schrijft en waarbij het enige dat ik doe het vrijmaken van de weg is zodat het einde zonder blokkades kan worden bereikt .” Om daarna met een semi-artistieke blik nog wat extra nadruk te leggen op het feit dat schrijven niet alleen een ambacht is, maar ook een ware kunstvorm.

Dus.

Ik heb het eerlijk gezegd altijd maar een beetje onzin gevonden. Dat hele ‘het verhaal schrijft zich vanzelf’- gedoe. Hoe kun je nou van tevoren niet weten waar een verhaal naartoe gaat? Jij bent toch degene die het schrijft? En dat dat geneuzel over die personages, waarvan de ontwikkeling zo mooi en spannend is om mee te maken. Ja, hallo! Wat is dat nou voor bullshit? Jij bedénkt die personages! Jij bepáált of ze leven of doodgaan. Of ze wel of niet verliefd worden. Daar is toch niemand anders bij? En het is niet dat die poppetjes op papier een eigen mening hebben. Tenminste, voor zover ik weet heeft nog nooit een personage uit een boek iets tegen mij gezegd. Of mogen ze alleen spreken tijdens het proces? Dat zou kunnen natuurlijk. Ik heb nog nooit een boek geschreven, dus zou daar niets over durven zeggen.

Lijkt me wel spannend hoor, trouwens. Dat ineens je hoofdpersonage tijdens het typen met je in discussie gaat. Zo van “Ja, hallo! Daar ga ik dus echt niet aan meewerken hè? Prima dat je mij en Hans soort van spontaan en toevallig naast elkaar in de bar zet, maar no way dat ik uiteindelijk met die jongen mee naar huis ga! Je verzint maar wat anders. Een Nick ofzo. Of voor mijn part een Joris. Maar dus niet dat ik met Hans een one-night-stand ga beleven waar ik op bladzijde 50 vast ontzettende narigheid en een soa aan overhoud.”

Gelukkig heb ik als eenvoudig bloggertje weinig last van tegensprekende personages. En zeggen diepere lagen, vernuftige hoofdstuk-indelingen of karakterontwikkeling mij ook vrij weinig. Ik schrijf gewoon ‘stukkies’. Kleine verhaaltjes die soms grappig, soms serieus, waargebeurd of met een korreltje zout geschreven zijn. Inspiratie kan uit de meest gekke hoeken komen. De ene keer is het een zin die iemand zegt, dan weer iets wat ik lees, of hoor, of meemaak. Erbij nadenken doe ik niet teveel. De inspiratie komt vanzelf. Ik ben gewoon te schrijven en zie dan vanzelf wel waar ik…ehm…uitkom.

Eh ja, dus.

Die zag ik ook even niet aankomen.
Ik bedoel, ik wist wel dat ik een blog over schrijven wilde schrijven, maar dat het zo’n cliché-waardige wending zou nemen, dat had ik van tevoren ook niet kunnen bedenken. Nee, echt! Ik had gehoopt dat ik jullie wat meer zou kunnen vertellen over mijn toekomstige professionele schrijfplannen, maar ja, daar is in dit verhaal blijkbaar geen ruimte voor. Shit happens. Ook al schrijf ik misschien dan geen boeken, ik ben bang dat ook ik zo’n semi-artistieke kunstenaar ben waarbij de verhalen zich vaak eigenlijk vanzelf schrijven. Natuurlijk weet ik van tevoren het onderwerp en de grote lijnen wel, maar hoe het verhaal zich vanaf de eerste zin verder ontwikkelt? Geen idee!

Het is zelfs zo erg dat ik soms al een soort van einde heb bedacht, maar daar uiteindelijk nooit uitkom. Het wil dus wel eens zo zijn dat ik achteraf stukjes van mezelf teruglees en denk ‘Ehm, heb ik dat geschreven?’. Zelfs nu, nu ik dit tik, heb ik geen idee waar dit blog verder nog naartoe gaat of hoe het zal eindigen. En ja, dat is – om met de grote échte schrijvers te spreken – inderdaad altijd een avontuur om mee te maken.

Eén van de dingen die ik wél in mijn regie heb opgenomen, is dat ik eigenlijk nooit rust voordat ik aan mijn verhaal een passende uitsmijter heb gehangen. Zo’n laatste zin die precies de cirkel van het verhaal rondmaakt. Die kop en staart met elkaar verbindt. En nét die knipoog geeft waar de lezer op wacht.
En ik overigens ook. Want dat is het natuurlijk. Zolang het verhaal zichzelf schrijft en ook ik niet weet waar het naartoe gaat, is en blijft het als kunstenaar gewoon wachten totdat het verhaal uiteindelijk uit zichzelf zegt:

“En nu is het verdomme genoeg geweest!”

Einde.

knipoog-wiske